Door de hulp van de Eeuwige Ene

De Joodse Oudheden van Joseefus in Noachitische lezing
Boek icoon Joodse Oudheden volgens Joseefus
Hoofdstuk 1 icoon Inleiding

Van Adam tot de Vloed en de vroege geslachten. In dit eerste boek beschrijft Joseefus de geschiedenis van het Joodse volk vanaf het begin der wereld tot aan zijn eigen tijd. Hij volgt de overgeleverde heilige geschriften, aangevuld met latere historische gebeurtenissen, en richt zich daarbij vooral tot een Grieks-Romeins publiek. Zijn doel is te tonen dat de Joodse wetten, instellingen en levenswijze geworteld zijn in hoge ouderdom, orde en wijsheid, en niet, zoals sommigen beweerden, voortkomen uit bijgeloof of nieuwlichterij. De Joodse Oudheden vormt daarmee een samenhangend historisch en moreel getuigenis, waarin de geschiedenis van Israël wordt geplaatst binnen de bredere loop van de wereldgeschiedenis. Andere 19 boeken van Joseefus zijn echter niet in klassiek Hebreeuws overgeleverd. Voor Noachitische lezers is het eerste boek van Joseefus’ Joodse Oudheden in het bijzonder van betekenis. Dit boek behandelt de geschiedenis van de mensheid vóór de openbaring bij de Sinaï: van Adam, via de Vloed, tot Noach en de vroege geslachten der volken. In deze periode wordt de morele orde zichtbaar die God voor alle mensen heeft gesteld, nog vóór de afzonderlijke roeping van Israël. De latere boeken van Joseefus beschrijven vooral de specifieke geschiedenis, wetgeving en instellingen van Israël. Hoewel deze met eerbied gelezen kunnen worden, vallen zij buiten de directe leef- en leercontext van Noachieten. Daarom is in deze uitgave bewust gekozen voor de presentatie van Boek I als een afgerond en voldoende historisch-moreel kader voor Noachitische studie en bezinning.

Hoofdstuk 1 icoon Hoofdstuk 1

Zie, ik heb overwogen, Afroditos, uitverkorene onder de mensen. In mijn boeken over de oudheden heb ik, naar behoren, voor de ogen van iedere lezer uiteengezet de geschiedenis van ons volk, het volk van de Joden. Want het is zeer oud van dagen. Het was het eerste dat zichzelf een vaste plaats verwierf. Ik heb ook verteld over het begin van onze vestiging in het land dat ons tot erfdeel is tot op deze dag. Dat werk omvat de geschiedenis van vijfduizend jaren. Het is door mij samengesteld uit onze heilige geschriften en opgesteld in de Griekse taal. Maar ik zie dat velen acht slaan op de smadelijke woorden die uitgaan uit de mond van enkele boosdoeners. Zij willen geen geloof hechten aan wat ik over de oudheden heb geschreven. Zij voeren als bewijs aan dat ons volk jong van dagen zou zijn, omdat onze naam niet genoemd wordt in de boeken van de Griekse geschiedschrijvers. Daarom heb ik in mijn hart gezegd dat het mij past hierover kort te schrijven, om de boosheid van de lasteraars aan het licht te brengen, om de verdorvenheid van hun leugenachtige bedenksels te onthullen, om de dwaasheid te genezen van hen die hun woorden geloven, en om ieder die de waarheid wil kennen te onderrichten, opdat hij weet en begrijpt de oudheid van ons volk. Ik zal getuigen aanvoeren voor de oprechtheid van mijn woorden, mannen die zeer betrouwbaar zijn in de ogen van de Grieken, en de schrijvers die smadelijke en valse dingen over ons hebben geschreven zal ik terechtwijzen met hun eigen woorden. Ook zal ik trachten de wortel van de zaak te tonen, waarom velen van de Grieken ons niet hebben vermeld in hun geschiedwerken, en tevens zal ik openleggen die Griekse schrijvers die onze geschiedenis niet hebben verzwegen, maar haar voor de ogen hebben gebracht van allen die haar niet kenden, of deden alsof zij haar niet kenden.

ראה, אחר אשר שקלתי בדעתי, אפרודיטוס, בחיר האנשים. בספרי הקדמוניות הצגתי כראוי לעיני כל קורא את דברי ימי עמנו, עם היהודים, כי עתיק יומין הוא מאוד. הוא היה הראשון אשר קנה לו מושב קבוע, וסיפרתי גם את ראשית התיישבותנו בארץ אשר ניתנה לנו לנחלה עד היום הזה. המפעל ההוא כולל את קורות חמשת אלפים שנה, ונערך על ידי על פי כתבי קודשנו, ונכתב בלשון יון. ואולם רואה אני כי רבים נותנים אוזן לדברי חרפה היוצאים מפי אנשים רעים, ואינם נותנים אמון במה שכתבתי על הקדמוניות. הם מביאים ראיה לדבריהם ואומרים כי עמנו צעיר לימים, לפי ששמו איננו נזכר בספרי דברי הימים של סופרי יון. על כן אמרתי בלבי כי מן הראוי שאכתוב על זאת בקצרה, למען אחשוף את רשעת המלעיזים, ואגלה את השחתת מחשבות שקרם, וארפא את סכלות המאמינים להם, ואורה לכל חפץ אמת לדעת ולהבין את קדמות עמנו. ואביא עדים לנכונות דברי, אנשים נאמנים מאוד בעיני היונים, ואת הסופרים אשר כתבו עלינו דברי שקר וחרפה אוכיח מתוך דבריהם הם. גם אשתדל לגלות את שורש הדבר, מדוע רבים מן היונים לא הזכירו אותנו בספרי קורותיהם, ואף אחשוף את אותם סופרי יון אשר לא העלימו את תולדותינו, אלא הציגום לעיני כל מי שלא ידעום, או העמיד פני יודע ולא ידע.

Hoofdstuk 2 icoon Hoofdstuk 2

De afstammingen van de mensen en de tien geslachten na hem tot aan de Vloed. De mens kende Chava zijn vrouw, zij werd zwanger en baarde Kain, en zij zei: Ik heb een man verworven met de Eeuwige Ene. Zij baarde opnieuw een zoon en noemde zijn naam Hevel, zeggende: een damp zijn onze dagen en een rouw over de aarde. Ook dochters baarde Chava aan de mens haar man. Kain en Hevel gingen uiteen, ieder van zijn broer, in hun gedachten en hun daden. Hevel, de jongere, was herder van kleinvee en de Eeuwige Ene stond hem steeds voor ogen en hij ging in Zijn wegen, maar Kain was dienaar van de akker en had geen ontzag voor God voor zijn ogen. Na verloop van dagen kwamen zij beiden bijeen om een offer te brengen aan de Eeuwige Ene. Kain bracht zijn offer van de vrucht van de aarde en van de boom, en Hevel bracht van het vet van zijn kudde en van hun eerstgeborenen. De Eeuwige Ene zag naar Hevel en naar zijn offer, dat hij bracht uit wat van nature voortkwam met een edel gemoed, maar naar Kain, de harde en benauwde van oog, en naar zijn offer dat hij met vastgegrepen hand uit de aarde had genomen, zag Hij niet om. Toen ontbrandde Kain zeer in boosheid toen hij zag dat zijn broer Hevel boven hem werd verheven. Het gebeurde, toen zij in het veld waren, dat Kain opstond tegen Hevel zijn broer en hem doodde, en hij verborg zijn lichaam in een kuil en bedekte het met aarde, denkende zo ook zijn boosheid te verbergen. Maar de Eeuwige Ene God, voor wiens ogen niets verborgen is, zag wat hij had gedaan en vroeg hem: Waar is Hevel je broer. Immers als broers woonden jullie altijd samen, en nu sinds enkele dagen zit jij alleen. Kain beefde en zweeg, maar spoedig verhief hij zijn ziel in brutaal hart en antwoordde en zei: Ook in mijn ogen is dit een wonder. En toen de Eeuwige Ene bij hem aandrong hem te zeggen waar Hevel was, ontvlamde Kain en antwoordde met vermetelheid: Ook ik weet niet waar hij is. Ben ik soms de hoeder van mijn broer, of zijn voedster en leermeester, dat ik het aantal van zijn stappen zou kennen. Toen sprak de Eeuwige Ene tot hem in Zijn toorn: Denk je in je ziel dat iets voor Mij verborgen is, of dat een boze daad in het verborgene kan worden verricht zonder dat Ik haar zie. Zie, de stem van het bloed van je broer roept tot Mij uit de aarde om vergelding van de hand van zijn vergieter. En nu, omdat je dit hebt gedaan, vervloekt ben jij van de aarde die haar mond heeft geopend om het bloed van je broer uit jouw hand te nemen. Wanneer jij de aarde bewerkt zal zij je haar kracht niet meer geven, zwervend en dolend zul je zijn op de aarde. Toen werd het onbesneden hart van Kain gebroken en hij smeekte het aangezicht van de Eeuwige Ene met offer en gave, en hij beleed zijn boosheid en zei: Ach, te groot is mijn boosheid om te dragen. En de Eeuwige Ene zei tot hem: Je zult niet sterven, maar Ik zal je boosheid bezoeken tot in het zevende geslacht. Hij verdreef hem en zijn vrouw en maakte hen rusteloos uit hun woonplaats, om zwervend en dolend te zijn op de aarde. Kain vreesde de roofdieren die naar bloed hunkeren en hij zei: Ach Eeuwige Ene, zie, U hebt mij vandaag uit mijn rustplaats verdreven om te zwerven over de aarde, en ieder wild dier dat mij vindt zal mij tot prooi zijn voor zijn tanden. Toen stelde de Eeuwige Ene een teken aan Kain, dat zijn schrik en vrees zou zijn over ieder roofdier, en Hij zond hem om te zwerven over de aarde zonder rust te vinden voor zijn ziel die belast was met het bloed van Hevel zijn broer.

תולדות בני האדם ועשרה הדורות אחריו עד המבול. והאדם ידע את חוה אשתו ותהר ותלד את קין ותאמר קניתי איש את ה׳, ותוסף ללדת בן ותקרא את שמו הבל באמרה הֶבל ימינו ואֵבל על הארץ. גם בנות ילדה חוה לאדם אישה. וקין והבל נפרדו איש מאחיו במחשבותיהם ומעשיהם, הבל הצעיר היה רעה צאן וַיְשַׁו ה׳ לנגדו תמיד וילך בדרכיו, וקין היה עבד אדמה ואין פחד אלהים לנגד עיניו. ויהי מקץ ימים וַיִוָעֲדוּ שניהם להביא מנחה לה׳, קין הביא את מנחתו מפרי האדמה ומפרי העץ, והבל הביא מחלב צאנו ומבכריהם, וישע ה׳ אל הבל ואל מנחתו אשר הביא מצאצאי הטבע ברוח נדיבה, ואל קין הַכֵּלַי וצר העין ואל מנחתו אשר הוציא בחזקת היד מן הארץ, לא שעה. ויחר לקין מאד בראותו כי יתר שאת להבל אחיו ממנו, ויהי בהיותם בשדה ויקם קין אל הבל אחיו ויהרגהו, ואת גויתו הסתיר בבור ויכס בעפר, ויחשוב כי בזאת יסתר גם עונו, אך ה׳ אלהים אשר אין נסתר מנגד עיניו, ראה את אשר עשה וישאלהו: אי הבל אחיך? הלא שבת אחים ישבתם תמיד יחדו וזה ימים אחדים הנך יושב לבדד, ויחרד קין וידם. אך עד מהרה הרהיב בנפשו עז ויען ויאמר: גם בעיני יפלא הדבר — וכאשר האיץ בו ה׳ להגיד לו אי הבל, חרה לקין ויען עַזוּת: גם אנכי לא ידעתי איהו! השומר אחי אנכי או אֹמְנוֹ ומלמדו אשר מספר צעדיו אדע? אז דבר אליו ה׳ באפו: התדמה בנפשך כי ממני יפלא דבר? או אם יסתר פועל רע במסתרים אני לא אראה פעלו? הנה קול דמי אחיך צעקים אלי מן האדמה לקחת נקם מיד שופכם! ועתה כי עשית זאת ארור אתה מן האדמה אשר פצתה את פיה לקחת את דמי אחיך מידך! כי תעבוד את האדמה לא תסף תת כחה לך, נע ונד תהיה בארץ, אז יכנע לבב קין הערל ויחל את פני ה׳ בזבח ומנחה, גם התודה על עונו ויאמר: אהה גדול עוני מנשוא! ויאמר אליו ה׳: לא תמות — אך פקד אפקוד עונך עד דור השביעי—. ויגרש אותו ואת אשתו וַיַרְגִיזֵם ממנוחתם להיות נעים ונדים בארץ. ויירא קין מפני החיות הטורפות השואפות לדמים, ויאמר: הה ה׳! הן גרשת אותי היום ממקום מנוחתי להתנודד ברחבי ארץ, והיה כל חיה רעה אשר תמצאני אהי טרף לְשִׁנֶיהָ. וישם ה׳ לקין אות להיות מוראו וחתיתו על כל חיתו טרף, וישלחהו להתנודד בארץ מבלי מצוא מנוח לנפשו העשוקה בדמי הבל אחיו.

Maar na vele dagen van zwerven liet de Eeuwige Ene zijn toorn van hem af en gaf hem plaats om te wonen in het land Nod. Daar bouwde Kain een huis voor zijn verblijf en hij verwekte zonen en dochters. Maar ook toen verbeterde hij zijn wegen en zijn daden niet en hij voegde nog meer boosheid toe, hij gaf zich over aan de verharding van zijn boze hart, hij pleegde onderdrukking en roof en geweld en deed alle gruwelen die de Eeuwige Ene haat. Ook zette hij zijn metgezellen aan om het geweld van hun handen te effenen in het land en zich over te geven aan vleselijke genietingen en verachtelijke begeerten, en hij hielp hen in iedere overtreding en misstap. Hij was de eerste die de eenvoud en oprechtheid van het leven verstoorde waarin de mensen tot die dagen hadden geleefd, door het uitvinden van maten en gewichten om ieder voedsel te meten en te wegen, en door de mensen te leren liefde voor winst uit onderdrukking en ontucht en wellust. Hij was de eerste die grenzen stelde aan akkers en tuinen en die een ommuurde stad bouwde tot woonplaats. In die stad vestigde hij met geweld vrije mensen en onderwierp hen onder zijn hand, en hij noemde de stad naar de naam van zijn eerstgeboren zoon Chanokh. Chanokh verwekte Irad, Irad verwekte Mechujaël, Mechujaël verwekte Metusjaël, en Metusjaël verwekte Lemekh. Lemekh was de eerste die twee vrouwen nam, de naam van de ene was Ada en de naam van de andere Tsilla. Zij baarden hem zevenenzeventig zonen. Uit de zonen van Ada was Javal, vader van allen die in tenten wonen en vee bezitten, en de naam van zijn broer was Juval, vader van allen die citer en fluit hanteren. Uit Tsilla was Tuval-Kain, die zijn broeders overtrof in kracht van hand en sterkte van arm, en hij werd vader van alle smeden van ijzer en makers van oorlogstuig. Door zijn kracht en zijn geweld en door de vernietigende werktuigen die hij uitvond wierp hij zijn schrik en vrees over allen rondom hem en geen plan dat hij bedacht was voor hem onmogelijk. Lemekh, die kennis had van de kennis van de Allerhoogste, kende ook de vloek en de wraak van de Machtige die nog op hem en zijn zonen rustte tot in het zevende geslacht vanwege Kain die het bloed van Hevel zijn broer had vergoten, en hij vertelde dit ook aan Ada en Tsilla zijn vrouwen. De zonen van Kain vermeerderden de boosheid en verdorven hun weg op de aarde, ondanks het woord van de Eeuwige Ene, zolang Adam hun vader nog leefde en des te meer na zijn dood, want zij waren een zaad van boosdoeners en wedijverden slechts in boosheid, zij voerden voortdurend oorlog en hun handen waren vol bloed, en als een van hen soms zijn hand terugtrok van moord en bloedvergieten, bedreef hij daartegenover een verachtelijke daad van geweld en roof en afschuwelijke begeerten, eendrachtig met zijn broeders de moordenaars. Maar naarmate de zonen van Kain de boosheid vermeerderden in de ogen van de Eeuwige Ene, zo vermeerderden de zonen van Sjet het goede en het rechte in de ogen van God. Want nadat Hevel was vermoord en nadat Kain van het aangezicht van de aarde was verdreven, bleef de mens kinderloos achter, hij werd zeer bedroefd in zijn hart en verlangde ernaar andere zonen te verwekken die de aarde na hem zouden erven. Toen was hij honderdendertig jaar oud en hij verwekte een zoon naar zijn gelijkenis, naar zijn beeld, en hij noemde zijn naam Sjet, zeggende: God heeft mij een ander zaad gesteld in plaats van Hevel, omdat Kain hem doodde. De dagen van Adam na de geboorte van Sjet waren achthonderd jaar en hij verwekte zonen en dochters.

אמנם אחרי התנודדו ימים רבים בארץ, הניח לו ה׳ מרגזו ויתנהו לשבת בארץ נוד, ושם בנה לו קין בית לשבתו ויולד בנים ובנות. אך גם אז לא היטיב את דרכיו ואת מעלליו, ויוסף עוד הרע, ויתמכר לשרירות לבו הרע, עָשַׁק עֹשֶק ויחמוס ויגזול ויעש כל תועבות ה׳ אשר שנא, גם הסית את רעיו לפלס חמס ידיהם בארץ, ולהנזר לתענוגות בשרים וחמדות נְמִבְזוֹת, ויעזור להם בכל דבר פשע וחטאה. הוא היה הראשון אשר הפריע את נעימות חיי הַתֹּם והיושר אשר היו בני האדם עד הימים ההם, בהמציאו את דרכי המדות והמשקולת למדוד ולשקול כל דבר מאכל אשר יאכל, ובלמדו את בני האדם אהבת בצע מעשקות וזמה ועגבים. הוא היה הראשון אשר הציב גבולות לשדות וגנים ואשר בנה עיר מושב מוקפת חומה. בעיר ההיא הושיב בחזקת היד בני חוֹרִים ויכניעם תחת ידו, ואת שם העיר קרא כשם בנו בכורו חנוך. וחנוך ילד את עירד, ועירד ילד את מחויאל, ומחייאל ילד את מתושאל, ומתושאל ילד את למך, ולמך היה הראשון אשר לקח לו שתי נשים, שם האחת עדה ושם השנית צלה, ושתיהן ילדו לו שבעה ושבעים בנים מבני עדה מהֻלל שֵׁם יָבָל אבי כל יושב אהל ומקנה, ושם יוּבָל אבי כל תופש כנור ועוגב. ומבני צלה היה תובל קין אשר גבר על אחיו בכח ידיו ואמץ זרועו ויהי אבי כל חרש ברזל ומוציא כלי קרב למעשיהם, ובכחו וגבורתו גם בכח כלי המשחית אשר המציא, הפיל אימתו ופחדו על כל סביביו ולא נבצרה ממנו כל מזמה אשר יזם לעשות. ולמך אשר ידע דעת עליון, ידע גם את האָלה ואת נקמת שדי הרובצת עוד עליו ועל בניו עד דור השביעי בגלל קין אשר שפך את דמי הבל אחיו, ויספר זאת גם לעדה וצלה נשיו–. ובני קין הרבו הָרֵעַ וישחיתו דרכם על הארץ לַמְרוֹת פי ה׳ גם בעוד אשר היה אדם אביהם בחיים חיתו ומה גם אחרי מותו. כי הם היו זרע מרעים ויתחרו אך להרע ויגורו מלחמות כל היום וידיהם דמים מלאו, ואם לפעמים השיב אחד מהם את ידיו מרצח וְשֶׁפֶך דם, התעיב לעומת זה עלילה בחמס וגזל ובחמדות נתעבות שכם אחד על אחיו המרצחים. והנה כאשר הרבו בני קין לעשות הרע בעיני ה’, כן הרבו בני שת לעשות הטוב והישר בעיני אלהים. כי אחרי אשר נרצח הבל ואחרי אשר גֹרַשׁ קין מעל פני האדמה, נשאר האדם ערירי, ויתעצב מאד אל לבו, ויכסוף להוליד בנים אחרים אשר ירשו את הארץ אחריו, ואז היה בן שלשים ומאת שנה ויולד בדמותו כצלמו ויקרא את שמו שת, באמרו כי שת לי אלהים זרע אחר תחת הבל כי הרגו קין, ויהיו ימי אדם אחרי הולידו את שת שמונה מאות שנה ויולד בנים ובנות.

Wij zullen hier niet alle afstammingen van die zonen vertellen, want de woorden zouden zeer lang worden, maar alleen over Sjet, de uitverkorene onder die zonen, laten wij korte woorden vloeien. Sjet was een rechtvaardig man, oprecht in zijn geslachten, vanaf zijn jeugd ging hij in paden van recht en tot zijn laatste dag wandelde hij met God. Ook zijn zonen onderwees hij in de rechte wegen van de Eeuwige Ene en leerde hun alleen goedheid en trouw te doen. De zonen die naar zijn geboden luisterden woonden rustig in hun land en genoten overvloedige vrede al de dagen van hun leven. Zij waren de vaders van allen die de wetten van de hemel en de gangen van sterren en hemellichten kenden, en uit zorg dat deze kostbare kennis in latere geslachten vergeten zou worden, want de eerste mens had reeds geprofeteerd dat in de toorn van de Eeuwige Ene over de boosheid van de daden van latere geslachten een Vloed van water en een Vloed van vuur over hen zou komen om hen van de aardbodem te verdelgen, daarom richtten de zonen van Sjet twee grote zuilen op, de ene van baksteen en de andere van steen. Zij graveerden daarop de woorden van de wijsheid en de wetenschappen die zij met ruim hart hadden verworven, zeggende: Als de Eeuwige Ene een Vloed van water brengt en de zuil van baksteen wordt uitgewist, zal de stenen zuil tot redding zijn en komende geslachten zullen het daarop gegrifte in waar schrift zien en hun hart tot wijsheid brengen. En op de stenen zuil hakten zij met ijzeren beitel en lood en maakten bekend dat zij ook een zuil van baksteen hadden opgericht naar zijn vorm en beeld, en als die niet meer in het land gevonden zou worden, zouden zij weten dat het geweld van de Vloed haar had weggerukt. Die stenen zuil staat nog in het land Aram tot op deze dag.

ואנחנו לא נספר בזה תולדות כל הבנים ההם, כי יארכו מאד הדברים, ורק אדות שת בחיר הבנים ההמה, נטיף בזה אמרים קצרים; שת היה איש צדיק תמים בדורותיו, מימי עלומיו הלך במעגלי צדק, ועד יומו האחרון התהלך את האלהים, וגם את בניו הדריך בדרכי ה׳ הישרים, וילמדם לעשות אך טוב וחסד. והבנים אשר הקשיבו למצותיו ישבו שאננים בארץ מולדתם ויתענגו על רוב שלום כל ימי חייהם הם היו אבות כל יודעי חקות השמים והליכות הכוכבים והמזלות, ומדאגה בדבר פן תשכחנה הידיעות הנכבדות ההנה בדורות הבאים — כי אדם הראשון נִבָּא כבר כי בחרות אף ה׳ על רֹעַ מעללי בני דורות הבאים, יביא עליהם מבול מים מבול אש לכלותם מעל פני האדמה — על כן הקימו בני שת שני עמודים גדולים, האחד עמוד לבנים והאחד עמוד אבנים, ויחרתו עליהם את דברי החכמות והמדעים אשר המציאו ברוחב לבבם, באמרם אם יביא ה׳ מבול מים על הארץ וימח את עמוד הלבנים, והיה עמוד האבן לפליטה ודורות יולדו יראו את הרשום עליו בכתב אמת ויביאו לבב חכמה. ועל עמוד האבן חצבו בעט ברזל ועופרת ויודיעו כי הציבו גם עמוד לבנים כדמותו וכצלמו, ואם לא ימצא עוד בארץ, ידעו כי שטף מי המבול גרפו—. ועמוד אבן ההוא נצב עוד בארץ ארם (סוריא) עד היום הזה.

Hoofdstuk 3 icoon Hoofdstuk 3

De Vloed. Noach en zijn zonen in de vlakte van Sinear na de Vloed. De zonen van Sjet wandelden zeven geslachten lang op rechte paden en in kringen van recht, en de Eeuwige Ene deed Zijn aangezicht over hen lichten en stortte over hen zegen tot zonder maat. Maar het achtste geslacht week af van de wegen van hun goede vaderen en deed wat boos was in de ogen van God en van mensen. Zij gaven zich over aan de wegen van hun hart, zij zonderden zich af tot schande en verdorven hun weg op de aarde, totdat de toorn van de Eeuwige Ene tegen hen ontbrandde om te vernietigen. Ook de boden van God deden toen boos, want ook zij begeerden in hun hart de schoonheid van de dochters van de mens en namen zich vrouwen uit allen die zij verkozen, en zij verwekten zonen weerspannig en opstandig, vertrouwend op de kracht van hun handen en de sterkte van hun arm. Zij verachtten alle paden van recht en deden slechts boos in de ogen van de Eeuwige Ene, en zij waren gelijk aan de reuzen die de Grieken Giganten noemen. Noach zag de boosheid van de mensen en het was hem tot grote smart, en zijn aangezicht viel neer. Hij vulde zijn mond met vermaning en bestrafte hen om hun boze wegen en hun verdorven daden, maar al zijn moeite was vergeefs. Zij verachtten hem, zij bespotten hem, en zij luisterden niet naar zijn woorden. Toen vreesde Noach dat de toorn van die boosdoeners zou ontbranden en dat zij hem zouden doden, hem en zijn vrouw en zijn zonen en allen van zijn huis. Hij nam zich voor het land te verlaten en ver weg te trekken naar vreemde streken. Maar Noach vond genade in de ogen van de Eeuwige Ene, want hij was een rechtvaardig man, oprecht in zijn geslachten. De Eeuwige Ene was hem tot schild en gaf hem niet over in de hand van zijn vervolgers. Maar tegen die mensen van boosheid ontbrandde Zijn toorn en Hij sprak om hen te vernietigen, hen en de hele mensheid, en in hun plaats goede en rechte mensen te doen opstaan. Daarom verkortte Hij eerst de dagen van het leven van de mens tot honderdtwintig jaar, terwijl tot die dagen hun levensduur als duizend jaar was. Daarna bracht Hij de Vloed van water over hen en vaagde al wat bestond weg, en Hij redde alleen Noach uit de wateren van de Vloed. Hij gebood hem een ark te maken, viervoudig van bouw, driehonderd el haar lengte, vijftig el haar breedte en dertig el haar hoogte. Hij gebood hem alle eetbaar voedsel met zich te nemen, en van al wat leeft zeven en zeven, mannelijk en vrouwelijk, om zaad in leven te houden op de aarde na de Vloed. De wanden van de ark waren sterk en vast, ook haar bedekking was zeer sterk, zodat het geweld van de wateren niet tot haar binnenste doordrong. Noach deed alles zoals de Eeuwige Ene hem geboden had. Hij ging de ark binnen, hij en Sjem en Cham en Jefet zijn zonen, en zijn vrouw en de drie vrouwen van zijn zonen, zij en al het vee en het wild en het kruipende gedierte en de vogels, zoals de Eeuwige Ene had geboden, en de Eeuwige Ene sloot achter hen toe.

המבול. נח ובניו בבקעת שנער אחר המבול. בני שת התהלכו במסלות ישרים ומעגלי צדק שבעה דורות, וה׳ האיר פניו אליהם וירק להם ברכות עד בלי די. אך דור השמיני סרו מארחות אבותיהם הטובים ויעשו הרע בעיני אלהים ואדם, ויתמכרו ללכת בדרכי לבם, וינזרו לְבֹשֶת וישחיתו דרכם על הארץ, עד כי חרה בם אף ה׳ עד להשחית. גם מלאכי אלהים הרעו אז לעשות, כי גם הם חמדו את יפי בנות האדם בלבבם, ויקחו להם נשים מכל אשר בחרו, ויולידו בנים סוררים ומורים, אשר בטחו בכח ידיהם וזרוע עֻזם, ויבוזו לכל ארחות צדק, ויעשו אך הרע בעיני ה׳ והם דומים להנפילים אשר פי היוָנים יקבם בשם גינאנטים (גיגאנטען). ונח ראה את רעה בני האדם, וירע לו רעה גדולה מאד ויפלו פניו, וימַלא פיו תוכחות ויוכיחם על דרכיהם הרעים ומעלליהם הנשחתים, אך כל עמלו נשאר מָעַל, כי הם בזו לו לעגו לו, ולא הקשיבו אל כל דבריו. אז ירא נח פן יבער כמעט אף הרשעים ההם ויהרגו אותו ואת אשתו ובניו וכל אנשי ביתו, וישם על לבו לעזוב את הארץ ההיא ולהרחיק נדוד לארצות נכריות. ונח מצא חן בעיני ה׳, כי היה איש צדיק תמים בדורותיו, ויהי מָגֵן לו ולא מִגֵן אותו בידי צוררי נפשו, אך באנשי רשע ההם חרה אפו ויאמר להשחיתם ואתם יחד את כל האדם, ולהקים תחתיהם אנשים טובים וישרים, ועל כן היתה ראשית מעשהו להקציר את ימי חיי האדם עד מאה ועשרים שנה, תחת אשר עד הימים ההם היו ימי חייהם כאלף שנים, ואחרי כן הביא עליהם מבול מים וימח את כל היקום, ורק את נח הציל ממי המבול, ויצוהו לעשות לו תבה בעלת ארבע מכפלות, שלש מאות אמה ארך דחבה, חמשים אמה רחבה ושלשים אמה קומתה, גם צוהו להביא אתו אל התבה מכל מאכל אשר נאכל, ומכל החי שבעה שבעה זכר ונקבה לחיות זרע על פני האדמה אחר המבול. כתלי התבה היו חזקים ומוצקים, גם מכסה התבה חזקה מאד לבל יגיע שטף מי המבול אל תוכה, ויעש נח ככל אשר צוהו ה׳, ויבא הוא ושם וחם ויפת בניו ואשתו ושלשת נשי בניו אל התבה, המה וכל החיה והבהמה וכל הרמש וכל העוף כאשר צוה ה׳, ויסגור ה׳ בעדם.

Noach was de tiende geslachtslijn vanaf de eerste mens. Hij was zoon van Lemekh, zoon van Metoesjelach, zoon van Chanokh, zoon van Jered, zoon van Mahalalel, zoon van Kenan, zoon van Enosj, zoon van Sjet, zoon van de mens. In het zeshonderdste jaar van Noachs leven kwam de Vloed over de aarde, in de tweede maand, die door de Macedoniërs Diom werd genoemd en door de Hebreeën MarChesjwan. Zo deelden de Egyptenaren de maanden van het jaar, en volgens die verdeling is deze maand de tweede. Maar volgens de leer van Mosjee wordt Ijar als de tweede maand gerekend, want de eerste maand is Nisan, die de Grieken Xantinos noemen, omdat daarin Israël uit Egypte trok. De meeste inzettingen van de dienst aan God worden volgens deze telling vastgesteld. Maar in zaken van handel en bestuur wordt Tisjri als de eerste maand gerekend, en volgens die telling is MarChesjwan de tweede maand. Volgens de leer van Mosjee begon de Vloed op de zeventiende dag van deze maand. Van de dag waarop de Eeuwige Ene de mens schiep tot aan de Vloed gingen duizend zeshonderd zesenvijftig jaren voorbij. Deze telling wordt gevonden in de leer van Mosjee wanneer men de levensjaren telt van de uitverkoren mannen van die vroege geslachten, gerekend vanaf hun geboorte tot hun einde. De eerste mens leefde negenhonderd dertig jaar en verwekte Sjet toen hij honderddertig jaar was. Sjet verwekte Enosj op de leeftijd van honderd vijf jaar. Enosj leefde negenhonderd vijf jaar en verwekte Kenan toen hij negentig jaar was. Kenan leefde negenhonderd tien jaar en verwekte Mahalalel toen hij zeventig jaar was. Mahalalel leefde achthonderd vijfennegentig jaar en verwekte Jered toen hij vijfenzestig jaar was. Jered leefde negenhonderd tweeënzestig jaar en verwekte Chanokh toen hij honderd tweeënzestig jaar was. Chanokh leefde driehonderd vijfenzestig jaar en God nam hem weg. Hij verwekte Metoesjelach toen hij vijfenzestig jaar was. Metoesjelach verwekte Lemekh toen hij honderd zevenentachtig jaar was en leefde negenhonderd negenenzestig jaar. Lemekh leefde zevenhonderd zevenenzeventig jaar en gaf het leiderschap over aan Noach, die geboren werd toen hij honderd tweeëntachtig jaar was. Noach leefde negenhonderd vijftig jaar. Zo blijkt helder het getal van de jaren van Adam tot aan de Vloed, duizend zeshonderd zesenvijftig jaar.

נח היה הדור העשירי לאדם הראשון, כי הוא היה בן למך, בן מתושלח, בן חנוך, בן ירד, בן מהללאל, בן קינן, בן אנוש, בן שת, בן אדם. בשנת שש מאות שנה לחיי נח היה המבול על הארץ, בחדש השני אשר המקדונים יקראו לו בשם דְיוֹם והעברים בשם מרחשון, כי כן חלקו המצרים את חדשי השנה, ועל פי המחלקה הזאת יחשב החדש הזה לחדש השני בשנה, אך על פי תורת משה יחשב חדש אייר לחדש השני בשנה כי החדש הראשון הוא ניסן, החדש אשר היונים יקראו אותו בשם קסאנטינוס ,יען כי בו יצאו בני ישראל ממצרים, ורֻבי המצות בעניני עבודת אלהים תעשינה על פי החשבון הזה לחדשי השנה, אולם בכל דברי ממכר וקנין ובבל הנהגות המדינה, נחשוב את חדש תשרי להחדש הראשון בשנה, ולפי החשבון הזה חדש מרחשון הוא החדש השני —. ובעדות תורת משה הוחל המבול בשבעה עשר יום לחדש הזה . מיום ברוא ה׳ את האדם עד המבול עברו אלף ושש מאות וחמשים ושש שנים. החשבון הזה נמצא בתורת משה אם נחשוב את שני חיי האנשים הַמְצֻיָנִים והמהֻללים אשר היו בדורות עולמים ההם. והחשבון ההוא נחשוב מראשית עד אחרית ימי חייהם על הארץ. כי אדם הראשון אשר חי תשע מאות ושלשים שנה, הוליד את שת בהיותו בן שלשים ומאת שנה , ושת היה בן חמש שנים ומאת שנה בהולידו את אנוש , ואנוש אשר חי חמש שנים ותשע מאות שנה, הוליד בהיותו בן תשעים שנה את קינן ויתן את ממשלתו בידו. קינן חי תשע מאות ועשר שנה, ובהיותו בן שבעים שנה הוליד את מהללאל . מהללאל חי חמש ותשעים שנה ושמונה מאות שנה, ובהיותו בן חמש שנים וששים שנה הוליד את ירד . ירד חי שתים וששים שנה ותשע מאות שנה, ובהיותו בן מאה וששים ושתים שנים הוליד את חנוך. וחנוך היה בו חמש וששים שנה ושלש מאות שנה ויקחהו אלהים ולא נדע עוד ממנו דבר, ובהיותו בן חמש וששים שנה הוליד את מתושלח, ומתושלח בהיותו בן מאה ושמנים ושבע שנים הוליד את למך ויתן את ממשלתו בידו אחרי מָשְׁלוֹ הוא לבדו תשע וששים שנה ותשע מאות שנה. ולמך משל על בני האדם שבע ושבעים שנה ושבע מאות שנה, ואז נתן את ממשלתו ביד נח בנו אשר נולד לו בהיותו בן שתים ושמנים שנה ומאת שנה, וְנֹחַ משל תשע מאות וחמשים שנה. ואם נחשוב את שנות הדורות ההם באופן הזה אשר יֵצא כאור מספר השנים מאדם עד המבול, הלא הוא אלף ושש מאות וחמשים ושש שנים.

Maar het is niet aan ons om te speuren en te onderzoeken naar het einde van de mensen uit die geslachten, wier levensdagen zich uitstrekten tot dertig en zelfs veertig jaren van eeuwen, doch slechts om te overwegen het begin van hun levens en de tijd van hun geboorte. Nadat de Eeuwige Ene tekenen had gegeven aan de mensen, opdat zij zouden terugkeren van hun wegen en van het geweld dat in hun handen was, en zij niet terugkeerden, liet de Eeuwige Ene zware regens neerkomen uit de hemel, veertig dagen en veertig nachten zonder ophouden, totdat de wateren vijftien el boven de aarde uitrezen, en alle mensen omkwamen en alles wat op het aardoppervlak was werd uitgewist. Honderdvijftig dagen bleven de wateren heersen, en na verloop van een jaar, in de zevende maand, op de zeventiende dag van de maand, begonnen de wateren te zakken en te verminderen, en de ark rustte op een van de bergen in het land Arminia. Noach opende het venster van de ark en zag dat op sommige plaatsen het aardoppervlak reeds enigszins droog was geworden, en zijn geest leefde op. En na enkele dagen zond hij de raaf uit de ark, om te zien of er reeds een droog stuk land was waarop men kon wonen. Maar de raaf zag dat de wateren nog steeds het aardoppervlak bedekten en keerde terug tot Noach in de ark. Toen wachtte Noach zeven dagen en zond de duif uit om te zien of de wateren van de aarde waren geweken, maar ook zij keerde tot hem terug, want zij vond geen rustplaats voor haar voet, daar water over de hele aarde lag. Opnieuw wachtte hij zeven dagen en zond de duif weer uit, en zij kwam tegen de avond tot hem terug, met modder besmeurd en met een olijftak in haar snavel, en Noach wist dat de wateren van de aarde waren gezakt. Daarna wachtte hij nog zeven andere dagen en bracht alle dieren die met hem in de ark waren naar buiten, en vervolgens ging ook hijzelf naar buiten met zijn vrouw, zijn zonen en de vrouwen van zijn zonen. Maar vóórdat hij de ark verliet, bracht hij een offer aan de Eeuwige Ene, en hij en zijn zonen aten van het vlees van het offer. De plaats waarop de ark van Noach rustte, noemen de Armeniërs Apobaterion, wat Uitgang betekent, omdat Noach en allen die met hem waren daar uit de ark zijn gegaan, en de mensen van die streek tonen tot op heden de overblijfselen die daar van de ark van Noach zijn achtergebleven. Niet alleen de leer van Mosjee vertelt over de Vloed en de ark, maar ook de schrijvers van de volken beschrijven dit, ieder in zijn eigen taal. Onder hen schrijft Berossos de Chaldeeër over de Vloed als volgt: velen zeggen dat op de bergen van Kordu in het land Arminia nog enkele planken van de ark die Noach heeft gemaakt te vinden zijn, en dat de mensen van die streek daarvan hars nemen om vele verschillende ziekten te genezen. Ook Hieronymos de Egyptenaar, die de geschiedenis van de Tyriërs heeft beschreven, evenals Manasses en nog vele andere schrijvers, hebben de Vloed en de ark beschreven overeenkomstig wat geschreven staat in de leer van Mosjee. Ook de vermaarde schrijver Nikolaos van Damascus schrijft in het zesennegentigste deel van zijn grote werk aldus: boven het gebied van Milias verheft zich in het land Arminia een hoge berg die Baris wordt genoemd, waarop volgens een oude overlevering in de dagen van de Vloed vele mensen zijn gevlucht en aan de dood zijn ontkomen. Eén man steeg in een ark op de top van die berg en werd gered van de wateren van de Vloed, en resten van die ark zijn daar nog lange tijd gevonden, en wellicht was deze man Noach, zoals verteld wordt in het boek van de leer van Mosjee. Toen Noach uit de ark was gegaan, vreesde hij dat de Eeuwige Ene jaar na jaar opnieuw een Vloed over de aarde zou brengen, en hij bouwde een altaar voor de Eeuwige Ene en bracht daarop brandoffers, en hij smeekte de Eeuwige Ene dat Hij de mens niet opnieuw zou verderven, en dat Hij bij Zijn bezoeking van de goddelozen de rechtvaardigen niet met hen samen zou wegvagen. Dan zou de wereld standhouden en de aarde bewerkt en bezaaid worden, huizen zouden worden gebouwd en de mensen zouden hun dagen vernieuwen als vanouds, en zij zouden een leven van rust leiden zoals in de vroege jaren vóór de Vloed, en zij zouden hun dagen op aarde verlengen als de eerste vaderen. De Eeuwige Ene zag naar Noach en naar zijn offer en hoorde zijn gebed, en Hij beloofde zijn verzoek te vervullen, want hij had genade gevonden in Zijn ogen vanwege zijn gerechtigheid en de oprechtheid van zijn hart. Hij maakte hem ook bekend dat Hij niet het sterven van de goddeloze begeert, maar dat hij terugkeert van zijn wegen en leeft, en dat Hij de Vloed niet uit eigen wil had gebracht om al het vlees te verderven, maar dat de mensen door het geweld van hun handen en de slechtheid van hun daden hun eigen lot hadden veroorzaakt, en dat hun vergelding naar hun werken was geschied. Want indien Hij had gewild de mens te verpletteren en geheel van de aardbodem weg te nemen, dan zou Hij hem niet hebben geschapen, want beter is het de mens geen leven te geven dan hem spoedig weer het leven te ontnemen. Maar omdat zij Hem hadden verworpen en Hem door hun boosheid en overmoed hadden getergd, sprak de Eeuwige Ene opnieuw tot Noach en zei dat zij Hem door hun slechtheid hadden aangespoord om recht over hen te oefenen. Maar voortaan en tot in eeuwigheid zou Hij niet meer al wat leeft slaan zoals Hij had gedaan, want de neiging van het hart van de mens is boos van zijn jeugd af, en Hij is barmhartig en genadig en Zijn ontferming rust op al Zijn werken, en Hij had het gebed van Noach verhoord dat hij voor de mensen had gebeden, en omwille van hem zou Hij hen niet opnieuw verderven. En indien Hij soms een stormwind en slagregen over de aarde zou brengen, zou het hart van de mens niet bevreesd hoeven te zijn, want Hij zou geen Vloed meer brengen om al wat bestaat onder de hemel uit te wissen. Maar zij moesten niet langer mensenbloed vergieten, en wie moedwillig mensenbloed vergiet, diens bloed zal ook vergoten worden. Daarentegen stond Hij hun toe het bloed van dieren, vee en gevogelte te vergieten en hun vlees te eten, en al wat kruipt en leeft gaf Hij hun tot voedsel, zoals Hij hun tevoren het groene kruid had gegeven, behalve dat zij het vlees niet zouden eten met zijn bloed, want het bloed is de ziel van alle levende wezens. Hun schrik en vrees zou rusten op alle dieren van de aarde, op alle vogels van de hemel en op de vissen van de zee, want alles is onder hun voeten gegeven. En tot teken van het verbond tussen Hem en hen, dat niet opnieuw al het vlees door wateren van de Vloed zou worden uitgeroeid, gaf Hij Zijn boog in de wolk, en wanneer zich een wolk samenpakt met storm en stortregen over de aarde, zal de boog in de wolk verschijnen, en Hij zal Zijn verbond gedenken dat tussen Hem en hen is en tussen alle levende ziel, en de wateren zullen niet meer tot een Vloed worden om al het vlees te verderven. Na deze woorden verhief de heerlijkheid van de Eeuwige Ene zich van Noach. En Noach leefde na de Vloed driehonderd en vijftig jaar, en hij voltooide zijn dagen in goedheid en aangenaamheid, en al de dagen van Noach waren negenhonderd en vijftig jaar, en hij stierf. En het is hier passend de lezer te waarschuwen zich niet te laten verleiden tot twijfel over het aantal jaren van onze eerste vaderen, die leefden tot negenhonderd en zestig jaar, terwijl onze levensdagen op aarde slechts zeventig jaren zijn, en bij kracht tachtig jaren, want de leer van de Eeuwige Ene is volkomen en al haar woorden zijn waarheid en betrouwbaarheid, en in trouw hebben die geslachten hun dagen verlengd zoals onze leer verhaalt, omdat zij genade vonden in de ogen van God door hun oprechte wandel en de gerechtigheid van hun ziel, en ook omdat zij zich niet verontreinigden met gulzig voedsel en bedwelmende drank, maar hun voedsel eenvoudig was en hun drank levend water. Daarom verlengde de Eeuwige Ene hun levensdagen, opdat zij recht en gerechtigheid op aarde zouden leren doen, en opdat zij in staat zouden zijn de wortels van wijsheid en wetenschap na te gaan en hun onderzoek van het hart te openbaren in de banen van de sferen en de wetten van het hemelse leger, waartoe zij niet zouden hebben kunnen komen indien zij niet ten minste negenhonderd jaren hadden geleefd. Ook de Griekse schrijvers en die van andere volken getuigen dat de mensen van de oude geslachten zeer lange levens hadden, overeenkomstig wat in de Tora is geschreven. Zo getuigt Manetho, die de geschiedenis van de Mitsrajiem heeft geschreven, evenals Berossos, die de geschiedenis van de Chaldeeën beschreef, en ook de schrijvers Mochos en Hestiaios, en Hieronymos de Egyptenaar, die de geschiedenis van de Tyriërs schreef. En de vermaarde schrijvers Hesiodos, Hekataios de Alanikos, Akousilaos, Ephoros en Nikolaos schrijven dat de mensen van die geslachten zelfs nog langer leefden dan in de Tora is vermeld, want volgens hun woorden bereikten zij duizend jaren.

אך אין לנו לחקור ולחפש אחרי אחרית בני הדורות ההם (אשר ימי חייהם נמשכו עד שִלֵשים ועד רִבֵּעִים) רק לחשוב ראשית ימי חייהם ומתי נולדו—. אחרי תת ה׳ אותות לבני האדם כי ישובו מדרכיהם ומהחמס אשר בכפיהם, ולא שבו, המטיר ה׳ מטרות עז מן השמים ארבעים יום וארבעים לילה מבלי הפוגה, עד אשר גברו המים חמש עשרה אמה על הארץ, ויגוע כל האדם וימח כל היקום אשר על פני האדמה. חמשים ומאת יום גברו המים, ולתקופת השנה בחדש השביעי בשבעה עשר לחדש הלכו המים הָלוֹך וחסור, ותנח התבה על אחד ההרים בארץ ארמיניה , ויפתח נח את חלון התבה וירא כי במקומות אחדים חרבו מעט פני האדמה, ותחי רוחו. ואחרי ימים מעטים שלח את הָעֹרב מן התבה לראות אם המצא תמצא יבשת ארץ אשר יוכל לשבת בה. אך העֹרב ראה כי המים יכסו עוד את פני הארץ וישב אל נח לתוך התבה, ויחל נח שבעת ימים וישלח את היונה לראות הקלו המים מעל הארץ, ותשב גם היא אליו, כי לא מצאה מנוח לכף רגלה כי מים על פני כל הארץ, ויחל עוד שבעת ימים ויוסף שלח את היונה, ותבוא אליו לעת ערב טבולה בַבוֹץ וענף עץ זית בפיה, וידע נח כי קלו המים מעל הארץ, וייחל עוד שבעת ימים אחרים ויוצא את כל החיה אשר אתו בתבה החוצה, ואחרי כן יצא גם הוא ואשתו ובניו ונשיהם מן התבה; אך לפני צאתו ממנה, הביא קרבן לה׳, ויאכל הוא ובניו מבשר הזבח. המקום אשר נחה עליו תבת נח יקראו הארמינים בשם אפובאטעריון, ופתרונו מוצא (אויסגאנג), כי שם יצא נח וכל אשר אתו מן התבה, ואנשי המקום יַרְאוֹ עד היום את שארית הפליטה אשר נשארה שם מתבת נח. זולת תורת משה יספרו גם סופרי העמים את דבר המבול והתבה איש איש בלשון עמו; בין הסופרים ההם, יכתוב בעראסוס הכשדי אדות המבול כדברים האלה: ״רבים אומרים כי על הרי קודרו בארץ ארמיניה יִמָצְאו עוד קרשים אחדים מקרשי התבה אשר עשה נח, ואנשי המקום יקחו מהם כֹּפר (האַרץ) לרפאות חליים רבים ושונים״. גם הירונימוס המצרי אשר כתב דברי ימי הצוֹרים, גם מנאַזעס ועוד סופרים רבים כתבו את דבר המבול והתבה ככל הכתוב בספר תורת משה. גם הסופר הנודע ניקולויס הדמשקי יכתוב בחלק התשעים וששה מספרו הגדול כדברים האלה: ״ממעל לנפת מיליאַס יתנשא בארץ ארמיניה הר גבוה אשר יִקָרֵא בשם באַריס, ואשר על פי הגדה עתיקה ברחו שם אנשים רבים בימי המבול וימלטו ממות; ואיש אחד עלה בתבה על ראש ההר ההוא וינצל ממי המבול, ושרידים מהתבה ההיא נמצאו שם ימים רבים, ואולי הוא האיש נח כפי המסֻפר בספר תורת משה״. ונח בצאתו מן התבה היה ירא פן יוסיף ה׳ להביא מבול על הארץ מדי שנה בשנה, ויבן מזבח לה׳ ויעל עליו עֹלֹת ויחל את פני ה׳ לבל ישוב לשחת עוד את האדם, ובפקדו אפו על הרשעים לא יספה גם את הצדיקים אתם יחד, ואז תכון תבל והאדמה תעבד ותזרע, גם יִבָּנוּ בתים ובני האדם יחַדשו ימיהם כקדם ויחיו חיי נעם כבשנים קדמוניות לפני המבול, גם יאריכו ימים על הארץ כימי אבותיהם הראשונים. וישע ה׳ אל נח ואל קרבנו, וישמע בקול תפלתו, ויבטיחהו למלאות את שאלתו, כי מצא חן בעיניו בגלל צדקתו ותֹם לבבו. גם גלה את אזנו כי הוא לא יחפוץ במות הרשע כי אם בשובו מדרכיו וחיה, ולא ברצונו הביא את המבול לשחת כל בשר, רק בני האדם בחמס ידיהם ורע מעלליהם הֵסַבּוּ בנפשותם וכגמול ידם נעשה להם. ולו חפץ להשיב אנוש עד דכא ולכלותם מעל פני האדמה בשנאתו אותם, כי אז לא ברא אותם, כי טוב לבלתי תת חיים להאדם מאשר לשוב ולקחת ממנו מהר את החיים אשר נתן לו. אך יען כי נאץ נאצוני האנשים ההם, הוסיף ה׳ דבר אל נח, ויכעיסוני ברעתם וזדונם, הִמריצוני לעשות בהם שפטים ולהשיב גמול להם. אולם מעתה ועד עולם לא אוסיף עוד להכות את כל חי כאשר עשיתי, כי יצר לב האדם רע מנעוריו, ואני רחום וחנון, ורחמי על כל מעשי, גם נעתרתי אל תפלתך אשר התפללת בעד בני האדם, ולמענך למענך לא אשוב עוד להשחיתם. ואם אביא לפעמים סער מתחולל וגשם שוטף על הארץ, אל יפֹּל לב האדם, כי לא אביא עוד מבול למחות את כל היקום מתחת השמים. אך אתם אל תוסיפו לשפוך עוד דמי אדם, ואם יזיד אנוש לשפוך דם אדם, גם דמו ישפך. ולעומת זאת אתיר את ידכם לשפוך דמי חיה בהמה ועוף ולאכול את בשרם, וכל רמש אשר הוא חי נתתי לכם לאכלה, כירק עשב לפנים נתתי לכם עתה את כל, אפס כי לא תאכלו עם בשרם גם את דמם, כי הדם הוא הנפש בכל בעלי החיים. ומוראכם וחתכם יהיה על כל חית הארץ ועל כל עוף השמים ודגי הים, כי כל שַׁתִּי תחת רגליכם. ולאות ברית ביני וביניכם לבל יכרת כל בשר עוד ממי המבול, נתתי את קשתי בענן (הקשת היא בעיני היהודים כלי נשק האלהים וקשת גבורתו), והיה בענני ענן עם סער ומטר סוחף על הארץ, ונראתה הקשת בענן, וזכרתי את בריתי אשר ביני וביניכם ובין כל נפש חיה, ולא יהיה עוד המים למבול לשחת כל בשר. אחרי הדברים האלה, נעלה כבוד ה׳ מעל נח. ויחי נח אחר המבול שלש מאות שנה וחמשים שנה, וַיְכַל בטוב ימיו ושנותיו בנעימים, ויהי כל ימי נח תשע מאות שנה וחמשים שנה וימת. והנה מקום אתי להזהיר את הקורא לבל יעוז לפסוח על שתי הסעפים בדבר מספר שנות אבותינו הראשונים אשר חיו עד תשע מאות וששים שנה תחת אשר ימי שנותינו על הארץ רק שבעים שנה ואם בגבורות שמונים שנה, כי תורת ה׳ תמימה היא וכל דבריה אמת ואמונה, ובאמונה אֹמֶן האריכו הדורות ההם ימים ככל אשר תספר תורתנו, יען כי מצאו חן בעיני האלהים בהתהלכם לפניו בתם לבבם וצדקת נפשם, גם יען אשר הם לא התגאלו במאכל תאוה ומשקה שכרון, כי מאכלם בריאה וְשִׁקוּיָם מים חיים. אף לזאת האריך ה׳ את ימי חייהם לבעבור ילמדו עשות משפט וצדקה בארץ, ולבעבור תהי לאל ידם להתחקות על שרשי רגלי החכמות והמדעים, ולהוציא לאור את חקרי לבבם בהליכות הספירות וחקות צבא השמים, אשר לא היתה לאל ידם לבוא עד תכליתם אם לא האריכו ימים עד תשע מאות שנה למצער. גם סופרי היונים ויתר העמים יעידו כי בני הדורות הקדמונים האריכו ימים מאד ככל הכתוב בתורה, וכן יעיד גם מאַנעטאָ אשר כתב דברי ימי המצרים, גם בעראזוס אשר כתב דברי ימי הכשדים, גם הסופר מאכוס והסופר העסטיאֶאוס, גם הסופר היראָנימוס המצרי אשר כתב דברי ימי הצורים. והסופרים הנודעים העזיאס, העקאטאאוס העלאניקוס, אקוזילאאוס, עפארוס וניקולויס יכתבו כי בני הדורות ההם האריכו ימים יותר עוד מאשר כתוב בתורה, כי לפי דבריהם חיו עד אלף שנים.

Hoofdstuk 4 icoonHoofdstuk 4

De generatie van de verdeling en de verdeling van de talen. Sjem, Jefet en Cham, zonen van Noach, die honderd jaar vóór de Vloed geboren waren, waren de eersten die in hun ziel moed vatten om na de Vloed van de bergtoppen af te dalen naar de vlakten. Zij versterkten ook de handen van de andere mensen om te doen zoals zij deden. De eerste vlakte die zij tot woonplaats verkozen was de grote vlakte in het land Sinear. Maar de Eeuwige Ene, die het goede van de mens zoekt, gebood hun niet opeengepakt op die plaats te wonen, maar zich te verspreiden over de wijde aarde en ruim te wonen, want wanneer zij dicht bij elkaar op één plaats wonen, komt twist tussen hen, en de een zal de ander verdringen, omdat de plaats hen niet dragen kan om samen te wonen. Maar wanneer zij uiteengaan over de uitgestrektheid van de aarde, zal ook de bewerking van de grond overal doorbreken, hun opbrengst zal uitbotten, hun koren en hun most zullen toenemen om vele volken te leven te geven.

דור הפלגה ופלגות הלשונות. שֵׁם, יפת וחם בני נח אשר נולדו מאה שנה לפני המבול, היו הראשונים אשר הרהיבו בנפשם עז לרדת אחר המבול מראשי ההרים אל הבקעות, גם חזקו את ידי יתר האנשים לעשות כאשר עשו הם, הבקעה הראשונה אשר אִווּ למושב להם, היא הבקעה הגדולה אשר בארץ שנער. אך ה׳ החפץ בטובת האדם, צוה אותם לבל ישבו צפופים במקום ההוא, רק יפוצו ברחבי תבל וישבו ברחבה, כי בשבתם איש אצל אחיו במקום אחד, תהי מריבה ביניהם, ואיש את אחיו ידחקון, כי לא ישא אותם, המקום לשבת יחדו, ובהפרדם במרחבי התבל תפרוץ גם עבודת האדמה בכל מקומות מושבותיהם, ינוב חילם ודגנם ותירושם ירבו להחיות עמים רבים.

Toch waren die mensen zonder hart en zij luisterden niet naar het gebod van de Eeuwige Ene, en daarom kwam over hen wat hun daden verdienden. Toen zij talrijk werden in die vlakte en hun aantal steeds groter werd, gebood de Eeuwige Ene hun opnieuw uit te gaan naar de wijde aarde en veilige woonplaatsen te zoeken, maar ook deze keer luisterden zij niet naar Zijn stem. Zij dwaalden af en geloofden niet dat al hun goed hun toekwam uit de hand van God, de Goede, die goed doet aan allen. Zij verheven zich en zeiden dat zij door hun kracht en de sterkte van hun hand zichzelf vermogen hadden verworven. In plaats van God te dienen om al het goede dat Hij hun had gedaan, krenkten zij Hem nog meer met plannen van dwaasheid en boosheid. Zij dachten een gedachte van boosheid, dat Hij hen alleen uit haat wilde verspreiden over vele landen, zodat het Hem dan gemakkelijk zou zijn Zijn hand op hen te laten neerkomen en hen onder Zijn voeten te verpletteren. Nimrod, kleinzoon van Cham, dreef hen verder aan tot zo’n boze gedachte en tot een misstap van opstand, met nog grotere hardheid. Want hij was stout van ziel en een gewelddadige held, en hij verleidde hen te geloven dat niet de hand van de Eeuwige Ene maar hun eigen hand hun al het vermogen had gegeven dat zij bezaten. Hij sprak dat de Eeuwige Ene een vijand en een wreker is voor de mensen, en dat de gedachten van Zijn hart slechts boos tegen hen zijn al de dagen. Hij beloofde hun ook dat hij, Nimrod, hun arm in de ochtend zou zijn en hen zou redden uit de hand van de Eeuwige Ene telkens wanneer Hij zou willen doen wat boos is en hen vernietigen. Hij zei dat hij voor hen een toren zou bouwen, hoog en verheven, waarvan de top zou reiken tot het hart van de hemel, en dat de wateren van de Vloed niet zouden komen tot zijn hoogste einde. Dan, zo zei hij, zouden zij wraak nemen op de Eeuwige Ene omdat Hij hun vaderen had laten sterven en hen had uitgewist in de wateren van de Vloed.

אולם האנשים ההם היו חסרי לב ולא האזינו למצות ה׳, ועל כן באה עליהם רעה כפי רֹע מעלליהם. ויהי כאשר החלו לָרֹב בבקעה ההיא ומספרם הלך הָלֹך וגדול, צוה אותם ה׳ שנית ללכת למרחבי ארץ ולבקש להם משכנות מבטחים, אך הם לא שמעו בקולו גם בפעם הזאת. כי הם נואלו ולא האמינו כי כל טובם בא להם מיד האל הטוב המטיב לכל, ויתאמרו כי בכחם ועצם ידם עשו להם חיל, ותחת עבוד אלהים על כל הטוב אשר היטיב עמהם, הכעיסוהו עוד במזמות רֶשַׁע כֶּסֶל, ויחשבו מחשבת אָוֶן כי רק בשנאתו אותם יחפוץ להפיצם בארצות רבות, לבעבור יקל לו אז להנחֵת ידו עליהם ולדכאם תחת רגליו. למחשבת רעה וחטאת מרי כזאת הדיח עוד אותם נמרוד נכד חם, ביתר עָז, כי בהיותו עז נפש וגבור עריץ, פתה אותם להאמין כי לא יד ה׳ רק ידם עשתה להם כל החיל אשר להם, כי ה׳ אויב ומתנקם הוא לבני האדם, וכל מחשבות לבו רק רע עליהם כל הימים. גם הבטיח להם כי הוא (נמרוד) יהי זרֹעם לבקרים ויצילם מיד ה׳ בכל עת אשר יחפוץ להרע להם ולהשחיתם, באמרו כי הוא יבנה להם מגדל רם ונשא אשר שיאו יניע עד לב השמים ומי המבול לא יגיעו עד מְרוֹם קצו, ואז יקח נקם מאת ה׳ על אשר המית את אבותיהם וישחיתם במי המבול.

Heel het volk liet zich verleiden door de woorden van Nimrod. Zij gaven zich over aan het bouwen van de toren en aan het tarten van God. Hun aantal was groot en zeer machtig, en niets stond hun in de weg van wat zij beraamden te doen. In korte dagen rees de toren omhoog en zijn top kwam tot aan de wolk. Maar omdat hij ook zeer breed was, werd zijn hoogte en de kracht van zijn verheffing niet als hoog gezien voor het oog. De toren werd gebouwd van gebakken stenen, met pek bestreken, steen aan steen, zodat een geweld van vele wateren hem niet tot boosheid kon raken. De Eeuwige Ene zag hun daden en verwierp ze. Al verdienden zij de dood, omdat zij Hem hadden gekrenkt en geen les hadden genomen van hun vaderen die waren uitgewist in de wateren van de Vloed, toch wilde de Eeuwige Ene hen niet vernietigen. Hij verwarde slechts hun taal, zodat de een de taal van de ander niet verstond. Daarom wordt de plaats waar zij de toren bouwden nu Babel genoemd, omdat daar de Eeuwige Ene de taal van de hele aarde verwarde. De bouw van de toren en de verdeling van de talen wordt ook genoemd in de woorden van de profetie voor de volken die Sibylle heet. Zo luiden haar woorden. Toen de hele aarde één taal had, bouwden de mensen een zeer hoge toren om daarmee op te stijgen naar de hemel. Maar God bracht een grote en sterke storm over het land en wierp de toren neer. Ook schiep Hij voor ieder van de bouwers een andere tongspraak dan die van zijn metgezel. Daarom werd ook de stad die op die plaats gebouwd werd Babel genoemd, omdat daar God de taal van de aarde verwarde en de tongen van de mensen verdeelde. De vlakte van Sinear wordt ook genoemd in het boek van Hestiaios. Zo zegt hij. Velen zeggen dat de priesters die nog in leven waren het heilige van Zeus Enalios namen en het naar Sinear brachten, in het land Babel.

וכל עם הארץ נפתו לדברי נמרוד ויתמכרו לבנות את המגדל ולהתגרות באלהים, ובהיות מספרם רב ועצום מאד, לא נבצרה מהם את אשר יזמו לעשות, ובימים לא כבירים התנשא המגדל ושיאו לעב הגיע. אך בהיותו רחב במאד מאד, לא נכר גבהו וְשִׂיא חָסנו ורומו למראה עינים. המגדל נבנה מלבנים שרופות אשר נָטוֹחוּ בַּכֹּפֶר אשה אל אחותה עד כי שטף מים רבים לא יכלו לגעת בו לרעה, וירא ה׳ את מעשיהם וינאץ, ואף כי היה להם משפט מות על הכעיסם את ה’ ולא לקחו מוסר מאבותיהם אשר נִמחו במי המבול, בכל זאת לא אבה ה׳ השחיתם, רק בלל את שפתם עד כי לא שמעו איש את שפת רעהו. המקום אשר בנו שם את המגדל, יקרא כעת בשם בבל, כי שם בלל ה׳ את שפת כל הארץ. בנין המגדל ופלגות הלשונות, נזכרו גם בדברי הנביאה לגוים הנקובה בשם סיבילה, הלא כה דבריה: בהיות כל הארץ שפה אחת, בנו בני האדם מגדל גבוה מאד לעלות בו אל השמים. אך האלהים הטיל סער גדול וחזק בארץ, ויהרוס את המגדל, גם ברא לכל אחד מבוני המגדל ניב שפתים שונה מניב שפת רעהו, ועל כן נקראה גם העיר אשר נבנתה על המקום ההוא בשם בבל, כי שם בלל אלהים את שפת הארץ ויפלג את לשונות בני האדם. בקעת שנער נזכרה גם בדברי הספר העסטיאאוס, ואלה דבריו: רבים אומרים כי הכהנים אשר נשארו עוד בחיים, לקחו את קדשי צעאוס ענאליוס ויביאום אל שנער בארץ בבל.

Hoofdstuk 5 icoonHoofdstuk 5

De verstrooiingen van de zonen van Noach over de wijde aarde. Nadat de Eeuwige Ene de taal van de mensen had verwart, verspreidden zij zich vanuit Babel over het aangezicht van heel de aarde, ieder naar de plaats waar de geest van de Eeuwige Ene hem deed wonen, totdat zij het vasteland vulden, het binnenland en het kustland, en velen hun leven waagden om met schepen over de zeeën te trekken en bezit te nemen van de eilanden der zee. Sommige volken veranderden hun oude naam niet tot op deze dag, andere veranderden hem naar wat goed en passend was in hun ogen, en weer andere pasten hun namen aan tot namen die bekend waren bij de volken van de landen nabij hun woonplaatsen. Ook de Grieken gaven aan sommige volken nieuwe namen in hun eigen taal, en zij achtten dit tot eer en tot sieraad, en daarna verzwaarden zij hun hand op hen om hen te doen gaan in hun inzettingen, alsof zij sinds eeuwige tijden uit de rots van de Grieken waren gehouwen.

תפוצות בני נח ברחבי התבל. אחרי אשר בלל ה׳ את שפת בני האדם, נפוצו מבבל על פני כל הארץ, איש איש אל המקום אשר היתה שם רוח ה׳ להושיבם שם, עד כי מלאו את יבשת הארץ (פעסטלאנד), את ארץ הבינים (ביננענלאנד) ואת ארץ החוף (אופערלאנד), ורבים חרפו נפשם לעבור באניות בימים ויאחזו באיי הים. עמים אחדים לא שנו את שמם הקדמוני עד היום הזה, ואחדים שנו אותו כטוב וכישר בעיניהם, ואחרים הסבו את שמותיהם לשמות ידועים לעמי הארצות הקרובות אל מקומות מושבותיהם, גם היונים קראו לעמים אחדים שמות חדשים בלשון עמם, והדבר הזה נחשב בעיניהם לכבוד ולתפארת, ואחרי כן הכבידו את ידיהם עליהם ללכת בחקותיהם כאלו חֻצבו מצור היונים מאז ומעולם.

Hoofdstuk 6 icoonHoofdstuk 6

De namen van de volken naar de namen van de zonen van Noach. De zonen van Noach verwekten zonen wier namen aan de volken werden gegeven in de landen van hun woonplaatsen na de verstrooiing van de mensen, want deze mannen waren geëerd en hoog geacht in de ogen van alle volken, en ter wille van hun eer noemden zij de landen van hun vestiging naar hun namen. Jefet, zoon van Noach, verwekte zeven zonen, en dit zijn hun namen: Gomer en Magog en Madai en Jawan en Toeval en Mesjech en Tiras. Hun woongebied strekte zich uit van de bergen van Taurus en Amanus tot aan de rivier Taurus in het land Azië, en in Europa was hun vestiging tot aan het gebied van Gadeira, waar tot die dagen geen mens had gewoond. Daarom werden ook de volken die in die landen woonden genoemd naar de namen van de zonen van Jefet. Het volk dat de Grieken nu Galaten noemen, heette vroeger Gomeriërs, naar Gomer zoon van Jefet. Het volk dat de Grieken Scythen noemen, werd in oude tijden Magogi genoemd, naar Magog zoon van Jefet. Het volk dat bij de Grieken bekendstaat als de Meden werd ook in de eerste geslachten zo genoemd, naar Madai zoon van Jefet hun vader. De Ioniërs en de Grieken werden genoemd naar Jawan zoon van Jefet hun vader. Het volk dat Toebalen wordt genoemd zijn de zonen van Toeval zoon van Jefet, en nu worden zij Iberiërs genoemd. De Masochiërs dragen de naam van Mesjech zoon van Jefet, en hoewel zij in deze dagen Cappadociërs worden genoemd, zijn tot op heden in hun land sporen van hun eerste naam te vinden, want in hun land is een stad gebouwd die Masaka heet, en allen die de talen onderzoeken weten en begrijpen terstond dat deze naam getuigt van de oude naam van haar bewoners, naar Mesjech hun vader. Tiras zoon van Jefet noemde de volken waarover hij heerste Tirasiërs naar zijn naam, en de Grieken veranderden de naam Tirasiërs in Thraciërs. Dit zijn de volken die voortkwamen uit Jefet zoon van Noach. De zonen van Gomer zijn Asjkenaz en Rifath en Togarma. De zonen van Asjkenaz zijn de Asjkenaziërs, die door de Grieken Reginiërs worden genoemd. De zonen van Rifath zijn de Rifathiërs, die nu Paphlagoniërs heten. De zonen van Togarma zijn de Togarmiërs, die door de Grieken Frygiërs worden genoemd. De zonen van Jawan zijn Elisja en Tarsjisj en Kittim. De Elisjiërs werden genoemd naar Elisja en heten nu Aliden. De Tarsjisiërs werden genoemd naar Tarsjisj, en tegenwoordig heten zij Ciliciërs, want Cilicië heette vroeger Tarsjisj, en daarvan getuigt tot op deze dag de beroemde hoofdstad van dat land die Tarsjisj wordt genoemd. Kittim nam bezit van het eiland Kittim, dat nu Cyprus heet. Daarom noemen de Joden alle eilanden en kustlanden van de zee Eilanden van Kittim, naar de naam van dat eiland. Tot op heden is er in het land Kittim, op Cyprus, een stad die Kittim heet, en bij de Grieken Kition. Dit zijn de volken die uit Jefet voortkwamen.

שמות העמים כשמות בני נח. בני נח הולידו בנים אשר שמותיהם נקראו על העמים בארצות מושבותיהם אחרי תפוצות בני האדם, כי האנשים ההם היו מהֻללים ויקרים בעיני כל העמים ולכבודם קראו את ארצות מושבותיהם כשמותם. יפת בן נח הוליד שבעה בנים, הלא הם: גֹמֶר ומגוג ומדי ויון ותֻבל ומשך ותירס. ומושבם מהרי טוירוס ואמאנוס עד נהר טוירוס בארץ אזיה, ובארץ איירופא היה מושבם ער ארץ גאדירא אשר לא ישב שם אדם עד הימים ההם; ועל כן נקראו גם העמים היושבים בארצות ההם כשמות בני יפת, כי העם אשר פי היונים יקבנו כעת בשם גאלאטים (גאלאטער), נקראו לפנים בשם גֹמרים (גאמארענזער) על שם גֹמר בן יפת. העם אשר היונים יקראו לו בשם סקיטים, נקרא בימי קדם בשם מגוגים (מאגאגענזער) על שם מגוג בן יפת. העם הנודע בפי היונים בשם מדים (מעדער), נקרא כן גם בדורות הראשונים על שם מדי בן יפת אביהם. בני היאנים והגריכים נקראו על שם יון בן יפת אביהם. העם הנקרא בשם תובלים (טהאבעלער) הם בני תֻבל בן יפת, וכעת יכנו בשם עִבֶּרִים (איבעריער). המאסאָכים (מאסאָכענער) נקראים על שם משך בן יפת, ואף כי בימים האלה הם נקראים בשם קאפאדאצים (קאפאדאציער), בכל זאת נודעו בתוכם עד היום עקבות שמם הראשון, כי בארצם בנויה עיר מַסַקָה אשר כל יודעי מחקרי הלשונות ידעו ויבינו כרגע כי בשם הזה נקראו יושביה בימים הקדמונים, והוא על שם משך אביהם. תירס בן יפת קרא את העמים אשר משל בם בשם תירסים (טהירער) על שמו, והיונים הסבו את שם תירסים לשם טְראַסים (טהראציער). אלה הם העמים צאצאי יפת בן נח. בני גמר אשכנז וריפת ותוגרמה, בני אשכנז הם האשכנזים אשר היונים יקראו להם רעגינים (רהעגינער). בני ריפת הם הריפתים (ריפאטאער) הנקובים כעת בשם פאפלאגאנים (פאפלאגאניער). ובני תוגרמה הם התוגרמים (טהארגאמאער), והיונים יקראו להם פריגים (פריגער). בני יון אלישה ותרשיש וכתים. בני האלישים (עליזאער) נקראו על שם אלישה, וכעת הם נקראים בשם עאלים (עאלער). התרשישים נקראו על שם תרשיש, וכיום הם נקראים בשם קיליקים, כי קיליקיא נקראה לפנים בשם תרשיש, ועד נאמן על זה הוא שם עיר הבירה והמהללה בארץ קיליקיא הנקראת בשם תרשיש עד היום הזה. כתים ירש את האי כתים (כעתימה) אשר יקרא כיום בשם ציפערן. ועל כן יקראו היהודים את כל האיים והנפות אשר על הים בשם איי או ארץ כתים כשם האי ההוא. ועד היום נמצאת עיר אחת בארץ כתים (ציפרוס) הנקראת בשם כתים ובפי היונים כִּתְּיוּם. אלה הם העמים צאצאי יפת.

De zonen van Cham zijn Koesj en Mitsrajim en Poet en Kanaän. Hun nakomelingen vestigden zich in het land Aram, bij de berg Amanus en de Libanon tot aan de zee, en hun gebied reikte tot aan de Oceaan. De namen van de volken die uit Cham voortkwamen zijn deels vergeten door de bewoners van het land, en deels verminkt door de talen van de volken, zodat hun oorsprong niet meer te herkennen is, en slechts enkele namen zijn tot op heden bewaard gebleven. De naam Koesj echter, een van de vier zonen van Cham, bleef onveranderd, want de Ethiopiërs over wie Koesj zoon van Cham heerste worden door alle volken van Azië tot op deze dag Koesjiem genoemd. Ook de naam Mitsrajim zoon van Cham bleef behouden, want de bewoners van ons land noemen het land Egypte het land Mitsrajim en zijn bewoners Mitsriem. Poet zoon van Cham stichtte nederzettingen in het land Libië en noemde de bewoners Poetiem naar zijn naam. Ook in het land Mauritanië is een rivier die Poet heet, en deze rivier en het land daarbij worden vaak genoemd door Griekse schrijvers. In deze dagen wordt het land Libië genoemd naar Lehabim, een van de zonen van Mitsrajim. Waarom dit land ook Afrika wordt genoemd zal de lezer verderop in dit boek vernemen. Kanaän zoon van Cham woonde in het land dat nu het land Juda heet, en vroeger werd het land Kanaän genoemd naar zijn naam. Koesj verwekte zes zonen, onder wie Seba, vader van de Sebeërs, Chawila, vader van het geslacht der Chawilieten die nu Getuliërs worden genoemd, Sabta vader van de Sabteniërs die de Grieken Astabaren noemen, Sabtecha vader van de Sabtechieten, Raëma vader van de Raëmiërs, en de zonen van Raëma zijn Saba en Dedan. Dedan is de vader van de Dedaniërs die wonen onder de Koesjiem in het land waar de zon ondergaat, en Saba is de vader van de Sabeërs. Nimrod zoon van Koesj woonde onder de Babyloniërs en werd hun koning. Mitsrajim verwekte acht zonen en hun woongebied strekte zich uit van Gaza tot aan het einde van het land Mitsrajim, en een deel van dit land werd Filistijnenland genoemd, en de Grieken noemden een deel daarvan Philistinië. Van de overige geslachten van de zonen van Mitsrajim, namelijk Ludiem, Anamiem en Lehabim, die nederzettingen stichtten in Libië en het land naar hun naam noemden, Naphthuchi, Pathrusi, Casluchi en Caphtori, weten wij nauwelijks meer dan hun namen, omdat in de oorlog van de Ethiopiërs, waarvan later zal worden gesproken, hun steden tot de grond toe zijn verwoest. Kanaän verwekte Sidon zijn eerstgeborene, die een stad bouwde in het land Fenicië en haar Sidon noemde naar zijn naam, en zo heet zij bij de Grieken tot op deze dag. Ook verwekte hij de Chamathiër die in Chamath woont, een stad die ook nu nog bestaat, en haar bewoners noemen haar Chamath, maar de Macedoniërs noemen haar Epifania naar hun oude koning, en de Arwadiër die woont op het eiland Arwad, en de Arkiër die woont in de stad Arka aan de Libanon. Van de overige zeven zonen van Kanaän, namelijk Cheth, de Jeboesi, de Emori, de Girgasi, de Chiwwi, de Sini en de Tsamari, heeft onze heilige leer ons slechts de namen overgeleverd, omdat de Hebreeën hun steden geheel hebben verwoest en hen uit het land hebben uitgeroeid. Toen de aarde na de Vloed weer tot haar eerste staat terugkeerde, begon Noach de aarde te bewerken en wijngaarden te planten. In de dagen van de druivenoogst dronk hij van de wijn nadat hij een offer had gebracht aan de Eeuwige Ene, hij werd dronken en viel in diepe slaap op de aarde en ontblootte zich in zijn tent. Cham, de vader van Kanaän, zag de naaktheid van zijn vader en vertelde dit in spot en schande aan zijn broers, maar zij bedekten de naaktheid van hun vader. Toen Noach ontwaakte uit zijn wijn en dit vernam, zegende hij Sjem en Jefet en vervloekte Kanaän zoon van Cham, want Cham zelf wilde hij niet vervloeken omdat hij zijn zoon was, maar hij vervloekte Kanaän en al zijn zonen met een blijvende vloek. Deze vloek rustte op de zonen van Kanaän tot in eeuwigheid, en toen zij opnieuw hun weg op de aarde verdorven, gaf de Eeuwige Ene hen in de hand van de Hebreeën, de zonen van Sjem, om over hen gericht te oefenen, zoals verder in dit boek zal worden verteld. De zonen van Sjem zijn Elam en Assjoer en Arpachsjad en Lod en Aram, en hun woongebied lag in Azië van de rivier de Eufraat tot aan de Indische Zee. Elam is de vader van de Elamieten, uit wie de Perzen zijn voortgekomen. Assjoer bouwde de grote stad Nineve en onderwierp de volken die daar woonden en noemde hen Assyriërs naar zijn naam. Arpachsjad onderwierp het volk dat nu Chaldeeën wordt genoemd en noemde hen naar zijn naam en heerste over hen. Aram verwekte vier zonen, Oets en Chul en Gether en Masj. Oets bouwde Trachonitis en Damascus, tussen het land van de Filistijnen en Coele-Syrië. Oets heerste over Armenië, Gether over Bactrië, en Masj regeerde over de Masjaniem aan de grens van hun land, waar nu het gebied Spasinu Charax ligt.

ובני חם כוש ומצרים ופוט וכנען, ובניהם אחריהם ישבו בארץ ארם (סוריא) ובהר אמאניוס והר הלבנון עד הים, וגבולם עד ים אוקינוס (אצעאן). שמות העמים צאצאי חם נשכחו קצתם מפי יושבי הארץ, וקצתם נשחתו בפי עם הארץ עד כי לא נכיר עוד מוצאותיהם מקדם, ורק שמות אחדים נשארו עוד עד היום הזה. אך שֵׁם כוש, אחד מארבעה בני חם, נשאר על מתכונתו ולא נגעה בו יד העת לשנותו, כי בני עטיאפיע, אשר כוש בן חם מלך עליהם, נקראים בפי כל יושבי אזיה בשם כושים עד היום הזה. גם שם מצרים בן חם נשאר על מכונו, כי יושבי ארצנו (ארץ יהודה) יקראו את ארץ עגיפטען בשם ארץ מצרים ואת יושביה בשם מצרים. פוט בן חם כונן מוצאות (קאלאניען) בארץ לוב (לוביען) ויקרא את יושבי הארץ פוטים על שמו. גם בארץ מוריטאניה ימצא נהר אחד אשר שמו פוט, והנהר הזה גם הארץ אשר אצלו הנקראת כשמו, נזכרים פעמים רבות בפי סופרי היונים. בימים האלה תקרא ארץ לוב (ליביען) על שם להבים אחד מבני מצרים. אך מדוע תקרא הארץ הזאת גם בשם אפריקא, יראה הקורא במרוצת דברי הספר הזה. כנען בן חם ישב בארץ הנודעת כעת בשם ארץ יהודה, ולפנים נקראה ארץ כנען על שמו. כוש הוליד ששה בנים. ומהם סְבָא אבי הסבאים (סאבאער), חוילה הוא אבי משפחת החוילי (עווילאער) הנקובים כעת בשם גאטולים. סבתה אבי הַסַבְתִּינִים אשר היונים יקראו להם אסטאבארים. סבתכא אבי הסבתכנים. רעמה אבי הרעמונים. ובני רעמה שבא ודדן. דדן הוא אבי הדודנים היושבים בין הכושים בארץ מבוא השמש, ושבא הוא אבי השבאים. נמרוד בן כוש ישב בין הבבלים ויהי עליהם למלך. מצרים הוליד שמונה בנים, ומושבם מעזה עד קצה ארץ מצרים, ובבל זאת נקרא חבל הארץ הזאת בשם פלשתים, והיונים יקראו חלק אחד ממנה בשם פלישתני. מיתר משפחות בני מצרים, הלא הם לודים, ענמים ולהבים (אשר כונן מוצאות בארץ ליביען ויקרא לה בשמו), נפתוחים, פתרוסים, כסלוחים וכפתורים לא ידענו כמעט מאומה בלתי אם שמותיהם, יען כי במלחמת עטיאָפּיען, אשר נדבר על אֹדותיה הלאה, נהרסו עריהם עד היסוד ולא נדע מה היה להם. וכנען ילד את צידון בכורו, אשר בנה עיר בארץ פיניציה ויקרא לה צידון כשמו, וזה שמה בפי היונים עד היום הזה. גם ילד את החמתי היושב בחמת, והיא עיר בנויה גם בימים האלה ויושביה יקראו לה חמת, אך המקרונים יכנוה בשם עפיפאניה כשם מלכה הקדמון; את הָאַרְוָדִי היושב באי ארוד (אראדוס); ואת הערקי היושב בעיר ערקי (Arce) בהר הלבנון. מיתר שבעת בני כנען, הלא הם: חת, יבוסי, אמורי, גרגשי, חוי, סיני וצמרי לא הודיעה לנו תורתנו הקדושה רק את שמותיהם, יען כי העברים הרסו את עריהם כליל ויכחידום מן הארץ. על פי הנסבה הזאת כאשר שבה הארץ אחר המבול לאיתנה הראשון, החל נח לעבוד את האדמה ולנטוע כרמים, ובימי בציר ענבים שתה מן היין אחרי אשר הביא קרבן לה׳, וישכר ויישן שנת תרדמה על הארץ ויתגל בתוך אָהֳלֹה. וירא חם אבי כנען את ערות אביו, ובבוז וקלון ולצון הגיד זאת לאחיו, והם כסו את ערות אביהם, ובהודע זאת לנח בצאת היין מאתו, ברך את שם ויפת ויקלל את כנען בן חם, כי את חם לא אבה לקלל בהיותו בנו היוצא מחלציו, ויקלל את כנען ואת כל בניו קללה נצחת, והקללה ההיא רבצת כל ימי עולם על בני כנען, ובהשחיתם עוד את דרכם על הארץ, נתנם ה׳ בידי העברים (צאצאי שֵׁם) לעשות בהם שפטים, כאשר נספר זאת במרוצת דברינו בספר הזה. בני שם עילם ואשור וארפכשד ולוד וארם, ומושבם בארץ אזיה מנהר פרת עד ים הודו. עילם הוא אבי העילמים (עלאמאער) אשר מהם יצאו הפרסים. אשור בנה את נינוה העיר הגדולה, וילכוד את העמים אשר ישבו בארץ ההיא ויקרא להם אשורים כשמו. ארפכשד רדד תחתיו את העם הנודע כיום בשם כשדים (כאלדאער) ויקרא את שמו עליהם וימשל בם. ארם הוליד ארבעה בנים: עוץ וחול וגתר וָמש. עוץ בנה את טרכוֹניטוּס ואת דמשק אשר בין פלישתיני (ארץ ישראל) ובין חול־סוריא (Cölesyrien). עוץ משל בארמיניה, גתר בבאקטריה, וָמש מלך על המשים (מעסאנאער) אשר בגבול ארצם ימצא כעת הנוף Spasinu Charax.

Arpachsjad verwekte Sjelach, en Sjelach verwekte Ever, naar wie de Joden aanvankelijk Eebriem werden genoemd. Ever verwekte twee zonen, de ene heette Peleg, want in zijn dagen werd de aarde verdeeld naar haar bewoners, en de andere heette Joktan. Joktan verwekte Almodad en Sjelef en Chatsarmaveth en Jerach en Hadoram en Oezal en Dikla en Obal en Abimaël en Saba en Ofir en Chawila en Jobab. Hun woongebied lag aan de rivier Cophen in het land India en in het aangrenzende land Aria. Dit zijn alle zonen van Sjem. Vervolgens spreken wij kort over de afstammingen van de Hebreeën. Peleg zoon van Ever verwekte Reü, Reü verwekte Serug, Serug verwekte Nachor, Nachor verwekte Terach, en Terach verwekte Abraham. Tien geslachten gingen voorbij van Noach tot Abraham, en Abraham werd geboren tweehonderdtweeënnegentig jaar na de Vloed. Terach was zeventig jaar toen hij Abraham verwekte, Nachor was honderd twintig jaar toen hij Terach verwekte, Serug was honderd tweeëndertig jaar toen hij Nachor verwekte, Reü was honderd dertig jaar toen hij Serug verwekte, Peleg was honderd dertig jaar toen hij Reü verwekte, en Ever verwekte Peleg toen hij honderd vierendertig jaar was. Arpachsjad verwekte Sjelach toen hij honderd vijfendertig jaar was, en Arpachsjad zoon van Sjem werd geboren in het twaalfde jaar na de Vloed. Abraham had twee broers, de ene heette Nachor en de andere Haran. Haran verwekte Lot en twee dochters, de ene heette Sarai en de andere Milka. Haran stierf voor het aangezicht van Terach zijn vader in de stad Ur in het land der Chaldeeën, en zijn graf bevindt zich daar tot op deze dag. Abraham en Nachor namen de dochters van Haran tot vrouwen, Abraham nam Sarai en Nachor nam Milka. Terach rouwde over Haran zijn zoon die vóór zijn tijd werd weggenomen, en hij kon niet langer wonen in het land der Chaldeeën waar zijn zoon gestorven was. Hij nam Abram zijn zoon en Lot de zoon van Haran zijn zoon en Sarai zijn schoondochter, de vrouw van Abram, en zij trokken weg uit Ur der Chaldeeën en kwamen tot Charan in Aram-Naharaïm en woonden daar. Terach stierf daar op de leeftijd van tweehonderd vijf jaar, want in die dagen verlengden de mensen hun leven niet meer zoals de geslachten vóór de Vloed. In de dagen van Mosjee leefden de mensen slechts tot honderdtwintig jaar, en ook hijzelf leefde niet langer dan honderdtwintig jaar, en daarna verkortte de Eeuwige Ene de dagen van het menselijk leven tot op deze dag. Milka baarde Nachor acht zonen, Oets en Boez en Kemoeël en Kesed en Chazo en Pildasj en Jidlaf en Betoeël. Zijn bijvrouw Reüma baarde Tebach en Gacham en Tachash en Maächa, en Betoeël zoon van Nachor verwekte Rivka en Lavan.

ארפכשר הוליד את שלח, ושלח ילד את עבר אשר על שמו נקראו היהודים בראשונה בשם עברים. ולעבר יֻלד שני בנים, שם האחד פלג, כי נולד בעת אשר נפלגה הארץ למספר יושביה, ושם השני יקטן. ויקטן ילד את אלמודד ואת שלף, ואת חצרמות ואת ירח, ואת הדורם ואת אוזל ואת דקלה, ואת עובל ואת אבימאל ואת שבא, ואת אופיר ואת חוילה ואת יובב. ויהי מושבם על נהר קאפענע בארץ הודו גם בארץ אריה הסמוכה לה. כל אלה בני שם. ועתה נדבר דברים מעטים על תולדות העברים. פלג בן עבר הוליד את רעו, ורעו הוליד את שרוג, ושרוג הוליד את נחור, ונחור הוליד את תרח, ותרח הוליד את אברהם, ועשרה דורות עברו מנח עד אברהם, ונולד מאתים ותשעים ושתים שנה אחר המבול, כי תרח היה בן שבעים שנה בהולידו את אברהם, נחור היה בן מאה ועשרים שנה בהולידו את תרח , ושרוג היה בן מאה ושלשים ושתים בהולידו את נחור , ורעו היה בן מאה ושלשים בהולידו את שרוג , גם פלג היה בן מאה ושלשים בהולידו את רעו ; ועבר הוליד את פלג בהיותו בן מאה ושלשים וארבע שנים . ארפכשד הוליד את שלח בהיותו בן מאה ושלשים וחמש שנים , אך ארפכשד בן שם נולד בשנת שתים עשרה אחר המבול . ולאברהם היו שני אחים, שם האחד נחור ושם השני הרן, והרן הוליד את לוט בנו גם שתי בנות, האחת שרי ושם השנית מִלכה; וימת הרן על פני תרח אביו בעיר אוּר בארץ כשדים, וקברו נמצא שם עד היום הזה. ואברהם ונחור לקחו להם את בנות הרן אחיהם לנשים, אברהם לקח את שרי, ונחור את מִלכה. ויתאבל תרח על הרן בנו אשר נקטף בלי יומו, ויקץ בחייו ולא יכול לשבת עוד בארץ כשדים, ארץ אשר בה מת בנו מחמל נפשו, ויקח את אברם בנו ואת לוט בן הרן בן בנו ואת שרי כלתו אשת אברם ויצאו מאור כשדים ויבואו עד חרן בארץ ארם נהרים וישבו שם, ושם מת תרח בן חמש שנים ומאתים שנה, כי בימים ההם לא האריכו עוד בני האדם ימים על הארץ כבני הדורות הראשונים אשר היו לפני המבול, ובדור משה לא חיו בני האדם רק עד מאה ועשרים שנה, וגם הוא (משה) לא האריך ימים יותר ממאה ועשרים שנה, ומאז והלאה הקציר ה׳ עוד את ימי חיי האדם על הארץ כיום הזה. מִלכה ילדה לנחור שמונה בנים: את עוץ ואת בוז, ואת קמואל ואת כשד ואת חזו, ואת פלדש ואת ידלף ואת בתואל. ופילגשו ושמה ראומה ילדה לו את טבח ואת גחם ואת תחש ואת מעכה, ובתואל בן נחור יָלד את רבקה ואת לבן.

Hoofdstuk 7 icoonHoofdstuk 7

De tochten van Awraham uit Kasdiem naar Erets Kenʿanan. Awraham ging alleen, zonder zoon, en hij nam Lot, de zoon van Haran zijn broer en de broer van Sarai zijn vrouw, en hij nam hem aan als een zoon. Toen hij vijfenzeventig jaar was, gebood de Eeuwige Ene hem uit het land Kasdiem te trekken naar Kenʿanan. Hij deed zoals de Eeuwige Ene hem had geboden en hij woonde in Erets Kenʿanan, en Hij stelde haar tot erfdeel voor zijn zonen na hem. Awraham was wijs van hart en rijk aan inzicht, een man van betrouwbare lippen en een geoefende tong zonder gelijke. In de wijdte van zijn geest onderzocht hij de wegen van de God van de eeuwigheid. Door zijn gerechtigheid en zijn oprechtheid maakte hij zich een grote naam in het land, en hij hoopte dat de tijd gekomen was om de ogen van de mensen te openen, opdat zij zouden zien dat alle goden van de volken afgoden zijn, damp en werk van misleiding, en dat er slechts één God is, een God van waarheid, bezitter van hemel en aarde, die alles levend maakt en door wiens goedheid wij allen leven. Hij was de eerste die zijn hart sterkte om allen te overtuigen dat hun afgoden niets en leegte zijn, damp zonder nut, en dat alleen de Eeuwige Ene God is, één God, een waarachtig God en koning van de wereld. De kennis van God kwam in zijn hart toen hij de zee en het vaste land beschouwde, de zon en de maan en heel het leger van de hoogte, hun wisselingen, hun gangen en hun banen.

מסעי אברהם מכשדים לארץ כנען. ואברהם הלך ערירי אין לו בן, ויקח לו את לוט בן הרן אחיו ואחי שרי אשתו ויאמצהו לו לְבֵן. ובהיותו בן חמש ושבעים שנה צוה אותו ה’ לצאת מארץ כשדים ארצה כנען, ויעש כאשר צוהו ה׳ וישב בארץ כנען גם הוריש אותה לבניו אחריו. אברהם היה חכם לבב ורב תבונות, בעל שפת נאמנים ולשון למודים מאין כמוהו. וברֹחב לבבו התחקה על הליכות אֵל עולם. בצדקתו וישרתו עשה לו שם גדול בארץ, ויקו כי באה העת לפקוח עיני בני האדם לראות כי כל אלהי העמים אלילים, הבל ומעשה תעתועים, וישנו רק אל אחד, אֵל אמת קונה שמים וארץ המחיה את הכל ובטובו נחיה כלנו. והוא היה הראשון אשר ערב את לבבו להוכיח לכל כי אליליהם אפס ותהו, הבל ואין בהם מועיל, ורק ה׳ אלהים, אל אחד, הוא אלהים אמת ומלך עולם. דעת אלהים באה בלבבו בהתבוננו על הים ועל היבשה, על השמש והירח ועל כל צבא מרום וחליפות הליכותיהם ומסלוליהם, כי חשב למשפט:

Hij overwoog in zijn inzicht: indien al deze machten zelf goden waren, sterk en heersend door eigen kracht om in hemel en aarde te doen wat goed is in hun ogen, dan zouden zij geen wisseling kennen en hun ordeningen niet veranderen van tijd tot tijd. Het is dus anders: dienaren zijn zij, en onderworpen aan de hand van Eén die over hen heerst en hen bewaart in de wetten die Hij hun heeft gesteld. Uit deze oorsprong begreep hij en kreeg hij inzicht dat zij de mensen niet kunnen goeddoen door eigen kracht of sterkte, want geheel gegeven zijn zij in de hand van God de Machtige, die over hen heerst naar Zijn wil, en alleen Hem komt eer en majesteit toe, iedere lofzang, elk gebed en elke stem van dank. Maar de Kasdiem en ook de Arameeërs werden vijandig tegen hem en vervolgden hem om zijn streven naar het goede. Daarom verliet hij het land Kasdiem en trok, naar het woord van de Eeuwige Ene, naar Kenʿanan, en de Eeuwige Ene zegende hem in alles. In dat land bouwde Awraham een altaar, bracht hij offers en riep daar de Naam van de Eeuwige Ene aan.

אם היו כל אלה אלהים אדירים וזרֹעם מֹשְלָה להם לעשות בשמים ובארץ כטוב וכישר בעיניהם, כי אז לא היו חליפות למו ולא שִׁנו את משטריהם כפעם בפעם, אין זאת כי אם עבדים הם ויד אל אחד שלטת בם לשמור את החקים אשר נתן להם. וממוצא דבר נדע ונשכיל כי הם לא ייטיבו לבני האדם בכחם ואילותם, כי נתונים נתונים הם בידי אל שדי המושל בם כרצונו, ורק לו יאות הכבוד וההוד, כל רנה כל תפלה וקול תודה. אך הכשדים גם הארמים נִחֲרוּ בו וירדפוהו תחת רָדפוֹ טוב, על כן יצא מארץ כשדים ויסע על פי ה’ ארצה כנען, וה’ ברכו בכל ובארץ ההיא בנה אברהם מזבח ויעל עֹלות ויקרא שם בשֵׁם ה’.

De schrijver Berossos de Chaldeeër verhaalt over Awraham onze vader zonder zijn naam te noemen en zegt aldus: in het tiende geslacht na de Vloed leefde een rechtvaardig man, groot in kennis van de ordeningen van de hemel en hun leger. Ook de schrijver Hekataios schreef een afzonderlijk boek over Awraham. En de schrijver Nikolaos van Damascus schreef in het vierde boek van zijn wereldgeschiedenis: Awraham kwam met zijn gevolg uit het land Kasdiem, dat boven Babel ligt, naar de stad Damascus om daar te wonen en hij werd er heerser. Na korte tijd trok hij ook uit Damascus weg en ging naar het land Kenʿanan, dat nu het land Jehudah wordt genoemd, en daar groeide hij zeer, hij en zijn huis, zoals elders zal worden verteld. Tot op deze dag is de naam van Awraham groot en zeer geëerd onder de inwoners van Damascus, en in het land Damascus bevindt zich een plaats die de vesting van Awraham wordt genoemd.

הסופר בעראזוס הכשדי יכתוב אֹדות אברהם אבינו, מבלי הזכיר את שמו, כדברים האלה: בדור העשירי אחר המבול חי איש צדיק אשר ידיו רב לו בחכמת תולדות השמים וצבאם. והסופר היקאטאֶאוּס כתב אדות אברהם ספר מיוחד. והסופר ניקולויס מדמשק כתב בספר הרביעי מספרו דברי ימי עולם, לאמר: ״אברהם בא עם אנשי חילו מארץ כשדים אשר ממעל לארץ בבל, לעיר דמשק לגור בה וימלוך בתוכה, ואחרי ימים לא כבירים נסע יצא גם מדמשק וילך לארץ כנען הנקראת כעת ארץ יהודה, ושם פרץ מאד הוא ומשפחתו כאשר אספר במקום אחר״. ועד היום הזה גדול ומהלל מאד שם אברהם בפי יושבי דמשק, ובארץ דמשק יִמָצֵא כפר אחד הנקרא בשם מצודת אברהם.

Hoofdstuk 8 icoonHoofdstuk 8

Hongersnood in Erets Kenʿanan. Awraham daalt af naar Mitsrajim. Zijn terugkeer naar Kenʿanan. Er kwam hongersnood in Erets Kenʿanan, en Awraham daalde af naar Mitsrajim om zich te verzadigen van haar overvloed in dagen van gebrek, en ook om kennis van de ware God te leren aan de priesters van Mitsrajim die zich vastklampten aan niet-goden. Maar omdat hij de Mitsriem kende als vervolgers van ontucht en hun hart brandde van verlangen naar vrouwen, vreesde hij dat de koning van Mitsrajim hem zou doden omwille van zijn vrouw, die schoon was onder de vrouwen. Daarom verzocht hij zijn vrouw te zeggen dat zij zijn zuster was, opdat het hun beiden goed zou gaan. Toen Awraham in Mitsrajim kwam en de vorsten van Farao Sarai zagen dat zij zeer schoon was, prezen zij haar bij Farao, en de vrouw werd naar het huis van Farao gebracht, en het vuur van begeerte ontvlamde in zijn hart. Maar de Eeuwige Ene weerhield hem haar aan te raken en Hij trof hem en zijn huis met zware slagen, en schrik en verwarring vielen op hen. Farao raadpleegde de priesters en vroeg waarom de toorn van de godheid tegen hem was ontbrand en waarmee hij verzoening zou vinden. Zij zeiden tot hem dat de toorn was vanwege de vrouw van de man die hij had genomen, want zij was een gehuwde vrouw. Toen vreesde Farao zeer en hij vroeg Sarai wie zij was en wie de man was die met haar ging, en Sarai vertelde hem dat zij zijn vrouw was en hij haar man. Farao liet Awraham roepen en zei: wat heb je mij aangedaan, waarom heb je mij niet gezegd dat zij je vrouw was, want als ik dit had geweten, had ik haar niet in mijn huis genomen. Doordat je zei dat zij je zuster was, was ik ertoe gekomen haar tot vrouw te nemen. Nu dan, zie, neem je vrouw en ga. Hij gaf Awraham vele geschenken naar koninklijke maat, en hij verleende hem ook toegang tot de kring van de priesters en de wijzen van Mitsrajim. Zo werd de naam van Awraham bekend in heel Mitsrajim, en alle inwoners van het land gaven hem eer en luister omwille van zijn grote wijsheid.

רעב בארץ כנען. אברהם ירד מצרימה. תשובתו לכנען. ויהי רעב בארץ כנען, וירד אברהם מצרימה, לבעבור ישבע מטובה בימי רעבון, גם לבעבור לַמֵד דעת אלקים אמת את כהני מצרים הנצמדים ללא־אלהים, אך מדעתו את המצרים כי רודפי זמה הם ולבם בוער לאהבת נשים, על כן ירא פן יהרגהו מלך מצרים על דבר אשתו היפה בנשים, ויבקש את אשתו כי תאמר אחותו היא, למען ייטב לשניהם. ויהי כבוא אברהם מצרימה ויראו שרי פרעה את שרה כי יפה היא מאד, ויהללו אותה אל פרעה, ותֻּקח האשה בית פרעה, ותבער בלבו אש החשק. אך ה׳ מנע אותו מנגוע בה, וינגע אותו ואת ביתו נגעים גדולים ויפל עליהם מהומה ובלהות. וישאל פרעה את פי הכֹּהנים מדוע חרה בו אף האלהים ובמה יכפר פניהם? ויאמרו לו כי על דבר אשת האיש אשר לקח יחרה בו אף האלהים, כי היא בעולת בעל, ויירא פרעה מאד וישאל את פי שרה מי היא ומי האיש ההולך עמה? ותגד לו שרה כי היא אשתו והוא אישה. ויקרא פרעה לאברהם ויאמר מה זאת עשית לי? למה לא הגדת לי כי אשתך היא? כי לו ידעתי זאת, לא לקחתי אותה אל ביתי, כי באָמרך אחותך היא, היתה את נפשי לקחתה לי לאשה, ועתה הנה אשתך קח ולך. ויתן לאברהם מתנות רבות כיד המלך, גם נתן לו רשיון לבוא בסוד כהני מצרים וחכמיה. ושם אברהם נשמע בכל ארץ מצרים, וכל יושבי הארץ נתנו לו כבוד והדר בגלל חכמתו הגדולה.

In die dagen waren de Mitsriem verdeeld in vele en uiteenlopende stromingen in hun zeden en in de dienst van hun goden, en elke stroming trachtte de leer en de dienst van de andere te verachten, en een langdurige strijd was er tussen hen. Awraham ging met elke stroming in gesprek en hij toonde met zijn grote wijsheid aan dat zij allen tezamen dwaalden in leegte zonder weg, en dat de grondslagen van hun godsdienst wind dragen en damp grijpen. De wijzen van Mitsrajim verwonderden zich over de wijsheid van zijn hart en over de breedte van zijn inzicht, en het volk geloofde dat de geest van God in hem was en dat hij een bode uit de hoogte was om ware woorden en kennis van God in het land te verkondigen. Het begin van zijn weg was dat hij de Mitsriem de wegen van het rekenen leerde en de wijsheid van de hemelbanen, die tot die dagen als vreemd golden in Mitsrajim. Nadat de Mitsriem deze wetenschappen uit de mond van Awraham hadden ontvangen, keerden zij zich om en leerden ze verder aan de Jawanieten.

ובימים ההם נפלגו המצרים במדותיהם ובעבודות אלהיהם לפלגות רבות ושונות, וכל אחת מהן התאמצה להבזות את מדות רעותה ועבודת אלהיה ומלחמה ארוכה היתה ביניהן כל הימים. ואברהם בהיותו במצרים התוכח עם כל פלגה ופלגה ויוכח בחכמתו הרבה כי כלן יחד תועות בתהו לא דרך, וכל היסודות לעבודות אלהיהם ישא רוח יקח הבל, ויתמהו כל חכמי מצרים על חכמת לבבו ועל רחב בינתו, וכל העם האמינו כי רוח אלהים בקרבו וציר ממרום הוא לבשר קֹשְט אמרי אמת ודעת אלהים בארץ. וראשית דרכו היתה ללמד את המצרים דרכי החשבון (אריטמעטיק) וחכמת התכונה (אסטראנאמיע) אשר עד הימים ההם כמו זר נחשבו בארץ מצרים. ואחרי אשר קבלו המצרים את החכמות ההן מפי אברהם, שבו וילמדו אותן להיונים.

Toen Awraham terugkeerde naar Erets Kenʿanan, scheidde hij zich van Lot, want het land kon hen niet dragen om samen te wonen. Er ontstond twist tussen de herders van Awrahams vee en de herders van Lots vee over de weideplaatsen voor hun kudden. Awraham gaf Lot de hand om voor zichzelf het land te kiezen dat goed en recht was in zijn ogen. Awraham koos voor het bergland dat Lot had veracht en hij verlangde naar de stad Chebron als zijn woonplaats. Chebron was zeven jaar vóór de stad Tsoʿan in Mitsrajim gebouwd. Lot koos de vlakte van de Jarden, nabij Sedom, die toen in dagen van voorspoed was, maar later werd omgekeerd door de gramschap van de Eeuwige Ene der machten, zodat zelfs haar sporen niet meer werden gekend, zoals verder in het verloop van dit verhaal zal worden verteld.

בשוב אברהם ארצה כנען, נפרד מעל לוט, כי לא נשא אותם הארץ לשבת יחדו, ויהי ריב בין רֹעי מקנה אברהם ובין רעי מקנה לוט על דבר מקומות המרעה לעדריהם, ואברהם נתן יד ללוט לבחור לו את הארץ הטובה והישרה בעיניו, ואז בחר אברהם בארץ הררי אשר בז לוט, ואוה את עיר חברון למושב לו, וחברון נבנתה שבע שנים לפני עיר צוען (טאניס) אשר בארץ מצרים, ולוט בחר בבקעה אשר על הירדן, בקרבת סדום אשר היתה אז בימי הצלחתה ואשר אחרי כן נהפכה בעֶברת ה׳ צבאות עד כי גם עקבותיה לא נודעו עוד, כאשר נספר במרוצת דברינו.

Hoofdstuk 4 icoonHoofdstuk 9

De val van Sedom door de Assyriërs. In die dagen heersten de Assyriërs over Azië, en de mensen van Sedom woonden in veiligheid en rust, vrede om hen heen. Rijkdom en overvloed waren in hun huizen, en hun vermogen groeide van dag tot dag. Vele jonge mannen, sterk van kracht en talrijk, stonden hun terzijde en waren hun tot beschutting. Vijf koningen regeerden over hen: Bera in Sedom, Birsja in Amora, Sjineav in Adma, Sjemeëver in Tsevojiem, en ook één koning in de stad Bela, dat is Tsoʿar. In die dagen trokken de Assyriërs tegen hen op ten strijde. Zij verdeelden zich in vier legergroepen, en over iedere groep stond één veldheer. Zij stelden zich op tegen de mensen van Sedom, voerden oorlog tegen hen, versloegen hen en legden hun schatting op. Twaalf jaren dienden de koningen van Sedom de Assyriërs, en in het dertiende jaar kwamen zij in opstand. In het veertiende jaar trokken de Assyriërs opnieuw op om tegen hen te strijden. De namen van die Assyrische koningen waren Amrafel, Arjokh, Kedorlaʿomer en Tidʿal. Deze koningen plunderden eerst heel het land Aram en sloegen de reuzen neer. Daarna kwamen zij in het land van Sedom en legerden zich in de vallei die de Vallei van de Pekbronnen wordt genoemd, want in die tijd waren in die vallei vele pekbronnen. Maar na de omkering van Sedom werd heel die vlakte tot een zee, die nu de Zee van het Pek wordt genoemd, waarover later in dit boek nog zal worden gesproken. In die oorlog viel een groot volk van de mannen van Sedom door het zwaard, en velen werden als gevangenen weggevoerd. Onder de gevangenen was ook Lot, de zoon van de broer van Awraham, die gekomen was om Sedom in de strijd bij te staan.

מפלת סדום בידי האשורים. בימים ההם מלכו האשורים באזיה, ואנשי סדום ישבו בטח ושלות השקט להם מסביב, הון ועשר בביתם וחילם ינוב מיום ליום, ובחורים גבורי כח רבים ועצומים עמדו לימינם ויהיו עליהם סִתרה, חמשה מלכים מלכו עליהם: ברע בסדום, בִּרשע בעמורה, שנאב באַדְמָה, שמאבר בצבוים, גם מלך אחד בעיר בלע היא צוער. ובימים ההם עלו עליהם האשורים למלחמה ויחלקו לארבע מחנות ועל כל מחנה שר צבא אחד, ויערכו על אנשי סדום מלחמה ויכום וישימו עליהם מס. שתים עשרה שנה עבדו מלכי סדום את האשורים ושלש עשרה שנה מרדו ובארבע עשרה שנה עלו האשורים שנית להלחם בהם. שמות מלכי האשורים ההם היו אמרפל, אריוך, כדרלעמר ותדעל. המלכים ההם בזוו תחלה את כל ארץ ארם ויכו את הענקים, ואחרי בן באו ארצה סדום ויחנו בעמק הנקרא בשם עמק בארות הזפת (פעכברוננענטהאל), כי בעת ההיא היו בעמק ההוא בארות (זפת) במספר רב, אך אחרי מהפכת סדום נהפך כל הככר ההוא לים הנקרא כעת בשם ים הכֹּפר (אספאלטישעס זעע), אשר נדבר עוד על אדותיו בספר הזה. במלחמה ההיא נפלו עם רב מאנשי סדום בחרב ורבים לקחו בשביה, ובין השבוים. היה גם לוט בן אחי אברהם אשר בא לעזרת סדום במלחמה.

Hoofdstuk 4 icoonHoofdstuk 10

Awraham sloeg de Assyriërs en redde Lot en de mensen van Sedom. Een van de vluchtelingen uit de strijd kwam en vertelde Awraham dat de mensen van Sedom in de oorlog waren verslagen en dat Lot, de zoon van zijn broer, gevangen was genomen. Het benauwde hem zeer. Hij wapende zijn geoefenden, de huisgeborenen van zijn huis, en zette de achtervolging in tegen de Assyriërs. In de vijfde nacht bereikte hij hen bij Dan, een waterbron die zo wordt genoemd. Hij viel onverwachts op hen aan en sloeg sommigen terwijl zij veilig slapend lagen, en velen die dronken waren van wijn schrikte hij op zodat zij voor hem vluchtten. De volgende dag achtervolgde hij hen tot Chova, aan de grens van Damesek. Hij bracht al het bezit terug en ook Lot en diens bezit bracht hij terug, en ook de vrouwen en het volk dat de Assyriërs als gevangenen hadden meegenomen. In die strijd bewees Awraham voor aller ogen dat niet altijd door de menigte van strijders de overwinnaar zegeviert, maar dat door snelheid en moed van geest ook wie met weinigen is kan slagen. Want Awraham overwon die vier Assyrische koningen met slechts driehonderd achttien mannen te voet en met zijn drie bondgenoten Aner, Esjkol en Mamre. De overgeblevenen van het Assyrische leger keerden beschaamd terug naar hun land. Nadat Awraham de mensen van Sedom en Lot, de zoon van zijn broer, had gered, keerde hij in vrede terug naar zijn plaats. De koning van Sedom trok hem tegemoet tot de plaats die het Dal van de Koning wordt genoemd, en daar kwam ook Malki-Tsedek, koning van Sjaleem, hem tegemoet. Malki-Tsedek was een rechtvaardig man en zijn naam was als zijn wezen, en daarom werd hij door de mensen van die plaats gekozen tot koning en tot priester voor God de Allerhoogste. Sjaleem werd later Jerusjalajim genoemd. Malki-Tsedek bracht brood en wijn voor de mannen van Awraham, en terwijl zij aten prees hij Awraham om zijn dapperheid en sterkte van hart en dankte hij de Eeuwige Ene die zijn vijanden in zijn hand had gegeven. Awraham gaf aan Malki-Tsedek een tiende van alles wat hij had buitgemaakt. De koning van Sedom zei tot Awraham: geef mij de mensen die je uit de hand van hun rovers hebt gered en neem voor jezelf al het bezit en de buit. Maar Awraham zwoer bij de Eeuwige Ene dat hij niets zou nemen, van draad tot schoenriem, van al het bezit dat hij had teruggebracht, behalve wat de jongemannen hadden gegeten en het deel van zijn drie metgezellen die met hem ten strijde waren getrokken, Aner, Esjkol en Mamre, zij zouden hun deel ontvangen.

אברהם הכה את האשורים ויצל את לוט ואת אנשי סדום. ויבא אחד מפליטי המלחמה ויגד לאברהם כי נגפו הסדומים במלחמה וכי נשבה לוט בן אחיו, ויצר לו מאד, וירק את חניכיו ילידי ביתו וירדוף אחרי האשורים וישיגם בלילה החמישי אצל דן (הוא מעין מים הנקרא בשם הזה), ויפל עליהם פתאֹם ויך אחדים מהם בעודם ישנים לבטח, ורבים מהם אשר היו שכורי יין, החריד וינוסו מפניו. וביום המחרת רדף אחריהם עד עיר חובה אשר בגבול דמשק, וַיָשֶׁב את כל הרכוש, וגם את לוט ואת רכושו השיב, וגם את הנשים ואת העם אשר לקחו האשורים בשביה. במלחמה ההיא הוכיח אברהם לעיני כל כי לא ברוב אנשי חיל יתגבר תמיד הלוחם במלחמה, רק במהירות ובאמץ רוח יצליח הגבור גם במתי מעט. כי אברהם התגבר על ארבעת מלכי אשור ההם רק בשלש מאות ושמונה עשר איש אשר ברגליו ושלשה אוהביו ענר אשכל וממרא. ופליטי מחנה האשורים שבו בבושת פנים לארצם. אחרי אשר הציל אברהם את אנשי סדום ואת לוט בן אחיו, שב אל מקומו בשלום. ויצא מלך סדום לקראתו עד המקום הנקרא בשם שדה המלך, ושם קדם גם מלכי־צדק מלך שלם את פניו. ומלכי־צדק היה איש צדיק וכשמו כן הוא, ועל כן נבחר מאת אנשי המקום למלך גם לכהן לאל עליון. ושלם נקראה אחרי כן בשם ירושלים. מלכי־צדק הוציא לחם ויין רב לאנשי החיל אשר לאברהם, ובעת אשר אכלו לחם הִלַל את אברהם על גבורתו ואמץ לבו, ויודה לה׳ על אשר מגן צריו בידו, ואברהם נתן למלכי־צדק מעשר מכל השלל אשר בידו. ומלך סדום אמר לאברהם תן לי את האנשים אשר הצלת אותם מידי שוביהם ואת כל הרכוש והשלל קח לך, אך אברהם נשבע בשם ה׳ כי לא יקח מחוט ועד שרוך נעל מכל הרכוש אשר השיב, רק אשר אכלו הנערים וחלק שלשת מרעיו אשר הלכו אתו במלחמה, והם ענר אשכל וממרא, הם יקחו את חלקם.

Deze goede daad die Awraham had gedaan vond genade in de ogen van de Eeuwige Ene, en Hij beloofde hem een grote beloning en veel goed om zijn gerechtigheid en de oprechtheid van zijn hart. Maar Awraham sprak vanuit de bitterheid van zijn ziel: Eeuwige Ene God, wat zult U mij geven, terwijl ik zonder zoon voortga en de zoon van mijn huis mij zal erven. Toen kwam het woord van de Eeuwige Ene tot hem: deze zal je niet erven, maar wie uit je eigen lichaam voortkomt zal je erven, en je zaad zal zijn als de sterren van de hemel die niemand tellen kan. Awraham bracht een offer aan de Eeuwige Ene op Zijn betrouwbare belofte, en dat offer was volgens wat de Eeuwige Ene hem had geboden, dat hij een driejarige koe zou nemen en een driejarige geit en een driejarige ram, en een tortelduif en een jonge duif. Awraham deelde de dieren in het midden, zoals de Eeuwige Ene hem had geboden, maar de vogels deelde hij niet. Nog vóór het altaar was opgericht cirkelden roofvogels rond de kadavers om hun bloed te drinken, en zie, een stem riep tot Awraham: weet zeker dat je zaad vreemdeling zal zijn in een land dat niet van hen is, zij zullen hen dienen en hen vernederen, maar daarna zullen zij hun vijanden overwinnen en ook de Kenʿananiem onder hun hand brengen en hun land en hun steden in bezit nemen. In die dagen verbleef Awraham bij de eik die Aggiges wordt genoemd, een plaats in Erets Kenʿanan nabij de stad Chebron. Zware zorg brak zijn hart, want hij was nog altijd zonder zoon, en hij bad voortdurend tot de Eeuwige Ene om hem te zegenen met een zoon die hem zou erven. De Eeuwige Ene antwoordde hem en beloofde hem opnieuw dat de zoon die uit zijn lendenen zou voortkomen hem zou erven en gezegend zou zijn in het land al zijn dagen. Sarai, de vrouw van Awraham, nam volgens het woord van de Eeuwige Ene haar dienstmaagd Hagar, de Mitsritische, en gaf haar aan haar man tot vrouw, opdat zij hem kinderen zou baren en hij niet langer zonder zoon zou zijn en ook zij door haar gebouwd zou worden. Awraham ging tot Hagar en zij werd zwanger. Toen zij zag dat zij zwanger was, werd haar meesteres gering in haar ogen, want zij hoopte dat de zoon die zij zou baren Awraham zou erven en dat de dienstmaagd haar meesteres zou verdringen. Dit was slecht in de ogen van Sarai. Zij klaagde bij Awraham over haar dienstmaagd, en Awraham zei tot haar: zie, je dienstmaagd is in je hand, doe met haar wat goed is in je ogen. Sarai vernederde haar en zij vluchtte voor haar weg en riep tot de Eeuwige Ene om ontferming. Terwijl zij doolde in de woestijn vond een bode van de Eeuwige Ene haar en gebood haar terug te keren tot haar meesteres en zich onder haar hand te vernederen, en haar weer eer te geven als tevoren en haar hand van haar te verlichten. Want het lijden dat haar was overkomen kwam doordat zij het goede was vergeten dat Sarai haar had gedaan door haar aan de boezem van haar man te geven, en zij had kwaad vergolden voor goed en haar eer verwisseld voor schande. Indien zij het woord van de Eeuwige Ene zou weerstaan en niet terugkeren tot haar meesteres, zou zij in die woestijn omkomen en haar leven te gronde richten. Maar indien zij zou terugkeren, zou zij een zoon baren die in de komende dagen zeer zou uitbreken, een land met wijde grenzen zou erven en wiens zaad niet te tellen zou zijn vanwege hun veelheid. Hagar luisterde naar de stem van de bode van de Eeuwige Ene en keerde terug naar het huis van Awraham. Sarai hield op haar te vernederen. Na enkele dagen baarde zij een zoon, en Awraham noemde zijn naam Jisjmaël, want God had het lijden van Hagar gehoord.

המעשה הטוב הזה אשר עשה אברהם, מצא חן בעיני ה׳, ויבטיחהו שכר רב ורב טוב על צדקתו ותֹם לבבו. אך אברהם דבר במר נפשו: ה׳ אלהים ומה תתן לי ואנכי הולך ערירי ובן משק ביתי יורש אותי — והנה דבר ה׳ אליו: לא יירשך זה כי אם אשר יצא ממעיך הוא יירשך, והיה זרעך ככוכבי השמים אשר לא יוכל איש לספור אותם. ואברהם הקריב קרבן לה׳ על הבטחתו הנאמנה, והקרבן ההוא היה על פי ה׳ אשר צוהו כי יקח לו עגלה משלשת ועז משלשת ואיל משֻלש ותור וגוזל, ויבתר אותם אברהם בַּתָּוֶך כאשר צוהו ה׳, אך את הצפור (התור והגוזל) לא בתר. ובטרם הֻקם המזבח עופפו הצפרים הטורפות סביבות הפגרים לשתות את דמיהם, והנה קול קורא אל אברהם: ידֹע תדע כי גר יהיה זרעך בארץ מצרים ועבדום וענו אותם, ואחרי כן יתגברו על אויביהם גם יכניעו את הכנענים תחת ידיהם ויירשו את ארצם ואת עריהם. בימים ההם ישב אברהם אצל האֵלה (אייכע) הנקוב בשם אגיגעס: (הוא מקום בארץ כנען בקרבת עיר חברון), ודאגה שברה לבו כי עודנו הולך ערירי, ויתפלל תמיד אל ה׳ לברך אותו בבן אשר יירשנו, ויענהו ה׳ ויבטיחהו שנית כי הבן אשר יצא מחלציו הוא יירשהו וִיהִי מאֻשר בארץ כל הימים. ושרה אשת אברהם לקחה על פי ה׳ את שפחתה הגר המצרית ותתן אותה לאישה למען תלד לו בנים ולא ילך עוד ערירי וְתִבָּנֶה גם היא ממנה. ויבא אברהם אל הגר ותהר, ותרא כי הרתה ותקל גברתה בעיניה, בתקותה כי בנה אשר תלד יירש את אברהם אביו, והשפחה תירש גברתה. וירע הדבר בעיני שרה, ותתאונן באזני אברהם על שפחתה, ויאמר אברהם אליה הנה שפחתך בידך עשי לה הטוב בעיניך, ותענה שרה ותברח מפניה ותצעק אל ה׳ לרחם עליה. ובהיותה תעה במדבר וימצאה מלאך ה׳ ויצוה לשוב אל גברתה ולהתענות תחת ידיה, גם לתת לה כבוד כבתחלה ותקל ידה מעליה, כי הרעה אשר מצאה אותה, היא רק על אשר שכחה את הטוב אשר עשתה שרה עמה בתתה אותה בחיק אישה, ותגמול לה עוד רעה והמירה את כבודה בקלון, ואם תמרה את פי ה׳ ולא תשוב אל גברתה, תלך לאבדון במדבר ההוא ותשחית את נפשה, אך אם תשוב אל גברתה, תלד בן אשר בימים הבאים יפרוץ מאד ויירש ארץ רחבת ידים וזרעו לא יספר מרב. ותשמע הגר בקול מלאך ה׳ ותשב אל בית אברהם, ושרה לא יספה עוד לענותה, ואחרי ימים מעטים ילדה בן, ויקרא אברהם את שמו ישמעאל, כי שמע האל בעני הגר—.

Awraham was zesentachtig jaar oud toen Hagar Jisjmaël baarde. Toen Awraham negenennegentig jaar was verscheen de Eeuwige Ene aan hem en beloofde hem dat Sarai, zijn vrouw, hem een zoon zou baren en hij zou zijn naam Jitschak noemen. Hij beloofde hem ook dat uit de lendenen van die zoon grote volken en machtige koningen zouden voortkomen die met zwaard en boog heel Erets Kenʿanan zouden erven, van Tsidon tot Mitsrajim. Toen gebood Hij hem dat zijn zonen zich niet met de volken van het land zouden vermengen en dat ieder mannelijk kind op de achtste dag besneden moest worden. De reden van het gebod van de circumsisie zal elders in dit boek worden uiteengezet. Awraham vroeg de Eeuwige Ene naar Jisjmaël, zijn zoon, wat zijn lot op de aarde zou zijn, en de Eeuwige Ene antwoordde hem dat Hij ook hem zou zegenen en hem zeer zou doen groeien en vermenigvuldigen en hem tot een groot volk zou maken. Awraham dankte de Eeuwige Ene voor Zijn goedertierenheid en Zijn trouw. Toen Awraham negenennegentig jaar was besneed hij het vlees van zijn voorhuid, en hij besneed ook Jisjmaël, zijn zoon van dertien jaar, en alle mannen van zijn huis, huisgeborenen en met geld gekochten van de vreemdeling, werden met hem besneden.

ואברהם בן שמונים שנה ושש שנים בלדת הגר את ישמעאל. ובהיותו בן תשעים ותשע שנה, נראה אליו ה׳ ויבטיחהו כי שרה אשתו תלד לו בן ויקרא את שמו יצחק, גם הבטיחהו כי מחלצי הבן ההוא יצאו עמים גדולים ומלכים אדירים אשר ירשו בחרבם ובקשתם את כל ארץ כנען מצידון עד מצרים. ואז צוהו לבל יתחתנו בניו בגויי הארצות ולהִמול להם כל זכר בן שמונת ימים. הטעם למצות מילה אכתוב במקום אחר בספר הזה. ואברהם שאל את פי ה׳ על ישמעאל בנו מה יהי גורלו בתבל, ויענהו ה׳ כי יברך גם אותו ויפרהו וירבהו במאד מאד ויתנהו לגוי גדול. ויודה אברהם לה׳ על חסדו ואמתו, ובהיותו בן תשעים ותשע שנה מל את ערלת בשרו, וימול גם את ישמעאל בנו בן שלש עשרה שנה גם כל אנשי ביתו יליד בית ומקנת כסף מאת בן נכר נמולו אתו.

Hoofdstuk 11 icoonHoofdstuk 11

De omkering van Sedom. In die tijd verhieven de mensen van Sedom zich in hun rijkdom en bezit, en zij deden boos tegen God en tegen mensen, en zij vergaten dat al hun goed hun was gekomen van de Eeuwige Ene. De handen van arme vreemdelingen die tot hen kwamen uit andere landen hielden zij niet vast en zij bewezen hun geen genade, en met de mensen die in hun midden kwamen wonen handelden zij niet naar recht. Daarom ontbrandde de toorn van de Eeuwige Ene tegen hen en Hij besloot over hen een volkomen ondergang, om Sedom en haar dochtersteden te verwoesten en ook hun land te verdelgen, zodat het geen gras meer zou doen uitspruiten en geen vrucht zou dragen. Nog vóór God Zijn vastbesloten gericht voltrok over die mensen die hun ziel hadden verdorven, verscheen Hij aan Awraham in goddelijke verschijningen, terwijl hij zat bij de ingang van de tent bij de eiken van Mamre, in de hitte van de dag. Awraham sloeg zijn ogen op en zag, en zie, drie mannen stonden bij hem, het waren boden van God die zich hadden gehuld in de gestalte van mensen. Awraham wist nog niet dat het boden waren, en toen hij hen zag stond hij voor hen op, zegende hen en smeekte hen brood te eten. Zij willigden in en gingen onder de boom zitten. Awraham haastte zich en bereidde hun een rijke maaltijd, koeken van fijn meel, boter en melk, en een jong en mals rund, op het vuur bereid. Hij zette het hun voor en zij deden alsof zij aten en zich verzadigden. Zij vroegen waar Sarai zijn vrouw was, en hij zei dat zij in de tent was. Zij zeiden tot hem dat zij tegen de omloop van het jaar tot hem zouden terugkeren en dat Sarai zijn vrouw dan een zoon zou hebben. Sarai lachte in haar hart en zei: zal mij, na mijn verslijten, nog vreugde zijn, terwijl ik negentig jaar ben en Awraham oud is, honderd jaar. Toen namen de boden hun menselijke gedaante van zich af en verschenen zij als boden van de Eeuwige Ene voor de ogen van Awraham, en zij maakten hem bekend dat één van hen was gezonden om Sarai de geboorte van een zoon te verkondigen, en twee van hen waren gezonden om Sedom om te keren.

מהפכת סדום. בעת ההיא התגאו אנשי סדום בעשרם ורכושם ויהיו רעים וחטאים לאלהים ואדם, וישכחו כי כל טוּבם בא אליהם מאת ה׳. את ידי האורחים העניים הבאים אליהם מארצות אחרות, לא החזיקו ולא נתנו להם חנינה, ואת האנשים אשר באו לגור בתוכם, עשו אשר לא כדת. על כן חרה בהם אף ה׳ ויחרוץ עליהם כליון עולם: להרוס את סדום ובנותיה ולהשחית גם את ארצם עד כי לא תצמיח עשב ולא תשא כל פרי. ובטרם עֲשות האלהים את משפטו החרוץ על החטאים בנפשותם ההם, נראה אל אברהם מראות אלהים בשבתו פתח האהל באלני ממרא כחם היום, וישא אברהם את עיניו וירא והנה שלשה אנשים נצבים עליו, והם היו מלאכי אלהים מתחפשים מדמות אנשים. ואברהם לא ידע עוד כי מלאכים הם, ובראותו אותם קם מפניהם ויברכם ויחל את פניהם לאכל לחם, ויעתרו לו וישבו תחת העץ, והוא מִהַר ויכרה להם כרה גדולה: עֻגות קמח סלת, חמאה וחלב ובן בקר רך וטוב צלי אש, ויתן לפניהם ויתראו כאוכלים וסעדים לבם, וישאלו איה שרה אשתו, ויאמר הנה היא באהל, ויאמרו לו כי שוב ישובו אליו לתקופת השנה והנה בן לשרה אשתו. ותצחק שרה בקרבה לאמר: האחרי בלותי תהיה לי עדנה? הלא בת תשעים שנה אנכי, ואברהם גם הוא זקן בן מאה שנה; אז הסירו המלאכים את דמות בני אדם מעליהם הופיעו כמלאכי ה׳ לעיני אברהם, ויודיעו לו כי אחד מהם שלח במַלְאֲכות ה׳ לבשר לשרה כי תלד בן, ושנים מהם שֻׁלחו להפוך את סדום—.

Awraham werd zeer bedroefd over de mensen van Sedom, zijn buren, en hij bleef staan en bad tot de Eeuwige Ene dat Hij niet een rechtvaardige met een boosdoener zou doen omkomen. De Eeuwige Ene antwoordde hem dat er geen rechtvaardigen waren gevonden onder de mensen van Sedom, en dat indien er slechts tien rechtvaardigen onder hen waren geweest, Hij ook de boosdoeners omwille van hen zou hebben gespaard en Zijn toorn niet over hen zou hebben gebracht. Toen hield Awraham op voor hen te bidden. De boden kwamen in de avond in Sedom. Lot, die de gewoonte van Awraham had geleerd om gasten op te nemen en hen te verzorgen met brood en alles wat hun ontbrak, stond hun tegemoet, want zij leken hem mensen te zijn. Hij boog zich met zijn aangezicht ter aarde en drong sterk bij hen aan om naar zijn huis af te wijken en daar te overnachten. Zij gingen met hem mee en kwamen in zijn huis. De mannen van de stad, de mannen van Sedom, zagen dat jonge mannen van begeerlijke schoonheid en fraaie gestalte in het huis van Lot waren gekomen, en zij omsingelden het huis en drongen bij Lot aan om die mannen naar buiten te brengen om met hen een gruwel te bedrijven. Lot smeekte hun geen schande te doen aan de gasten die onder de schaduw van zijn dak waren gekomen. Hij zei zelfs dat hij zijn twee dochters, die nog maagden waren, naar buiten zou brengen om met hen te doen wat goed was in hun ogen, als zij hun hartstocht niet konden bedwingen. Maar zij wilden niet luisteren en zij bedreigden hem dat zij hem nog erger zouden behandelen dan die mannen, en zij drongen aan om de deur open te breken.

ויתעצב אברהם מאד על אנשי סדום שכניו, ויעמוד ויתפלל אל ה׳ לבל ימית צדיק עם רשע, ויענהו ה׳ כי לא נמצאו צדיקים בכל אנשי סדום, וְלוּ היו ביניהם רק עשרה צדיקים כי אז נשא גם להרשעים בעבורם ולא עשה בהם חרון אפו. אז חדל אברהם מהתפלל עוד בעדם, והמלאכים באו סדומה בערב, ולוט אשר למד את מעשה אברהם להכניס אורחים ולנהלם בלהם ובכל המחסורים אשר יחסרו להם, קם לקראתם (כי נדמו לו באנשים) וישתחו אפים ארצה ויפצר בם מאד לָסוּר אל ביתו וללון שם, ויסורו אליו ויבואו אל ביתו. ואנשי העיר אנשי סדום בראותם כי בחורי חֶמד יפי תאר ויפי מראה באו ביתה לוט, נסבו על הבית ויאיצו בלוט להוציא אליהם את הבחורים היפים ההם לעשות להם תועבה. ויתחנן אליהם לוט לבל יעשו קלון כזה להאורחים אשר באו לחסות בצל קורתו, גם אמר להם להוציא אליהם את שתי בנותיו הבתולות לעשות להן כטוב בעיניהם אם לא יוכלו לעצור ביצר לבבם. אך הם לא אבו ולא שמעו לו ויפחידוהו כי ירעו לו יותר עוד מלאנשים ההם, ויגשו לשבור את הדלת.

Toen ontbrandde de toorn van God tegen hen en Hij sloeg hen met verblinding, zodat zij moe werden van het zoeken naar de ingang. Het besluit werd voltrokken om Sedom en al haar bewoners te vernietigen. Lot, die door de Eeuwige Ene was gewaarschuwd om zich te haasten en Sedom te verlaten omdat Hij haar zou verderven vanwege de boosheid van haar bewoners, ging de stad uit, hij en zijn vrouw en zijn twee maagdelijke dochters. De schoonzonen, de verloofden van zijn dochters, lachten om zijn woorden en bespotten hem toen hij hun zei dat de Eeuwige Ene Sedom zou omkeren, en zij gingen niet met hem mee. Toen Lot de stad uit was, liet de Eeuwige Ene vuur en zwavel regenen over Sedom en over Amora, en Hij keerde de steden om, heel de vlakte en alle bewoners van de steden en de gewassen van de aarde. De vrouw van Lot keek om achter zich, tegen het woord van de Eeuwige Ene in, en zij werd tot een zoutpilaar, en ik heb die zoutpilaar zelf nog met mijn ogen gezien, zoals hij daar tot op deze dag staat. Lot en zijn dochters ontkwamen en kwamen in de stad Tsoʿar, die als enige van de steden van de vlakte was overgebleven en door het vuur niet was aangeraakt. Zij wordt Tsoʿar genoemd omdat zij een kleine stad is. Daar woonde Lot vele dagen en leidde een leven van benauwdheid en druk. De dochters van Lot meenden dat alles wat onder de hemel was omgekomen en dat er geen man meer op aarde was om tot hen te komen naar de weg van de hele aarde. Om het zaad van de mens in leven te houden en de wereld weer op te bouwen zoals tevoren, gaven zij hun vader wijn te drinken en zij lagen met hem. Zij werden zwanger en baarden twee zonen. De oudste noemde haar zoon Moʾav, want hij was van haar vader, hij is de vader van het volk Moʾav, een groot en talrijk volk tot op deze dag. De jongste noemde haar zoon Ben-ʿAmmi, hij is de vader van de zonen van ʿAmmon tot op heden. Deze beide volken wonen in Coele-Syrië.

אז חרה בם אף האלהים ויך אותם בסנורים עד כי נלאו למצוא הפתח, ויגזר אמר להשחית את סדום וכל יושביה. ולוט אשר הזהירו ה׳ למהר ולעזוב את סדום, כי משחית הוא אותה מפני רעת יושביה, יצא מן העיר הוא ואשתו ושתי בנותיו הבתולות, כי החתנים (ברייטיגאמע) אשר בנותיו ארוסות להם, צחקו לדבריו וילעגו לו באמרו אליהם כי יהפוך ה׳ את סדום ולא יצאו אתו מן העיר. ויהי כצאת לוט מן העיר המטיר ה׳ אש וגפרית על סדום ועל עמורה, ויהפוך את הערים האל ואת כל הככר ואת כל יושבי הערים וצמח האדמה. ואשת לוט הביטה מאחריה למרות פי ה’ ותהי נציב מלח, ואנכי ראיתי עוד בעיני את נציב מלח ההוא הנצב שם עד היום הזה. אך לוט ובנותיו נמלטו לעיר צוער אשר נשארה מכל ערי הככר ולא נגעה בה יד האש, והיא נקראת צוער על כי היא עיר מצער, ושם ישב לוט ימים רבים ויחי חיי צער ולחץ. ובנות לוט האמינו כי נכחד כל היקום תחת השמש ואיש אין בארץ לבוא עליהן כדרך כל הארץ, ובאותן להחיות זרע אדם ולבנות את התבל כמקדם, השקו את אביהן יין ותשכבנה אתו, ותהרין לו ותלדנה שני בנים, הבכירה קראה את שם בנה מואב, כי מאביה הוא, הוא אבי עם מואב, עם גדול ורב עד היום הזה, והצעירה קראה את שם בנה בן־עמי, הוא אבי בני־עמון עד היום. ושני העמים ההם יושבים בחול־סוריא (חאליזיריען).

Hoofdstuk 12 icoonHoofdstuk 12

Jisjmaël en zijn Arabische zonen. Awraham trok vandaar naar het land van de Negev en verbleef in Gerar, in het land van de Pelisjtijnen. Hij zei over Sara zijn vrouw dat zij zijn zuster was, zoals hij eerder had gedaan bij zijn afdaling naar Mitsrajim, want hij vreesde Abimelech, de koning van Gerar, dat hij hem zou doden omwille van zijn vrouw. Abimelech begeerde de schoonheid van Sara in zijn hart en zond om haar te nemen. Maar de Eeuwige Ene weerhield hem haar te naderen, want Hij trof hem met zware kwelling en alle genezers verklaarden hem verloren. Toen kwam God tot hem in een nachtelijk droomgezicht en zei: zie, je bent een dode man om de vrouw die je hebt genomen, want zij is een gehuwde vrouw. In de morgen zond Abimelech en riep zijn vrienden en vertrouwelingen bijeen en vertelde hun zijn droom. Zij raadden hem aan en drongen er bij hem op aan zich te haasten en het onrecht te herstellen. Op hun woord liet hij Awraham roepen en sprak tot zijn hart dat hij zich niet langer om zijn vrouw hoefde te bekommeren, want God was haar tot schild en geen kwaad had haar geraakt. Daarna rechtvaardigde hij zich tegenover Awraham en zei: bij de Eeuwige Ene, ook Sara weet dit, want indien ik tevoren had geweten dat zij een vrouw van een man was, zou ik mijn ogen niet tot haar hebben opgeheven. Maar omdat ik geloofde dat zij je zuster was, heb ik dit gedaan in oprechtheid van hart en reinheid van handen. Nu dan, neem je vrouw en ga. Hij smeekte hem ook hem te vergeven en voor hem tot de Eeuwige Ene te bidden. Indien hij in zijn land wilde blijven, zou hij eten van het goede van het land, en indien hij naar een ander land wilde trekken, zou hij mensen met hem zenden om hem te geleiden en al zijn noden te vervullen. Ook Awraham rechtvaardigde zich tegenover Abimelech dat hij Sara zijn zuster had genoemd uit vrees dat hij omwille van zijn vrouw zou worden gedood, en bovendien was zij inderdaad zijn verwante, de dochter van zijn broer. Wat de ziekte van de koning betrof, zei hij dat hij die niet had veroorzaakt, maar de Eeuwige Ene. Indien het de koning behaagde hem goed te doen, zou hij in zijn land wonen op de plaats die hij verkoos. Abimelech nam schapen en runderen, knechten en dienstmaagden, en gaf ze aan Awraham, en hij gaf Sara zijn vrouw aan hem terug. Hij zei tot hem: zie, mijn land ligt voor je, woon waar het goed is in je ogen. Zij sloten ook een verbond om als betrouwbare vrienden samen te wonen. Dat verbond sloten zij bij de put die Beer-Sjeva wordt genoemd, want daar zwoeren zij beiden een eed van liefde en trouw, en die put wordt tot op deze dag Beer-Sjeva genoemd.

ישמעאל ובניו הערביאים ואברהם נסע משם ארצה הנגב ויגר בגרר בארץ פלשתים, ויאמר על שרה אשתו כי אחותו היא כאשר עשה כן ברדתו מצרימה, כי ירא מפני אבימלך מלך גרר פן יהרגהו על דבר אשתו. ואבימלך חָמַד את יְפִי שרה בלבבו וישלח וַיִקָחֶהָ אליו. אך ה׳ מְנָעוֹ מִקְרוֹב אליה, כי הוכיחו במכאוב אנוש מאד וכל הרופאים אמרו לו נואש. ואז בא אליו אלהים בחלום הלילה ויאמר לו הנך מֵת על האשה אשר לקחת, כי היא בעֻלת בעל. ויהי בבקר וישלח אבימלך ויקרא לאוהביו ומיודעיו ויספר להם את חלומו, והם יעצוהו גם האיצו בו למהר ולהיטיב את רעתו, ועל פיהם קרא לאברהם וידבר על לבו לבל ידאג עוד לאשתו, כי אלהים מגן בעדה ולא אנה אליה כל רע. אחרי כן הצטדק לפני אברהם ויאמר עד ה׳ גם שרה יודעת זאת כי לו ידעתי מראש כי היא בעלת בעל, אז לא עלה על לבי לשאת עיני אליה, אך בהאמיני כי אחותך היא, עשיתי זאת בתם לבבי ובנקיון כפי, ועתה הנה אשתך קח ולך. גם חִלה את פניו לסלוח לו ולהתפלל בעדו אל ה׳, ואם יאבה לשבת בארצו, טוב הארץ יאכֵל, ואם יאבה לנסוע לארץ אחרת, ישלח אתו אנשים לשלחו בדרך, גם ימלא כל המחסורים אשר יחסרו לו, גם אברהם הצטדק לפני אבימלך על אשר אמר על שרה אשתו אחותו היא, כי ירא פן יהרג על דבר אשתו, וגם אמנה אחותו היא בת אחיו. ועל אדות מחלת המלך הצטדק כי הוא לא הביאה עליו רק ה׳. ואם יש את לבב המלך להיטיב עמו, ישב בארצו במקום אשר יבחר, ויקח אבימלך צאן ובקר ועבדים ושפחות, ויתן לאברהם, וישב לו את שרה אשתו, ויאמר לו הנה ארצי לפניך, בטוב בעיניך שב. גם כרתו ברית יחדו לשבת שבת רֵעִים וידידים נאמנים. הברית ההיא כרתו על הבאר הנקראת באר שבע, כי שם נשבעו שניהם ברית אהבה ורעות, והבאר ההיא תקרא בשם באר שבע עד היום הזה.

Na korte tijd baarde Sara aan Awraham een zoon op zijn oude dag, op de vastgestelde tijd waarvan God had gesproken. Awraham noemde zijn naam Jitschak, vanwege de lach waarmee Sara had gelachen toen God haar verkondigde dat zij een zoon zou baren. Awraham was honderd jaar oud toen Jitschak zijn zoon werd geboren. Hij besneed hem op de achtste dag, en daarom besnijden alle nakomelingen van Awraham hun zonen op de achtste dag, een inzetting voor alle geslachten. De Arabieren besnijden hun zonen op de dertiende jaar, want Jisjmaël hun vader werd zelf besneden toen hij dertien jaar oud was. Aanvankelijk had Sara Jisjmaël, de zoon van Hagar haar dienstmaagd, lief en beschouwde zij hem als haar eigen zoon. Maar toen zij Jitschak had gebaard, wilde zij niet dat Jisjmaël samen met haar zoon zou opgroeien, uit vrees dat Jisjmaël het leven van Jitschak zou bedreigen na de dood van Awraham, indien hij als eerstgeborene een dubbel deel zou erven. Zij zei tot Awraham: verdrijf deze dienstmaagd en haar zoon, want de zoon van de dienstmaagd zal niet erven met mijn zoon, met Jitschak. Dit was zeer zwaar in de ogen van Awraham, en hij weigerde een klein kind en een arme vrouw zonder schuld uit zijn huis te verdrijven. Maar de Eeuwige Ene zei tot hem: laat het niet zwaar zijn in je ogen om de jongen en om je dienstmaagd, luister naar alles wat Sara je zegt. Toen stond hij vroeg in de morgen op, nam brood en een zak water en gaf die aan Hagar, en het kind legde hij op haar schouder en zond haar weg. Zij ging en dwaalde in de woestijn tot het brood was verbruikt en ook het water uit de zak was verdwenen. Het benauwde haar zeer; de tong van haar zoon werd droog van dorst terwijl zijn leven nog in hem was. Zij legde hem neer onder een van de bomen en ging op afstand zitten om zijn sterven niet te zien. Zij verhief haar stem en weende. Toen verscheen een bode van God aan haar en toonde haar een waterput nabij die plaats. Hij gebood haar haar zoon op te nemen en hem vast te houden, want zijn welzijn zou ook haar welzijn zijn. Deze woorden deden haar geest herleven. Zij vulde de zak met water en gaf haar zoon te drinken, en mensen met een goed hart vonden haar in die woestijn en voorzagen haar en het kind van brood. Jisjmaël groeide op, en zijn moeder nam voor hem een vrouw uit het land Mitsrajim, haar geboorteland. Zij baarde hem twaalf zonen, en dit zijn hun namen: Nevajot en Kedar en Adbeël en Mivsam en Misjma en Duma en Massa, Chadad en Tejma, Jetur, Nafisj en Kedma. Zij vestigden zich van de rivier de Perat tot aan de Rode Zee, in het land dat Nevajot wordt genoemd. Ter ere van deze mannen van naam en kracht, en ter ere van Awraham hun vader, worden de stammen van de Arabieren tot op deze dag naar hun namen genoemd.

אחרי ימים מעטים ילדה שרה לאברהם בן לזקניו למועד אשר דבר אותו אלהים, ויקרא אברהם את שמו יצחק, על דבר הצחוק אשר צחקה שרה בְּבַשֵׂר לה האלהים כי תלד בן. ואברהם היה בן מאת שנה בהולד לו יצחק בנו, וימל אותו בן שמונת ימים, ועל כן ימֹלו כל זרע אברהם את בניהם לשמונת ימים, והוא חק עולם לדורותם, והערביאים יִמֹלו את בניהם לשלש עשרה שנה, כי ישמעאל אביהם נִמֹל גם הוא בהיותו שלש עשרה שנה. והנה בתחלה אהבה שרה את ישמעאל בן הגר שפחתה ותחשבהו כבנה, אך כאשר ילדה את יצחק, מאנה כי יגדל ישמעאל עם בנה יחד, מדאגה בדבר פן ימרה ישמעאל את חיי יצחק אחרי מות אברהם אם יירש פי שנים בהיותו הבכור, ותאמר לאברהם גרש את האמה הזאת ואת בנה, כי לא אבה כי יירש בן האמה עם בני עם יצחק, וירע הדבר מאד בעיני אברהם וימאן לגרש ילד קטן ואשה עניה מביתו על לא חמס עשו, אך באמור אליו ה׳ אל ירע בעיניך על הנער ועל אמתך, כל אשר תאמר אליך שרה שמע בקולה, אז השכים בבקר ויקח לחם וחמת מים ויתן אל הגר, ואת הילד אשר אין בו כח ללכת בדרך רחוקה שם על שכמה, וישלחה ללכת באשר תתהלך. ותלך ותתע במדבר עד תם הלחם מצלחתה, ותצר לה מאד, ובכלות גם המים מן החמת ולשון בנה בצמא נָשָׁתָּה וכל עוד נפשו בו, השליכה אותו תחת אחד עצי הברושים (טאננענבוים), ותלך ותשב מרחוק לבל תראה במות הילד, ותשא את קולה ותבך, אז נראה אליה מלאך אלהים וַיַרְאֶהָ באר מים בקרבת המקום ההוא, ויצו אותה לשאת את בנה ולהחזיק בו, כי בשלומו וטובו גם לה שלום ורב טוב, הדברים האלה החיו את רוחה, ותלך ותמלא את החמת מים ותשק את בנה, גם רעים טובי לב מצאה במדבר ההוא, והם נהלו אותה ואת הילד בלחם. ויגדל ישמעאל ותקח לו אמו אשה מארץ מצרים, ארץ מולדתה, והאשה ההיא ילדה לו שנים עשר בנים. ואלה שמותם. נביות וקדר ואדבאל ומבשם ומשמע ודומה ומשא, חדד ותימא, יטור נפיש וקדמה. וישכנו בכל הארץ אשר מנהר פרת עד ים האדום הנקראת בשם ארץ נביות (נאבאטענערלאנד). ולכבוד אנשי שם וגבורי חיל ההם, גם לכבוד אברהם אביהם, נקראו בשמותם שבטי הערביאים עד היום הזה.

Hoofdstuk 13 icoonHoofdstuk 13

De binding van Jitschak. Awraham had Jitschak zijn zoon lief met een liefde zonder grens, want hij was een zoon van zijn ouderdom, ook een zoon die God zocht en Hem eerde met heel zijn hart en luisterde naar de stem van zijn vader in alles wat hij hem gebood. Awraham achtte zich gelukkig op aarde, denkend dat een zo dierbare zoon hem zou beërven en zijn plaats na hem zou innemen. Toen stelde God Awraham op de proef. Hij verscheen aan hem en rekende hem voor en telde al de weldaden die Hij hem sinds zijn jeugd had bewezen, dat Hij zijn tegenstanders in zijn hand had gegeven en hem op zijn ouderdom een wijze zoon had geschonken. En vanwege al die trouwe weldaden eiste Hij van hem dat hij Jitschak zijn zoon tot een brandoffer zou brengen. Hij gebood hem te gaan naar het land Morija, daar een altaar te bouwen op een van de bergen en zijn zoon daarop als een brandoffer voor de Eeuwige Ene te offeren. Zo zou blijken dat hij werkelijk Godvrezend was en de wil van de Eeuwige Ene hoger achtte dan het leven van zijn enige zoon, de liefste van zijn ziel. Awraham luisterde naar de stem van de Eeuwige Ene en bereidde met heel zijn ziel Jitschak tot een volkomen offer. Hij overwoog dat het verachten van de stem van de Eeuwige Ene, bron van het leven, een misdaad was die de dood verdiende, want in Zijn goedheid houdt Hij alle leven in stand. Maar aan Sarai zijn vrouw vertelde hij dit niet, en ook geen van zijn knechten maakte hij deelgenoot van wat hij in zijn hart besloten had, opdat niemand hem tot tegenstander zou zijn op de weg. Hij stond vroeg in de morgen op, zadelde zijn ezel, nam twee knechten met zich mee en Jitschak zijn zoon, en ging naar de plaats die God hem had aangewezen. Het hout voor het offer en al wat voor deze daad nodig was legde hij op de ezel. Op de derde dag hief Awraham zijn ogen op en zag de berg Morija van verre. Hij zei tot zijn knechten: blijft hier met de ezel, ik en de jongen zullen daarheen gaan, ons neerbuigen en tot u terugkeren. Awraham nam het hout van het offer van de ezel en legde het op Jitschak zijn zoon, en hij nam in zijn hand het vuur en het mes, en zij gingen beiden samen voort. Jitschak was toen vijfentwintig jaar oud. Nadat het altaar was gebouwd, vroeg hij aan Awraham: waar is het lam voor het offer. Awraham antwoordde dat God Zichzelf het lam voor het offer zou voorzien, want in Zijn hand is het aan ieder te geven wat hem ontbreekt en ook terug te nemen wat Hij gegeven heeft, wanneer iemand zich verbeeldt dat zijn kracht en de sterkte van zijn hand hem voorspoed hebben gebracht.

עקדת יצחק. אברהם אהב את יצחק בנו אהבה בלי־מצרים, כי בן זקונים הוא לו גם בן משביל דורש אלהים ומכבדו בכל לבב ושומע בקול אביו לכל אשר יצוהו, ויתחשב אברהם למאשר בארץ בדעתו כי בן יקיר כזה יירשהו וימלא מקומו אחריו. והאלהים נסה את אברהם וירא אליו ויספור וימנה לו את כל החסדים אשר עשה עמו מעודו, ואשר מגן צריו בידו, ויתן לו בן חכם לעת זקנתו, ובגלל כל חסדיו הנאמנים ההם הוא דורש ממנו להעלות לו את יצחק בנו לעולה, ויצוהו ללכת אל ארץ המוריה ולבנות שם מזבח על אחד ההרים ולהקריב עליו את בנו קרבן עולה לה׳, ואז ידע כי ירא אלהים הוא באמת ונותן יתר שאת לחפץ ה׳ על חיי בנו יחידו מחמל נפשו. וישמע אברהם בקול ה׳, ובכל נפשו עתד את יצחק לעולה כליל לה׳, ויחשוב למשפט כי חטא משפט מות הוא למרות את פי ה׳ אשר הוא מקור החיים ובטובו הוא מחיה כל החיים. אך לשרה אשתו לא הגיד זאת, גם לא גלה את אזן אחד מעבדיו את אשר בלבבו לעשות, לבל יתיצב לו איש לשטן בדרך. וישכם בבקר ויחבש את חמורו ויקח את שני נעריו אתו ואת יצחק בנו וילך אל המקום אשר אמר לו האלהים, וישם על החמור את עצי העולה ואת יתר הדברים הדרושים לחפץ הזה. ביום השלישי נשא אברהם את עיניו. וירא את הר המוריה מרחוק, ויאמר אל נעריו שבו לכם פה עם החמור ואני והנער נלכה עד כה ונשתחוה ונשובה אליכם. ויקח אברהם את עצי העולה מעל החמור וישם על יצחק בנו ויקח בידו את האש ואת המאכלת וילכו שניהם יחדו. ויצחק היה אז בן עשרים וחמש שנים, ואחרי אשר נבנה המזבח, שאל את פי אברהם איה השה לעולה? ויענהו כי אלהים יראה לו השה לעולה, כי בידו לתת לכל איש ואיש את אשר יחסר לו, גם לשוב ולקחת את אשר נתן לו אם יתאמר כי כחו ועצם ידו עשה לו חיל—.

Nadat Awraham het hout op het altaar had geschikt, wendde hij zich tot Jitschak zijn zoon en sprak: mijn zoon, duizendmaal heb ik de Eeuwige Ene om een kind gesmeekt, en toen Hij mijn gebed hoorde en mij een geliefde zoon als jij gaf, heb ik geen moeite of zorg gespaard om over je te waken. Ik heb je grootgebracht en opgevoed, en al mijn verlangen en hoop waren slechts om jou te zien opgroeien tot een mens van waarde en om je alles wat ik bezit te doen erven. Maar omdat ik door de wil van de Eeuwige Ene vader werd van een zoon als jij, rust op mij ook de plicht Zijn wil te doen. Nu wil de Eeuwige Ene dat ik Hem de zoon teruggeef die Hij mij gaf. Wees dan sterk en moedig om als een volkomen offer voor de Eeuwige Ene op het altaar te gaan. Met heel mijn hart geef ik je aan de Eeuwige Ene, omdat Hij dit verlangt als tegenwaarde voor alle goedheid en weldaden die Hij mij sinds mijn jeugd tot op deze dag heeft bewezen. Mijn zoon, zoals je op bevel van de Eeuwige Ene in deze wereld kwam, zo scheid je er nu op bevel van de Eeuwige Ene van. Scheid je dan van het leven niet als alle mensen, maar als een zuiver brandoffer uit de hand van je vader onder de hand van God. Ik geloof dat dit voor jou tot eer en luister is, omdat je zo hoog in de ogen van de Eeuwige Ene wordt geacht, niet te sterven als alle mensen door ziekte en pijn, door oorlog of ramp, maar als een volkomen offer voor de Eeuwige Ene. Hij, in wiens hand de ziel van al wat leeft is, zal je ziel met welbehagen aannemen wanneer de vlam opstijgt van het altaar, en als een zuiver gebed uit het hart van je vader. En dan, mijn enige zoon, wees mij een voorspreker en smeek het aangezicht van de Eeuwige Ene dat Hij mijn ouderdom onderhoudt onder Zijn hoede, zoals ik jou in Zijn hand heb toevertrouwd. Naar al deze woorden sprak Awraham tot het hart van Jitschak zijn zoon. Jitschak, rechtvaardig en oprecht als zijn vader, hoorde zijn woorden met vreugde van hart en antwoordde: had ik de raad van de Eeuwige Ene en de raad van mijn vader overtreden, dan zou ik geen recht hebben gehad het licht van het leven te zien. En zelfs als jij, mijn vader, alleen had verlangd mij als offer te brengen, zou ik je stem niet hebben weerstaan, hoeveel te meer nu ook de Eeuwige Ene dit verlangt. Met vreugde en een goed hart trad Jitschak tot het altaar. Awraham bond hem en legde hem op het altaar boven op het hout, en hij nam het mes om zijn zoon te slachten. Maar de stem van de Eeuwige Ene riep met kracht: Awraham, Awraham, strek je hand niet uit naar de jongen en doe hem niets, want een mensenoffer is een gruwel voor Mij. Slechts om je te beproeven ben Ik deze keer gekomen, en nu weet Ik dat je Godvrezend bent en je zoon, je enige, Mij niet hebt onthouden. Daarom zal Ik je zegenen en je nageslacht zeer vermeerderen als de sterren van de hemel en als het zand aan de oever van de zee, en je nageslacht zal de poort van zijn vijanden bezitten. De naam Awraham zal groot worden tot aan de einden der aarde en zijn gedachtenis tot zegen zijn voor altijd. Daarna liet de Eeuwige Ene Awraham een ram zien die hij tot dan toe niet had opgemerkt. Awraham nam de ram en bracht hem als offer in plaats van zijn zoon. Awraham en Jitschak, die overvloedige vrede en veel goed van de Eeuwige Ene hadden ontvangen, omhelsden elkaar en keerden terug naar hun huis. Zij leefden voorspoedige levens, en alles wat zij deden deed de Eeuwige Ene in hun hand gelukken.

אחרי ערוך אברהם את העצים על המזבח, פנה אל יצחק בנו ויאמר: הה בני! אלפי פעמים שאלתיך מאת ה׳, ובשמעו את שאלתי ויתן לי בן יקיר כמוך, לא חָשכתי מכל עמל ותלאה נפשי לשמור עליך, טפחתיך ורביתיך, וכל ישעי וכל חפצי היו רק לראותך בתור אדם המעלה ולהוריש לך את כל אשר לי. אולם יען כי ברצון ה׳ הייתי אב לבן נחמד כמוך, עלי החובה לעשות גם את רצונו, ועתה ירצה ה׳ כי אשיב לו את הבן אשר נתן לי, על כן חזק ואמץ להעלות על המזבח לעולה כליל לה’. ואני בכל חפץ לבבי הנני נותן אותך לה׳, יען כי חפץ הוא בזה חלף כל הטובות והחסדים אשר עשה עמדי מעודי ועד היום הזה. הה בני! בבואך אל התבל על פי ה׳, כן הפרד עתה ממנה על פי ה׳; הפרד נא איפוא בני מחיי התבל לא ככל בני האדם, רק כקרבן עולה תמימה מיד אביך אל תחת יד האלהים. ואני הנני מאמין כי לכבוד ולתפארת הוא לך, כי נכבדת מאד בעיני ה׳ לבל תמות כמות כל האדם על ידי מחלה ומכאובים, על ידי מלחמה או כל אסון וכל פגע רע, רק בתור קרבן ועולה כליל לה׳, וה׳ אשר בידו נפש כל חי, יקבל באהבה וברצון את נפשך בעלות הלהב מעל המזבח ותפלה זַכָּה מלבב אביך. ואז בני יחידי! אז היה נא עלי למלאך מליץ ותחלה את פני ה׳ כי יכלכל את שיבתי תחת בני אשר הפקדתיו בידו—.״ ככל הדברים האלה דבר אברהם על לב יצחק בנו, ויצחק הצדיק והתמים כאביהו, שמע את דבריו בשמחת לבב, ויען ויאמר: לוּ הפרתי את עצת ה׳ ועצת אבי, כי אז לא היה לי כל צדקה לראות אור החיים בתבל, ואם רק אתה אבי לבדך חפצת להעלות אותי לעולה, גם אז לא מריתי את פיך, ומה גם עתה אשר גם ה׳ חפץ בזה—.״ ובשמחה ובטוב לב נגש יצחק אל המזבח, ויעקד אותו אברהם וישם אותו על המובח ממעל לעצים, ויקח את המאכלת לשחוט את בנו — אך קול ה׳ קרא בַכֹח: אברהם! אברהם! אל תשלח ידך אל הנער ואל תעש לו מאומה! כי קרבן אדם תועבת נפשי הוא, ורק לנסותך באתי הפעם, ועתה ידעתי כי ירא אלהים אתה ולא חשכת את בנך את יחידך ממני, ועל כן ברך אברכך והרבה ארבה את זרעך ככוכבי השמים וכחול אשר על שפת הים וירש זרעך את שער אויביו, ושֵׁם אברהם יגדל עד אפסי ארץ וזִכרו לברכה עד העולם.” אחרי הדברים האלה הראה ה׳ אַיִל אחד לאברהם אשר לא ראהו עד כה, ויקח אברהם את האיל ויעלהו לעולה תחת בנו. ואברהם ויצחק אשר התבשרו רוב שלום ורב טוב מאת ה׳, התרפקו ויחבקו זה את זה בשמחות וגיל, וישובו לביתם, ויחיו חיים מאשרים, וכל אשר עשו הצליח ה׳ בידיהם.

Hoofdstuk 14 icoonHoofdstuk 14

De dood van Sara en haar begrafenis. Na korte tijd stierf Sara, honderd zevenentwintig jaar oud, en zij werd begraven in Chevron. Hoewel de Kenaʿanieten Awraham een grafbezit in hun midden wilden geven zonder prijs en zonder zilver, wilde Awraham dat niet. Hij kocht van Efron, een van de inwoners van Chevron, een veld tot begraafplaats voor vijftig sjekkels zilver. Dat veld, met de spelonk die erin was, werd voor Awraham tot een vast grafbezit.

מות שרה וקבורתה. אחרי ימים מעטים מתה שרה בת מאה ועשרים ושבע שנים, ותקבר בחברון. ואף כי הכנענים חפצו לתת לאברהם אחזת קבר בתוכם בלי מחיר ובלי כסף, לא חפץ אברהם בזה, רק קנה מאת אפרים (עפרון) אחד מתושבי חברון שדה קבורה בחמשים שקל כסף, והשדה ההוא (והמערה אשר בו) קם לאברהם לאחזת־קבר.

Hoofdstuk 15 icoonHoofdstuk 15

Awraham nam Keturah tot vrouw en de zonen van Keturah. Na de dood van Sara nam Awraham zich een vrouw, en haar naam was Keturah. Zij baarde hem zes zonen, krachtig van gestalte en groot van verstand, en hun namen waren Zimran, Jokjsjan, Medan, Midjan, Jisjbak en Sjoeach. Sjoeach verwekte Sjeba en Dedan. De zonen van Dedan waren Asjoerim, Letoesjim en Leoemim. Midjan verwekte Efa, Efer, Chanokh, Avieda en Eldaʿa. Awraham vestigde hen in nederzettingen in het land Tragloditis en in het gebied van Arabië dat zich uitstrekt tot aan de Rode Zee. Velen zeggen dat Efer met een groot leger naar het land Libië trok en het innam, en dat zijn zonen zich daar vestigden en het Afrika noemden naar Efer hun vader. Getuige hiervan is de schrijver Alexander Polyhistor, die aldus schrijft: Kleodemos de ziener, ook Malchos genoemd, die in zijn boek de geschiedenis van de Joden beschreef naar Mosjee hun wetgever, vertelt dat Awraham bij Keturah vele zonen verwekte. Nadat hij drie van hen had genoemd met de namen Efra, Asjoer en Ofir, voegde hij eraan toe dat de Asjoerim naar Asjoer zijn genoemd en dat naar Efra en Ofir de stad Efra en het land Afrika zijn genoemd. Hij vertelt verder dat deze zonen van Keturah Herakles te hulp kwamen bij zijn strijd tegen Libië en Antaios, en dat Herakles de dochter van Efra tot vrouw nam, die hem Diadoros baarde, en uit Diadoros kwam Zapanes voort, naar wie de stam van de Zapanaken onder de Berberse volken wordt genoemd.

אברהם לקח את קטורה לאשה. ובני קטורה. אחרי מות שרה לקח לו אברהם אשה ושמה קטורה ותלד לו ששה בנים גבורים וכבירי שכל, ושמותיהם: זמרן, יקשן, מדן, מדין, ישבק ושוח. ושוח הוליד את שבא ואת דדן. ובני דדן אשורים ולטושים ולאומים. ומדין הוליד את עיפה ועפר וחנוך ואבידע ואלדעה. ואברהם כונן להם מוצאות (קאלאניען) בארץ הטראגלאדיטיס ובחבל ארץ ערב המאשרה עד ים האדום. רבים אומרים כי עפר נסע בחיל כבד לארץ ליביען וילכדה, ובניו נושבו בה ויקראו לה אפריקא על שם עפר אביהם. ועד נאמן על זה הוא הסופר אלכסנדר פאליהיסטאר אשר יכתוב כדברים האלה: קלעאדעמוס החוזה הנקרא גם בשם מלכות, אשר כתב בספר את דברי ימי היהודים כמשה מחוקקם, יספר כי אברהם הוליד מקטורה בנים רבים, ואחרי אשר קרא שלשה מהם בשמות עפרה (עיפה) אשור ואופיר (עפר), הוסיף לספר כי האשורים נקראו על שם אשור, ועל שם עפרה ואופיר נקראו עיר עפרה וארץ אפריקא. גם יספר עוד כי בני קטורה ההם באו לעזור להערקולעס בהצותו את ליביען ואנטאאוס, והערקולעס לקח את בת עפרה לו לאשה ותלד לו את דיאדארוס, ומבני דיאדארוס היה זאפאנעס אשר על שמו נקרא שבט הזאפאקים בפי העמים הברברים.

Hoofdstuk 4 icoonHoofdstuk 16

Jitschak nam Rivka tot vrouw. Toen Jitschak omtrent veertig jaar oud was, besloot Awraham Rivka, de dochter van Nachor zijn broer, voor hem tot vrouw te nemen. Hij zond zijn dienaar, de oudste van zijn huis, naar Aram-Naharajim om van daar Rivka voor Jitschak te halen, maar eerst deed hij hem zweren zijn woord te houden en te doen zoals hem geboden was. De eed in die dagen geschiedde aldus: wie deed zweren en wie zwoer, legden hun hand onder de heup van de ander en riepen de Eeuwige Ene tot een betrouwbare getuige tussen hen, dat de gezworene niet zou afwijken van de woorden van degene die hem had doen zweren, noch naar rechts noch naar links. De dienaar nam tien kamelen van de kamelen van zijn heer en van al het goede van zijn heer in zijn hand, en hij stond op en ging naar Aram-Naharajim, naar de stad van Nachor. Vele dagen ging hij voort, want de wegen in Aram-Naharajim zijn vol kuilen en moeilijkheden, in de winter door modder en slijk, in de zomer door gebrek aan water, en ook door de vele rovers die langs de wegen liggen en iedere reiziger belagen. Wie niet moedig van hart en sterk van kracht is, ontkomt hun niet, tenzij hij zijn ogen op elke stap richt.

יצחק לקח את רבקה. בהיות יצחק כבן ארבעים שנה, אמר אברהם לקחת לו את רבקה בת נחור אחיו לאשה, וישלח את עבדו זקן ביתו ארצה ארם נהרים לקחת משם את רבקה ליצחק, אך בראשונה השביע אותו לקים את דבריו ולעשות כאשר צֻוָה. והשבועה בימים ההם היתה באופן הזה: המשביע והמשבע שמו את ידיהם איש תחת ירך אחיו ויעידו את ה׳ לעד נאמן ביניהם לבל יסור המשבע מדברי המשביע על ימין או על שמאל. ויקח העבד עשרה גמלים מגמלי אדוניו וכל טוב אדוניו בידו ויקם וילך אל ארם נהרים אל עיר נחור. ימים רבים הלך העבד עד הגיעו למחוז חפצו, כי בארץ ארם נהרים חתחתים בדרך ויכבד מאד על הולכי ארחות, בחרף בגלל הטיט והרפש, ובקיץ בגלל חֹסר המים גם בגלל השודדים הרבים הרובצים על הדרכים ואורבים לכל הֵלֶך, והאיש אשר איננו אמיץ לב וגדל כח, לא ימלט מידם אם לא ישים עיניו על כל מדרך כף רגלו.

Toen de dienaar de stad Charan naderde, liet hij de kamelen neerknielen bij de waterput tegen de avond, op het uur dat de waterputsters uitgaan. Hij bad tot de Eeuwige Ene dat Hij hem de jonge vrouw zou doen ontmoeten die Hij voor Jitschak, de zoon van zijn heer, had bestemd, volgens dit teken: dat zij hem water zou geven uit haar kruik, terwijl de andere meisjes hem dit zouden weigeren. Hij naderde de put en vroeg de meisjes hem water te geven, maar zij wilden zijn verzoek niet vervullen en zeiden dat het hun te zwaar viel water te putten, zelfs voor de mensen van hun huis. Toen hoorde hij dat een van hen hen bestrafte omdat zij een reiziger een weinig water onthielden. Zij haastte zich, liet haar kruik op haar hand neerdalen en gaf hem te drinken. De dienaar dankte haar voor haar goedheid en haar trouw en vroeg haar daarna naar haar afkomst. Hij zegende haar huis, dat de Eeuwige Ene haar een jonge echtgenoot zou doen ontmoeten zoals goed is in haar ogen, en dat zij zonen en kleinzonen zou zien, passend bij een zo kostbare dochter. De jonge vrouw antwoordde en zei: mijn naam is Rivka, en de naam van mijn vader is Betoeël, die reeds gestorven is. Lavan mijn broer bestuurt het huis en zorgt voor mijn moeder en voor mij. Toen verheugde de dienaar zich bij het horen van haar woorden en geloofde dat de Eeuwige Ene zijn weg had doen slagen. Hij nam een gouden neusring en sieraden en gaf ze aan de jonge vrouw, als dank voor haar welwillendheid om hem te drinken te geven en als teken van eer, want bij haar, die vele dochters in edelheid van geest overtrof, pasten zulke sieraden. Hij vroeg haar ook of er in het huis van haar familie plaats was om te overnachten, want de dag was ver gevorderd en hij kon niet verder trekken, en ook omdat hij kostbare sieraden bij zich droeg en niet wilde afwijken naar een huis van mensen die niet recht van hart waren. Zij was voor hem tot getuige dat ook haar moeder en haar broer recht van hart waren zoals zijzelf. Ook zou hij hun niet tot last zijn, want hij zou ruim betalen voor het verblijf en het brood dat hij had meegebracht zou hij zelf eten. De jonge vrouw verheugde zich toen zij hoorde dat hij haar moeder en haar broer eerde, en zij zei dat er bij hen zowel stro als voer in overvloed was en ook plaats om te overnachten, en dat zij niets van hem zouden aannemen voor dit alles. Toch wilde zij eerst snel naar het huis van haar moeder gaan om het haar te vertellen en daarna hem geleiden en naar het huis brengen.

בהיות העבד קרוב לעיר חרן, הבריך את הגמלים אל באר המים לעת ערב לעת צאת השואבות, ויתפלל אל ה׳ כי יקרה לפניו את הנערה אשר הוכיח ליצחק בן אדוניו על פי האות הזה: כי תשקהו מים מכדה אחרי אשר יתר הנערות תמנענה ממנו הדבר הזה. ויקרב אל הבאר וישאל מאת הנערות להשקותו מים, ואחרי אשר לא אבו הנערות למלאות את שאלתו, באמרן אליו כי כבד להן מאד לשאוב המים מהבאר גם בעד נפשות אנשי ביתן, שמע כי אחת מהנה גערה בהן על אשר תמנענה מעט מים מאיש אורח, ותמהר ותרד כדה על ידה ותשקהו. ויודה לה העבד על טובה ועל חסדה, ואחרי כן שאל אותה מי הם אבותיה, ויברך אותם כי יַקְרֶה ה׳ לפני בתם בעל נעורים כטוב וכישר בעיניה, ויראו בנים ובני בנים לבת יקרה כזאת. ותען הנערה ותאמר: שמי רבקה, ושם אבי בתואל אשר כבר מת ולבן אחי מנהל את ביתו ומכלכל את אמי ואותי. וישמח העבד בשמעו את דבריה, ויאמן כי הצליח ה׳ את דרכו. ויקח רביד זהב ועוד עדי עדיים ויתן להנערה ויבקש אותה לקחת אותם חלף טובת לבבה להשקותו מים גם לאות כי מכבד הוא אותה, כי לה אשר עלתה עלי רבות בנות ביקרת רוחה נאוו העדיים ההם. גם שאל את פיה אם יש בבית אביה מקום ללון, כי רד היום ולא יוכל ללכת הלאה, ואף גם זאת כי בידו עדיי נשים יקרי הערך ולא יאבה לסור רק אל בית אנשים ישרים אשר לא יגעו בכל אשר לרעיהם, והיא (רבקה) לעדה בעיניו כי גם אמה וגם אחיה ישרי לב המה כמוה. גם לא יהיה עליהם למשא, כי שלם ישלם במיטב כספו בעד המלון ומפתו אשר הביא אתו יאכל. ותשמח הנערה בשמעה כי מכבד הוא את אמה ואחיה, ותאמר אליו גם תבן גם מספוא רב עמנו וגם מקום ללון, ולא נקח מידך מאומה בעד כל אלה, ובכל זאת ארוצה נא ואגיד לבית אמי כדברים האלה, ואחרי כן אנהגך אביאך אל בית אמי.

Na deze woorden bracht Rivka hem naar huis. De knechten van Lavan ontlastten de kamelen en gaven hun voer, en Lavan nodigde de dienaar uit om brood te eten. Na de maaltijd richtte de dienaar zijn woorden tot Lavan en tot de moeder van Rivka en zei: ik ben een dienaar van Awraham. Awraham, de zoon van Terach, is uw naaste verwant, want Nachor, de vader van uw vader, was zijn broer. Awraham heeft mij tot u gezonden om deze jonge vrouw voor Jitschak zijn zoon tot vrouw te nemen. Jitschak is zijn enige zoon en zal het gehele grote en rijke bezit van zijn huis erven. Hoewel hij geen beletsel had om voor zijn zoon een vrouw te kiezen uit de dochters van zijn land, rijk aan goederen en aan al het goede van het land, heeft hij niet gewild zijn zoon te verbinden met een van de dochters van dat land, maar alleen met iemand uit zijn vaders huis en uit zijn familie. Weerstaat dan niet de wens van mijn heer, want van de Eeuwige Ene is deze zaak uitgegaan. Hij heeft mij een teken en een bewijs gegeven, want behalve dat Hij mij op de weg heeft geleid en mij heeft bewaard voor elke hinderlaag en elk struikelblok, heeft Hij mij ook een betrouwbaar teken getoond dat de wens van mijn heer door Hem was doen slagen. Want toen ik heden bij de bron kwam, bad ik tot Hem dat Hij mij uit alle dochters van de stad de jonge vrouw zou doen ontmoeten die voor de zoon van mijn heer was bestemd, en Hij heeft haar mij doen ontmoeten. Nu dan, doe wat de Eeuwige Ene behaagt en geef mij deze jonge vrouw, om wie mijn heer zich met zo grote zorg heeft bekommerd. Toen antwoordden de moeder van de jonge vrouw en Lavan haar broer: van de Eeuwige Ene is deze zaak uitgegaan, wij kunnen tot u niets slechts en niets goeds spreken. Zie, Rivka is voor u, neem haar en ga, en laat haar een vrouw zijn voor de zoon van uw heer, zoals de Eeuwige Ene heeft gesproken. En Jitschak nam Rivka tot vrouw, en hij werd heer over het gehele huis van zijn vader, want de zonen die Keturah aan Awraham had gebaard, erfden niets in het huis van hun vader, omdat zij reeds waren weggetrokken naar andere landen en daar hun dagen doorbrachten.

אחרי הדברים האלה הביאה אותו רבקה הביתה, ועבדי לבן פתחו את הגמלים וינהלום במספוא, ולבן קרא את העבד לאכול אתו לחם. אחרי אכלם ערך העבד דבריו אל לבן ואל אם רבקה ויאמר: עבד אברהם אנכי — ואברהם בן תרח הלא הוא שארכם הקרוב אליכם, כי נחור אבי אבי בניך, אשה אהובה: היה אחי אברהם בני אב אחד ואם אחת -ואברהם שלח אותי אליכם לקחת את הנערה הזאת ליצחק בנו לאשה, ויצחק הוא בנו יחידו אשר יירש את כל הון ביתו הרב והעצום. ואף כי אין מעצור לו לבחור מבנות ארצו אשה לבנו, אשר לה עֹשֶר ונכסים וכל טוב הארץ, אך הוא לא יחפוץ לתת את בנו לאחת מבנות הארץ ההיא כי אם מבית אביו וממשפחתו. ואתם אל תמנעו את חפץ אדוני, כי מה׳ יצא הדבר, והוא נתן לי אות ומופת על זה, כי זולת אשר נחני בדרך וישמרני מכל ארב ומכל מכשול, הראני עוד אות נאמן כי חפץ אדוני הצליח בידו: כי כבואי היום אל העין התפללתי אליו כי יקרה לפני מכל בנות העיר את הנערה אשר הוכיח לבן אדוני, והוא הקרה אותה לפני—. ועתה הלא תעשו את אשר יחפוץ ה׳ ותתנו על ידי את הנערה הזאת אשר למענה חרד אדוני את כל החרדה הגדולה הזאת.” ותען אם הנערה ולבן אחיה: מה׳ יצא הדבר, לא נוכל דבר אליך רע או טוב, הנה רבקה לפניך קח ולך ותהי אשה לבן אדוניך כאשר דבר ה׳. ויקח יצחק את רבקה, ויהי אדון לכל בית אביו, כי הבנים אשר ילדה קטורה לאברהם, לא ירשו מאומה בבית אביהם, יען כי כבר נסעו הלכו לארצות אחרות וישבו בהן כל הימים .

Hoofdstuk 4 icoonHoofdstuk 17

De dood van Awraham en zijn begrafenis. Na korte tijd verouderde Awraham en stierf in goede ouderdom, honderd vijfenzeventig jaar oud. Hij was een rechtvaardig en oprecht man zonder gelijke, en de Eeuwige Ene had hem lief en zegende hem in alles. Jitschak en Jisjmaël, zijn zonen, begroeven hem in Chevron, in de spelonk van Machpela, op het veld van Efron de Chittiet, dat tegenover Mamre ligt, naast Sara zijn vrouw.

מות אברהם וקבורתו. אחרי ימים מעטים גוע וימת אברהם בשיבה טובה בהיותו מאת שנה ושבעים שנה וחמש שנים. הוא היה איש צדיק תמים מאין כמוהו, וה׳ אהבו ויברכהו בכל. ויקברו אותו יצחק וישמעאל בניו בחברון אל מערת המכפלה אל שדה עפרון החתי אשר על פני ממרא, על יד שרה אשתו.

Hoofdstuk 4 icoonHoofdstuk 18

De geslachten van Jaʿakov en ʿEsaw, zonen van Jitschak. Na de dood van Awraham bezocht de Eeuwige Ene Rivka, de vrouw van Jitschak, en zij werd zwanger, en de kinderen stieten zich in haar schoot, en zij had moeite haar zwangerschap te dragen, en Jitschak werd bedroefd in zijn hart om zijn vrouw en ging om de Eeuwige Ene te raadplegen, en de Eeuwige Ene zei tot hem dat er twee zonen in de schoot van Rivka waren, en uit hen zouden twee volken voortkomen die naar hen genoemd zouden worden, en de zoon die naar het oog de jongste was zou groter worden dan de oudste. De dagen van Rivka werden vervuld om te baren, en zie, er waren tweelingen in haar schoot, zoals de Eeuwige Ene had gesproken, en de eerste kwam tevoorschijn rossig, geheel behaard als een ruige mantel, en daarna kwam zijn broer tevoorschijn met zijn hand die de hiel van zijn eerstgeboren broer vasthield. De jongens groeiden op, en Jitschak had de eerstgeborene lief, die ʿEsaw of Seʿir werd genoemd omdat hij een behaard man was, en Rivka had de jongste lief, die Jaʿakov werd genoemd omdat hij bij zijn geboorte de hiel van zijn broer vasthield. Er kwam hongersnood in het land, en Jitschak wilde naar Mitsrajim afdalen om daar te verblijven in de dagen van de schaarste, maar de Eeuwige Ene verscheen aan hem en zei dat hij niet naar Mitsrajim moest afdalen maar moest verblijven in Gerar in het land van de Pelisjtijnen, en dat Hij met hem zou zijn en hem zou zegenen. Toen Jitschak in Gerar kwam ontmoette Abimelech, de koning van Gerar, hem met liefde en eer, en hij herinnerde zich de vriendschap met Awraham zijn vader en deed hem goed en met trouw, maar na verloop van dagen keerde zijn hart zich tot haat uit afgunst die hij tegen hem koesterde toen hij zag dat zijn vermogen toenam en alles wat hij deed voorspoedig was, en deze felle afgunst maakte dat hij hem ten slotte uit zijn land verdreef. Jitschak trok vandaar weg en sloeg zijn tenten op bij een plaats die Wadi wordt genoemd niet ver van Gerar, en toen hij daar een put begon te graven vielen de herders van Abimelech hem aan en verhinderden hem het werk te voltooien, en hij wilde zich niet met geweld tegen hen opstellen en de herders meenden dat zij de overhand hadden. Jitschak trok vandaar verder en groef een andere put maar ook daarover ontstond twist, en hij verliet ook die plaats want hij wilde geen man van twist en tweedracht zijn, en hij trok verder en groef nog een put en daarover twistten zij niet meer, en hij noemde haar Rechovot en zei dat de Eeuwige Ene ons nu ruimte had gegeven, en de eerste put noemde hij ʿEsek omdat men daarover met hem twistte en de tweede Sitna omdat de herders van Abimelech hem daar tot tegenstander waren. Jitschak ging voort en werd zeer groot en voorspoedig, en Abimelech vreesde dat Jitschak het kwaad zou vergelden dat hem zonder reden was aangedaan en wraak zou nemen wanneer het in zijn macht lag, en daarom ging hij uit Gerar naar hem toe met Pichol zijn legeroverste om een verbond van vrede met hem te sluiten en hun vriendschap van vroeger te vernieuwen, en Jitschak rechtvaardig en goed voor allen vergaf hem het kwaad dat hij hem had aangedaan, herinnerde zich de eerste vriendschap en vervulde al zijn wensen, en Abimelech ging van hem weg in vrede.

תולדות יעקב ועשו בני יצחק. אחרי מות אברהם, פקד ה׳ את רבקה אשת יצחק ותהר, ויתרוצצו הבנים בקרבה, וַתֵּלַהּ לשאת את עצבונה ואת הֵרונה, ויתעצב יצחק אל לבו אדות אשתו, וילך לדרוש את ה׳ ויאמר ה׳ לו, שני בנים בבטן רבקה ומהם יצאו שני גוים אשר יקראו על שמם, והבן אשר לפי ראות עינים הוא הקטן, יגדל מהבן הגדול. וימלאו ימי רבקה ללדת והנה תומים בבטנה כדבר ה׳, ויצא הראשון אדמוני כלו, ומכף רגלו ועד ראשו מכֻסה בשער כאדרת שער, ואחרי כן יצא אחיו וידו אחזת בעקב אחיו הבכור. ויגדלו הנערים ויאהב יצחק את הבכור הנקרא בשם עשו או שעיר על כי היה איש שעיר, ורבקה אוהבת את הבן הצעיר הנקרא בשם יעקב על אשר אחז בעקב אחיו בהולדו. ויהי רעב בארץ, ויחפוץ יצחק לרדת מצרימה לגור שם בימי רעבון, אך ה׳ נראה אליו ויאמר אל תרד מצרימה, גור בעיר גרר בארץ פלשתים ואהיה עמך ואברכך. ובבואו גררה קדם אבימלך מלך גרר את פניו באהבה ובכבוד, ויזכור לו את אהבתו לאברהם אביו, ויעש עמו אך טוב וחסד. אפס כי ברבות הימים הפך לבו לשנוא אותו בקנאתו אשר קנא בו בראותו כי ינוב חילו וכל אשר יעשה יצליח; והקנאה העזה ההיא הסבה כי לאחרונה גרש אותו מארצו. וילך משם יצחק ויחן במקום הנקרא בשם נחל, לא רחוק מעיר גרר. ויהי כי החל לחפור שם באר, ויתנפלו עליו רֹעי אבימלך להלחם בו ולא נתנו אותו לבצע את מעשה הבאר; אך הוא לא אבה להתיצב לפניהם בחזקת היד, ויאמינו הרֹעים כי ידם רמה. ויעתק יצחק משם ויחפור באר אחרת, אך רֹעים אחרים נקבצו ובאו ויריבו גם עליה, ויעזוב גם את המקום ההוא, כי לא אבה להיות איש ריב ואיש מדון, ויעתק משם ויחפור באר אחרת ולא רבו עוד עליה, ויקרא שמה רחֹבות, ויאמר כי עתה הרחיב ה׳ לנו. ואת הבארות אשר חפר תחלה קרא לאחת מהן עֵשֶׂק, כי התעשקו עמו עליה, ואת השנית בשם שטנה, כי רֹעי אבימלך נצבו לשטן לו על אדותיה. ויצחק הלך הלוך וגדול, ויהי איש מצליח מאד, ויירא אבימלך פן יפקוד עליו יצחק את הרעה אשר עשה לו חנם, ויקח ממנו נקם בהיות לאל ידו לעשות זאת, וילך אליו מגרר עם פיכל שר צבאו לכרות עמו ברית שלום ולחדש את אהבתם כקדם. ויצחק הצדיק והטוב לכל, סלח לו על הרעה אשר עשה לו, ויזכור לו אהבתו הראשונה, וימלא את כל משאלות לבו, וילך אבימלך מאתו בשלום.

ʿEsaw, de geliefde zoon van Jitschak, nam een vrouw toen hij veertig jaar oud was, haar naam was ʿAda de dochter van Elon en Oholivama de dochter van Tsivʿon, dochters van twee Kanaʿanitische mannen rijk en bezitter van veel goederen, en hij raadpleegde zijn vader niet, want als hij hem had geraadpleegd zou hij hem niet hebben toegestaan een vrouw uit de dochters van het land Kenaʿan te nemen, en toch bedroefde Jitschak de geest van zijn zoon niet en gebood hem zijn vrouwen niet weg te sturen. Toen Jitschak oud werd en zijn ogen te zwak werden om te zien riep hij zijn oudste zoon ʿEsaw bij zich en klaagde hem zijn ouderdom en zijn blindheid die hem verhinderden de Eeuwige Ene te dienen zoals vroeger, en hij gebood hem het veld in te gaan wild te jagen en hem gerechten te bereiden zoals hij liefhad, en na het eten wilde hij tot de Eeuwige Ene voor hem bidden opdat Hij hem zou verbergen onder de schaduw van Zijn vleugels en hem zou bewaren al de dagen van zijn leven op aarde, en omdat hij de dag van zijn dood niet kende verlangde hij ernaar hem te zegenen voordat hij stierf. ʿEsaw ging het veld in om wild te jagen, en Rivka die wist dat de zegen van de rechtvaardige Jaʿakov beter paste dan ʿEsaw gebood Jaʿakov zonder dat Jitschak het wist twee jonge geiten te nemen en gerechten te bereiden voor zijn vader zoals hij liefhad, en Jaʿakov deed zoals zijn moeder hem had geboden, en toen het eten gereed was nam Jaʿakov de huiden van de jonge geiten en legde die op zijn handen en op de gladde delen van zijn hals want hoewel Jaʿakov een glad man was leek hij in gestalte en huid zeer op zijn broer ʿEsaw daar zij tweelingen waren, en hij bracht de gerechten naar zijn vader, en zijn hart beefde dat zijn vader zijn list zou ontdekken en dat toorn en een vloek in plaats van een zegen over hem zouden komen, maar Jitschak hoewel hij herkende dat de stem de stem van Jaʿakov was liet hem naderbij komen en betastte hem en zie zijn handen waren behaard als de handen van ʿEsaw, en hij zei dat de stem wel de stem van Jaʿakov was maar de handen de handen van ʿEsaw, en zonder verder onderzoek bad hij tot de Eeuwige Ene na het eten en zei dat God wiens koningschap een koningschap van alle tijden is die de hemel en de aarde en heel hun heir had gemaakt Awraham had beloofd hem en zijn nageslacht te zegenen en Zijn belofte had vervuld, en hij smeekte dat Hij ook nu zou doen zoals Hij had beloofd zijn zoon zou redden en zegenen zijn vijanden zou doen beven en zijn vrienden zou doen bloeien in overvloedige vrede.

ועשו אהוב יצחק אביו, לקח אשה בהיותו בן ארבעים שנה ושמה עדה בת אֵילֹן, ואת אהליבמה בת צבעון, בנות שני כנענים עשירים ובעלי נכסים רבים, ואת פי אביו לא שאל, כי לוּ שאל את פיהו, כי אז לא נתנו לקחת מבנות ארץ כנען, כי לא אבה להתחתן את הכנענים. אך בכל זאת לא עצב את רוח בנו ולא צוהו לגרש את נשיו—. ויהי כי זקן יצחק ותכהיןָ עיניו מראות, ויקרא את עשו בנו הגדול ויתאונן באזניו כי ימי הזקנה ועורון עיניו לא יתנוהו לעבוד את ה׳ כבימי קדם, גם צוהו לצאת השדה ולצוד לו ציד ולעשות לו מטעמים כאשר אהב, ואחרי אכלו מצידו יתפלל אל ה׳ בעדו כי יסתירהו בסתר כנפיו וישמרהו כל ימי חייו על הארץ, ויען כי איננו יודע את יום מותו, נכספה נפשו להתפלל בעדו אל ה׳ ולברכהו בטרם ימות. וילך עשו השדה לצוד ציד להביא, ורבקה אשר ידעה כי ברכת הצדיק יאתה יותר ליעקב מאשר לעשו, צותה אותו, (מבלי אשר ידע זאת יצחק) לקחת שני גדיי עזים ולעשות אותם מטעמים לאביו כאשר אהב, ויעש יעקב כאשר צִוַתּוֹ אמו. ויהי כאשר הוכן האכל, ויקח יעקב את עֹרות גדיי העזים וילבשם על ידיו ועל חלקת צואריו, (כי זולת היות יעקב איש חלק, נדמה מאד בקומתו ובדי עורו לעשו אחיו בהיותם תאמים), ואז הביא את המטעמים אל יצחק אביו, אך לבו היה חרד פן יודע לאביו עָרְמָתו ויקצוף עליו ויבא עליו קללה תחת ברכה. אולם יצחק אף כי הכיר כי הקול קול יעקב, קרא אותו לגשת אליו וימשש אותו והנה ידיו שעירות כידי עשו, ויאמר: הקול קול יעקב, אך הידים ידי עשו, ומבלי חקור עוד יותר, התפלל אל ה׳ אחרי אכלו את המטעמים, ויאמר: ״ה׳ אלהים אשר מלכותך מלכות כל העולמים ואשר עשית את השמים ואת הארץ וכל צבאם, אתה הבטחת לאברהם אבי להיטיב עמו ועם בניו אחריו, ובידך מלאת את הבטחתך, כי ברכת אותו בכל, וגם אותי הבטחת להיטיב לזרעי אחרי ולברכם ביתר שאת עוד. אנא ה׳! עשה נא עתה כאשר הבטחתני, ואל תבישני מִשִׂברי לעת זקנתי ככלות כחי כי אם לא תסעדני עתה, ונחשבתי כיורדי בור. אנא ה׳! הושיעה נא לבני זה, בן עבדך, הפלה נא חסדך לו, שמרהו מכל רע, ברכהו נא בחיים מאֻשרים כידך המלאה, יחתו יריביו וינוסו משנאיו מפניו, אך מברכיו יברכו, וחפצי שלומו ישליו ויתענגו על רוב שלום.

Zo bad Jitschak in de overtuiging dat hij voor ʿEsaw bad, en nauwelijks had hij zijn gebed voltooid of ʿEsaw kwam thuis van zijn jacht, en toen wist Jitschak dat Jaʿakov hem met list had voorbijgegaan maar hij bleef rustig, en ʿEsaw smeekte hem ook hem te zegenen maar Jitschak zei dat hij al zijn zegeningen aan Jaʿakov had gegeven, en ʿEsaw klaagde bitter verhief zijn stem en weende en drong bij zijn vader aan hem toch te zegenen, en Jitschak stemde toe en zei dat hij van zijn zwaard zou leven een sterke jager en man van oorlog zou zijn en zich een naam zou maken op aarde en dat ook zijn zonen na hem dappere mannen zouden zijn die onder de volken bekend zouden worden maar dat hij zijn broer zou dienen. Jaʿakov vreesde dat zijn broer hem zou doden omdat hij zijn zegen had genomen, en ook Rivka vreesde zeer dat ʿEsaw tegen hem zou opstaan en hem zou doden, en zij riep Jaʿakov bij zich en raadde hem naar Charan te vluchten naar Lavan haar broer, en zij sprak ook tot het hart van Jitschak om Jaʿakov daarheen te zenden opdat hij zich daar een vrouw zou nemen uit de dochters van Lavan, want ʿEsaw had nog een vrouw genomen naast zijn vrouwen tot verdriet van Jitschak, haar naam was Basemat de dochter van Jisjmaël, en Jitschak wilde zich niet verbinden met de Kenaʿanieten en het griefde hem dat ʿEsaw Basemat tot vrouw had genomen en haar zeer liefhad.

כה התפלל יצחק אל ה׳ בהאמינו כי הוא מתפלל בעד עשו בנו. אך כמעט אשר כלה את תפלתו, שב עשו הביתה מצידו, אז ידע יצחק כי ערם הערים יעקב, אך ישב במנוחה. אולם עשו חִלה את פניו כי יברך גם אותו כאשר ברך את אחיו. וימאן יצחק לברכו באמרו כל ברכותי נתתי ליעקב, ולכה איפוא מה אעשה בני? ויתאונן עשו על מרמת יעקב ויצעק צעקה גדולה ומרה, וישא את קולו ויבך, ויאץ באביהו לברך גם אותו. אז נעתר יצחק אליו, ויאמר: ״על חרבך תחיה, והיית גבור ציד ואיש מלחמה ותעש לך שֵׁם בארץ, גם בניך אחריך יהיו גבורי כח ואנשי חיל ושמם יודע בגוים, אך בכל זאת תעבוד את אחיך.” ויירא יעקב פן יהרגהו אחיו על אשר לקח את ברכתו, גם רבקה יראה מאד פן יקום עליו עשו ויהרגהו, ותקרא ליעקב ותיעצהו לברוח אל לבן אחיה חרנה, ותדבר גם על לב יצחק לשלח את יעקב שמה לבעבור יקח לו שם אשה מבנות לבן. כי עשו הוסיף עוד לקחת אשה על נשיו למֹרת רוח יצחק, שם האשה ההיא בשמת בת ישמעאל. כי יצחק לא אבה להתחתן את הכנענים, ויחר לו על אשר לקח עשו את בשמת לו לאשה ויאהבה מאד.

Hoofdstuk 4 icoonHoofdstuk 19

Jaʿakov vluchtte naar Charan, en nam daar een vrouw, en verwekte twaalf zonen, en keerde daarna terug naar het land Kenaʿan. Jaʿakov ging uit van Be’er-Sjewa op raad van Rivka, zijn moeder, en hij trok naar Aram-Naharaïm om daar een dochter van Lavan tot vrouw te nemen, nadat ook Jitschak zich in dat besluit had geschikt. En toen hij door het land Kenaʿan ging wilde hij niet afwijken naar een van de huizen van de Kenaʿanieten, en hij overnachtte onder het gewelf van de hemel, en hij nam van de stenen van de plaats en legde ze onder zijn hoofd, en hij droomde een zeer wonderlijke droom, en zie, een ladder stond op de aarde en haar top reikte tot de hemel, en zie, boden van God stegen daarop neer en op, en bovenaan de ladder stond de Eeuwige Ene, en Hij riep hem bij zijn naam en zei tot hem, vrees niet, Jaʿakov, en wees niet bevreesd, want Ik zal met je zijn en Ik zal je bewaren overal waar je gaat, omwille van Jitschak, je kostbare vader, en omwille van Awraham, de vader van je vader, die in al zijn wegen rechtvaardig was. Sterk dan je handen, want Ik ben een schild voor je, en Ik zal je zegenen met al het goede van het land en Ik zal je terugbrengen naar deze aarde, want ook Awraham heb Ik uit Aram-Naharaïm hierheen gebracht nadat zijn verwanten en zijn losser hem uit hun land hadden verdreven, en Ik heb hem gezegend en zijn naam groot gemaakt, en ook je vader heb Ik gezegend, Ik heb hem groot gemaakt en verheven en hem kracht en macht gegeven, en omwille van je vaders zal Ik ook jou zegenen en je zult een voorspoedig man zijn als zij. Ga dan met vreugde op je weg en hoop altijd op Mij, en je zaad zal zijn als het stof van de aarde, en je zult uitbreken naar het westen en het oosten en het noorden en het zuiden, en zij zullen dit land beërven, ga in vrede op je weg en vrees niet voor moeite en inspanning, en Ik zal met je zijn op elke plaats en in elke tijd en in elk uur. Zo zag Jaʿakov het gezicht op die plaats, en hij ontwaakte uit zijn slaap en verheugde zich zeer en beefde om het gezicht en om de woorden die de Eeuwige Ene tot hem had gesproken, en hij goot olie over de stenen waarop de Eeuwige Ene aan hem was verschenen, en hij deed een gelofte en zei dat als hij in vrede terugkeerde naar het huis van zijn vader hij daar een offer aan de Eeuwige Ene zou brengen, en al wat de Eeuwige Ene hem zou geven zou hij tienden geven. En hij noemde de naam van die plaats Beït-El, en hij zei dat dit niet anders was dan het huis van God en dit de poort van de hemel. Daarna hief Jaʿakov zijn voeten op en ging naar Aram-Naharaïm, het land van zijn verlangen, en hij kwam tot de stad Charan, en zie, er was een put in het veld en herders met hun kudden, jongens en meisjes, zaten bij de put. Jaʿakov ging naar de herders, want hij was dorstig naar water, en hij zei tot hen, mijn broeders, vanwaar zijn jullie, en zij zeiden, uit Charan, en hij zei tot hen, kennen jullie Lavan, de zoon van Nachor, en zij zeiden, wij kennen hem, en wie kent zo’n groot man niet, en zijn dochter weidt met ons de schapen van haar vader, en het is vreemd in onze ogen dat zij nog niet is gekomen, en wanneer zij komt zal zij je zeggen wat je zoekt. Terwijl zij nog spraken, zie, Rachel, de dochter van Lavan, kwam met de kudde, en de herders zeiden tot Jaʿakov, zie, daar is de dochter van Lavan, en tot Rachel zeiden zij dat de gast gekomen was om naar de vrede van haar vader te vragen. Rachel naderde tot Jaʿakov met een stralend gezicht en vroeg hem wie hij was en vanwaar hij kwam en waarom hij daarheen was gekomen, en zij beloofde hem met hart en ziel te helpen en al de wensen van zijn hart te vervullen. Jaʿakov verwonderde zich over haar goedheid en haar trouw, en nog meer over haar schoonheid en de bekoorlijkheid van haar gezicht, want zij was de schoonste onder de dochters van het land, en hij kreeg haar lief in zijn hart vanaf het eerste ogenblik dat hij haar zag, en hij zei tot haar dat als zij de dochter van Lavan was zij zijn eigen vlees en bloed was, want Awraham en Haran en Nachor waren broeders, zonen van Terach, en Betoe’el, de vader van haar vader, was de zoon van Nachor, en Jitschak, zijn vader, was de zoon van Awraham en Sara, de dochter van Haran, en in de laatste dagen hadden zij zich opnieuw door huwelijk verbonden, want Rivka, zijn moeder, was de zuster van haar vader, en hij was gekomen om naar hun welzijn te vragen en de dagen van hun oude liefde te vernieuwen. Toen herinnerde Rachel zich dat zij ook van haar vader zulke woorden had gehoord, en zij verheugde zich zeer, tot zij weende van vreugde, en zij omhelsde Jaʿakov en kuste hem, en zij zei dat haar vader en heel zijn huis zich zeer zouden verheugen over zijn komst, want haar vader droeg altijd de naam van Rivka op zijn lippen, en zij wist dat hij zich ook over haar zoon zou verheugen. Daarna vroeg zij hem met haar mee te gaan naar het huis van haar vader om hem snel te verblijden met het zien van zijn aangezicht. Toen Jaʿakov bij het huis van Lavan kwam ontving Lavan hem met vreugde en met tekenen van liefde, en na enkele dagen zei Lavan tot hem dat hij wel zeer verheugd was over zijn komst, maar dat hij wilde weten waarom hij zijn vader en zijn moeder in hun ouderdom had verlaten, en dat hij in plaats van hun grijze haren te verzorgen hierheen was gekomen, en dat als hij de wortel van de zaak en zijn verlangen in zijn huis kende hij goed voor hem zou doen naar vermogen. Jaʿakov vertelde hem in eenvoud van hart alles wat in zijn hart was, en hij liet hem weten dat hij een broer had die ʿEsaw heette en dat hij op zijn dood zinde omdat hij hem met raad van Rivka, zijn moeder, de zegen van zijn vader had afgenomen, en dat hij brandde van toorn tot de dood, omdat met de zegen ook het gezag en de heerschappij waren meegegaan, en daarom was hij uit het huis van zijn vader gevlucht op raad van zijn moeder, en hij zei ook dat hij wel verwanten en lossers had uit de familie van zijn vader, maar dat Lavan dichterbij was omdat hij de broer van zijn moeder was, en hij hoopte dat de God van zijn vaders hem van al het kwaad zou bewaren en dat ook Lavan hem tot beschutting zou zijn. Toen beloofde Lavan hem goed en trouw te doen omwille van zijn vaders en vooral omwille van Rivka, zijn moeder, aan wie zijn ziel verbonden was ook al was zij ver van zijn ogen, en hij zei dat hij hem tot hoofd van zijn herders zou maken, en wanneer hij zou verlangen terug te keren naar zijn land en zijn geboortegrond zou hij hem rijk begiftigen met al het goede van zijn huis en hem met eer laten gaan zoals het past bij een naaste verwant. Jaʿakov antwoordde dat hij hem elke arbeid zou dienen die hij hem oplegde, als hij hem maar Rachel, zijn jongste dochter, tot vrouw gaf.

יעקב ברח חרנה, ויקח שם אשה ויולד שנים עשר בנים, ואחרי כן שב ארצה כנען. ויצא יעקב מבאר שבע על פי עצת רבקה אמו, וילך לארץ ארם נהרים, לקחת שם את בת לבן לו לאשה, אחרי אשר גם יצחק התרצה לדבר הזה. ובלכתו דרך ארץ כנען, לא אבה לסור אל אחד מבתי הכנענים, וילן תחת כפת הרקיע, ויקח מאבני המקום וישם מראשותיו, ויחלום חלום נפלא מאד: והנה סלם מצב ארצה וראשו מגיע השמימה, והנה מלאכי אלהים יורדים בו, ועל ראש הסלם נצב ה׳, ויקרא לו בשמו ויאמר אליו: אל תירא יעקב ואל תחת, כי אנכי אהיה עמך ושמרתיך בכל אשר תלך, למען יצחק אביך היקר, גם למען אברהם אבי אביך אשר היה צדיק בכל דרכיו. תחזקנה איפוא ידיך, כי אנכי מגן לך וברכתיך בכל טוב הארץ והשיבותיך אל האדמה הזאת, כי גם את אברהם הבאתי מארם נהרים הנה אחרי אשר גרשוהו קרוביו וגואליו מארצם, וברכתיהו והגדלתי את שמו, וגם את אביך ברכתי, גדלתי ורוממתי ונתתי לו עז ועצמה, ולמען אבותיך אברך גם אותך והיית איש מצליח כמוהם. לך לך איפוא בשמחה לדרכך, וקוה אלי תמיד. והיה זרעך כעפר הארץ, ופרצת ימה וקדמה וצפונה ונגבה, וירשו את הארץ הזאת, לך לדרכך בשלום ואל תירא מכל עמל ותלאה, ואנכי אהיה עמך בכל מקום ובכל עת ובכל שעה.” ככל החזיון הזה חָזה יעקב במקום ההוא, וייקץ משנתו וישמח במאד מאד ויגל ברעדה על החזיון ההוא ועל הדברים ההם אשר דבר אליו ה׳, ויצק שמן על האבנים אשר עליהם נגלה אליו ה׳, גם נָדַר נֶדֶר לאמר אם אשוב בשלום אל בית אבי אקריב בזה קרבן לה׳, וכל אשר יתן לי ה׳ עשר אעשרנו לו. ויקרא שם המקום ההוא בית אל, באמרו אין זה כי אם בית אלהים וזה שער השמים. אחרי כן נשא יעקב את רגליו וילך ארצה ארם נהרים מחוז חפצו, ויבוא עד עיר חרן, וירא והנה באר בשדה ורֹעים עם עדריהם, נערים ונערות, יושבים על יד הבאר. ויגש יעקב אל הרעים, כי היה צמא למים, ויאמר אליהם: אחי מאין אתם? ויאמרו מחרן אנחנו, ויאמר להם הידעתם את לבן בן נחור? ויאמרו ידענו, ומי לא יֵדע את איש גדול כמוהו, ובתו היא רֹעה אתנו את צאן אביה, ולפלא בעינינו כי לא באה עוד עם הצאן הנה, ובבואה הגיד לך את אשר אתה מבקש. עודם מדברים והנה רחל בת לבן באה עם הצאן, ויאמרו הרעים ליעקב הנה בת לבן, ולרחל אמרו כי האיש האורח בא לדרוש בשלום אביה. ותקרב רחל אל יעקב בפנים צהלים ותשאלהו מי הוא ומאין הוא בא ומדוע בא שָׁמָה. ותבטיחהו כי תפיק לו נפשה ותמלא כל משאלות לבו. ויתפלא יעקב על טוּבָה וחסדה ויותר עוד על יפיה וחמדת פניה, כי היא היתה היפה בבנות הארץ, ויאהבה בלבו מרגע הראשון אשר ראה אותה, ויאמר אליה: אם בת לבן את, הנך שארת בשרי, כי אברהם והרן ונחור אחים הם בני תרח, ובתואל אבי אביך הוא בן נחור, ויצחק אבי הוא בן אברהם ושרה בת הרן, ובימים האחרונים יספנו להתחתן עוד, כי רבקה אמי היא אחות אביך. ואני באתי הנה לשאול לשלומכם ולחדש ימי אהבתנו כקדם. אז זכרה רחל כי ככל דבריו שמעה גם מפי אביה, ותשמח מאד עד כי בכתה מרוב שמחתה, ותחבק את יעקב ותשקהו, ותאמר: אבי וכל ביתו ישמחו מאד לקראת בואך, כי אבי ישא תמיד את שם רבקה על שפתיו, וידעתי כי ישמח גם לקראת בנה. אחרי כן בקשה אותו ללכת אתה אל בית אביה ולשמחהו מהר במראה פניו. ויהי בבוא יעקב ביתה לבן, קבלהו לבן בשמחה ובכל אותות אהבה, ואחרי ימים מעטים אמר אליו לבן: אמנם כי שמחתני מאד בבואך, בכל זאת חפצתי לדעת מדוע עזבת את אביך ואת אמך לעת זקנתם. ותחת כלכל את שיבתם באת הנה, והיה אם אדע שרש הדבר ומה שאלתך וחפצך בביתי, עשה אעשה עמך אך טוב ככל אשר תשיג ידי? ויספר לו יעקב בתם לבבו את כל אשר בלבבו, ויודיעהו כי יש לו אח ושמו עשו, והוא מתנכל להמיתו על קחתו ממנו את ברכת אביו בעצת רבקה אמו, כי חרה לו עד מות על אשר לקח ממנו את הברכה וְאִתָּהּ יחד את המשרה ואת הממשלה — ועל כן ברח מבית אביו, וגם זאת בעצת אמו. הן אמנם, הוסיף יעקב לדבר, כי יש לנו קרובים וגואלים גם ממשפחת אבי, אך אתה קרוב לי מהם בהיותך אחי אמי, ואקו כי אלהי אבותי ישמרני מכל רע, וגם אתה תהי עלי סתרה. אז הבטיח אותו לבן לעשות עמו אך טוב וחסד בעבור אבותיו ומה גם בעבור רבקה אמו אשר נפשו קשורה בנפשה גם בהיותה רחוקה מעיניו. ויאמר לשימהו לאביר הרעים אשר לו, ובכל עת אשר יכסוף לשוב אל ארצו ואל מולדתו, העניק יעניק לו מכל טוב ביתו וישלחהו בכבוד כיאות לשארו הקרוב אליו כמוהו. על הדברים האלה ענהו יעקב: אעבדך בכל עבודה אשר תעמוס עלי אם אך תתן לי את רחל בתך הקטנה לאשה.

En Lavan verheugde zich daarover en zei dat hij haar liever aan de zoon van zijn zuster gaf dan aan een ander, maar dat hij haar niet kon geven voordat Jaʿakov enkele jaren in zijn huis zou wonen en hij zijn wegen en zijn werken zou zien, en dat hij geen lust had zijn dochter naar een ver land te laten gaan nadat hij er al vrede mee had gehad Rivka, zijn zuster, naar het land Kenaʿan te laten gaan naar het huis van haar man. Jaʿakov stemde toe en diende zeven jaren om Rachel, en aan het einde van de jaren verzamelde Lavan alle mannen van die plaats en maakte een bruiloftsmaal, en in de avond nam hij Lea, zijn dochter, en bracht haar tot Jaʿakov en hij kwam tot haar, want door de wijn en de duisternis van de nacht wist hij niet dat zij Lea was, en in de morgen zei hij tot Lavan dat hij hem had bedrogen, want om Rachel had hij hem gediend in liefde, en waarom had hij hem Lea gegeven die geen genade in zijn ogen vond, en Lavan verdedigde zich en zei dat het bij hen niet zo gedaan werd de jongste vóór de oudste te geven, en dat als Jaʿakov Rachel werkelijk liefhad hij hem ook haar zou geven nadat hij nog zeven andere jaren had gediend. Jaʿakov stemde ook daarin toe door zijn grote liefde voor Rachel, en nadat ook de zeven andere jaren voorbij waren gaf Lavan hem Rachel tot vrouw, en Bilha, haar dienstmaagd, gaf hij haar tot dienares, en Zilpa, de dienstmaagd van Lea, had hij al aan Lea gegeven. Lea werd zeer bedroefd omdat Jaʿakov Rachel meer liefhad, en zij hoopte dat als zij hem zonen baarde hij ook haar lief zou hebben, en zij bad tot de Eeuwige Ene om haar te bezoeken, en de Eeuwige Ene verhoorde haar en zij werd zwanger en baarde een zoon en noemde hem Re’oeven, omdat de Eeuwige Ene in barmhartigheid haar een zoon had gegeven, en vanaf die tijd begon Jaʿakov ook haar gunstig gezind te zijn, en zij werd opnieuw zwanger en baarde een zoon en noemde hem Sjimʿon, omdat de Eeuwige Ene haar stem had gehoord, en zij werd opnieuw zwanger en baarde een zoon en noemde hem Levi, omdat zij zei dat haar man zich nu aan haar zou hechten, en zij werd opnieuw zwanger en baarde een zoon en noemde hem Jehoeda, omdat zij zei dat zij deze keer de Eeuwige Ene zou loven, en Rachel werd jaloers op haar zuster en vreesde dat Jaʿakov haar niet meer zou liefhebben zoals eerst, omdat zij onvruchtbaar was, en zij gaf Bilha, haar dienstmaagd, aan Jaʿakov zodat zij ook door haar gebouwd zou worden, en Bilha werd zwanger en baarde Jaʿakov een zoon en Rachel zei dat God haar recht had gedaan en ook haar stem had gehoord, en zij noemde hem Dan, en Bilha werd opnieuw zwanger en baarde een tweede zoon en Rachel noemde hem Naftali, omdat zij zei dat zij met listen en strijd met haar zuster had gestreden en had overwonnen, en ook Lea handelde als haar zuster en gaf Zilpa, haar dienstmaagd, aan Jaʿakov, en zij werd zwanger en baarde een zoon en Lea noemde hem Gad, en zij werd opnieuw zwanger en baarde een tweede zoon en Lea noemde hem Asjer, omdat zij zei dat haar geluk daardoor nog zou groeien. Re’oeven ging op een dag het veld in en bracht zijn moeder Lea mandragora-appels, en Rachel begeerde die en vroeg Lea haar er enkele te geven, maar Lea weigerde en zei dat het weinig was dat zij haar man had genomen en nu ook de appels van haar zoon wilde nemen, en Rachel zei dat Jaʿakov die nacht bij haar zou slapen, en Jaʿakov sliep bij haar en zij werd zwanger en baarde een vijfde zoon en noemde hem Jis’sachar, omdat zij zei dat God haar loon had gegeven omdat zij haar dienstmaagd aan haar man had gegeven, en Lea werd opnieuw zwanger en baarde een zesde zoon en noemde hem Zevoelon, omdat zij zei dat haar man haar nu zou eren omdat zij hem zes zonen had gebaard, en zij baarde ook een dochter en noemde haar Dina. Toen bezocht de Eeuwige Ene ook Rachel en zij werd zwanger en baarde een zoon en noemde hem Joseef en zei dat de Eeuwige Ene haar nog een zoon zou toevoegen.

וישמח לבן על הדבר הזה ויאמר: ״טוב תתי אותה לך בן אחותי מתתי אותה לאיש אחר, אך בכל זאת לא אוכל תת אותה לך, עד אשר תשב בביתי שנים אחדות ואראה את דרכיך ואת פעליך, גם אין את נפשי לתת את בתי לנסוע אל ארץ רחוקה אחרי אשר נחמתי כבר כי נתתי את רבקה אחותי ללכת ארצה כנען לבית אישה—.” ויתרצה יעקב גם לדבר הזה, ויעבוד שבע שנים ברחל, ולתקופת השנים אסף לבן את כל אנשי המקום ההוא ויעש משתה החתונה, ויהי בערב ויקח את לאה בתו ויבא אותה אל יעקב ויבא אליה, כי מטעם היין ומחשכת הלילה לא ידע כי לאה היא, ויהי בבקר ויאמר אל לבן למה רמיתני? הלא ברחל עבדתי עמך באהבתי אותה, ולמה נתת לי את לאה אשר לא מצאה חן בעיני? ויצטדק לבן על מעשהו, ויאמר: לא יעשה כן במקומנו לתת את הצעירה לפני הבכירה, ועתה אם באמת ובתמים תאהב את רחל, אתן לך גם אותה אחרי אשר תעבוד עמדי עוד שבע שנים אחרות. ויתרצה יעקב גם לדבר הזה באהבתו העזה אשר אהב את רחל, ואחרי עבור גם שבע שנים האחרות, נתן לו לבן גם את רחל לאשה, ואת בלהה שפחתו נתן לה לשרת אותה, ואת זלפה שפחתו נתן כבר ללאה. ולאה התעצבה מאד בראותה כי יעקב אוהב מאד את רחל, רק קותה כי אם תלד לו בנים, יאהב גם אותו, ותתפלל אל ה׳ לפקוד אותה, ויעתר לה ה׳ ותהר ותלד בן ותקרא לו בשם ראובן, יען כי ברחמי ה׳ נתן לה הבן, כי זה הוא פתרון השם הזה. ומאז והלאה החל יעקב לחן גם אותה. ותהר עוד ותלד בן ותקרא שמו שמעון, כי שמע ה׳ בקולה. ותהר עוד ותלד בן ותקרא את שמו לוי, באמרה כי הפעם ילוה אישה אליה, ותהר עוד ותלד בן ותקרא שמו יהודה, באמרה הפעם אודה את ה׳. ותקנא רחל באחותה, ותדאג פן לא יוסיף עוד יעקב לאהוב אותה כבראשונה, כי עקרה היא, ותתן את בלהה שפחתה ליעקב למען תבנה גם היא ממנה, ותהר בלהה ותלד ליעקב בן, ותאמר רחל דנני אלהים וגם שמע בקולי, ותקרא שמו דן. ותהר עוד ותלד בלהה בן שני ליעקב, ותקרא רחל את שמו נפתלי, פתרונו ערמה גם התחרות (וועטטאייפער), כי על פי ערמת רחל לתת את שפחתה לאישה, התחרה את לאה אחותה גם יכלה לה. אך גם לאה הערימה כאחותה ותתן גם היא את זלפה שפחתה ליעקב, ותהר גם היא ותלד בן, ותקרא לאה את שמו גד, פתרונו מקרה (צופאלל)(?). ותהר עוד ותלד בן שני ליעקב, ותקרא לאה את שמו אשר, פתרונו אֹשֶר (גליק), כי על ידו יגדל עוד אָשרה מקדם. ויהי היום וילך ראובן השדה ויבא ללאה אמו תפוחי הצמח הנקרא בשם מאנדראגארא, ותתאו רחל התפוחים ההם, ותבקש מאת לאה לתת גם לה תפוחים אחדים, ותמאן לאה ותאמר המעט קחתך את אישי ולקחת גם את תפוחי בני. ותאמר רחל לכן ישכב עמך הלילה. וישכב יעקב עמה בלילה ההוא ותהר ותלד ליעקב בן חמישי ותקרא את שמו יששכר, באמרה נתן אלהים שכרי אשר נתתי שפחתי לאישי. ותהר עוד לאה ותלד בן ששי ליעקב והקרא את שמו זבלון, באמרה הפעם יזבלני אישי כי ילדתי לו ששה בנים. גם בת אחת ילדה ליעקב ותקרא את שמה דינה. אז פקד ה׳ גם אח רחל ותהר ותלד ליעקב בן ותקרא את שמו יוסף, לאמר יוסף לי ה׳ בן אחר.

Toen Rachel Joseef had gebaard zei Jaʿakov tot Lavan dat hij twintig jaar met al zijn kracht en zijn moeite had gediend en dat hij nu moest worden weggezonden naar zijn plaats en zijn land, maar Lavan smeedde list na list en liet hem niet gaan, en Jaʿakov bedacht hoe hij het hart van Lavan zou ontgaan en een gunstig uur zou vinden om uit zijn huis te vluchten en terug te keren naar zijn land en zijn geboortegrond, en hij vroeg Rachel en Lea of ook hun hart was met hem mee te gaan naar het huis van zijn vader, en toen ook zij ermee instemden nam hij zijn vee en al zijn bezit dat hij in Paddan-Aram had verworven en vluchtte met zijn vrouwen en zijn zonen en al wat hij had om naar Jitschak, zijn vader, te gaan in het land Kenaʿan. Rachel nam de terafim van haar vader, niet omdat zij die hoogachtte, want Jaʿakov had haar geleerd dat het leugenwoorden waren en werk van bedrog, maar zij deed het om het aangezicht van haar vader te verzoenen, opdat als hij haar achtervolgde en inhaalde zij ze hem zou teruggeven en zijn toorn van haar zou afwenden. Op de derde dag werd Lavan verteld dat Jaʿakov was gevlucht, en zijn toorn ontbrandde, en hij nam mannen van krijg met zich en achtervolgde hem zeven dagen en haalde hem in, maar die nacht kwam God tot Lavan in een droom en zei dat hij zich moest hoeden hard tegen Jaʿakov te spreken en zijn toorn tegen zijn dochters te keren, maar een verbond van vrede moest sluiten en goede woorden moest spreken tot zijn vrouwen, en dat als hij toch oorlog wilde zoeken tegen Jaʿakov hij moest weten dat God hem tot schild was en hem in Jaʿakovs hand zou geven. De volgende dag riep Lavan Jaʿakov en zei dat hij in vrede wilde spreken omdat de God van zijn vaders hem gisteravond had gewaarschuwd, maar hij voegde verwijten toe dat Jaʿakov met lege handen was gekomen en dat hij zich over hem had ontfermd en hem had opgenomen en zijn dochters aan hem had gegeven in hoop op blijvende vriendschap, maar dat Jaʿakov kwaad met goed had vergolden en zijn dochters als krijgsgevangenen had meegevoerd en zijn bezit had geroofd en zelfs zijn goden had gestolen. Jaʿakov antwoordde dat de liefde tot het land van geboorte door de Eeuwige Ene in het hart van alle mensen is geplant en dat die liefde hem dreef terug te keren na twintig jaar, en hij zei dat hij Lavan niet had beroofd maar dat Lavan hem had verdrukt, en dat zijn trouwe dienst en het vermeerderen van Lavans bezit dat zouden bewijzen, en hij sprak ook over de wisseling van zijn loon tienmaal en over de bedrogdaad dat Lavan Lea in plaats van Rachel had gegeven, en hij wist niet dat Rachel de terafim had genomen en zei dat Lavan ze in zijn tenten mocht zoeken. Rachel hoorde dat haar vader de terafim zocht en nam ze snel en legde ze in het zadelkussen van de kameel en ging erop zitten, en zij zei tot haar vader dat hij het haar niet kwalijk moest nemen dat zij niet kon opstaan omdat zij de weg van vrouwen had, en Lavan hield op met zoeken in de overtuiging dat Rachel in haar dagen niet aan zijn goden zou raken. Daarna zwoer Lavan Jaʿakov dat hij het verleden niet meer zou gedenken, en Jaʿakov beloofde dat hij zijn vrouwen niet zou vernederen en geen andere vrouwen boven hen zou nemen, en zij sloten een verbond op een berg en richtten daar een steenhoop en een gedenksteen op als een altaar, en daarom werd die plaats Gilʿad genoemd en het land daaromheen het land van Gilʿad. Na dat verbond aten zij samen en maakten hun hart vrolijk, en in de ochtend vroeg stond Lavan op, zegende zijn zonen en zijn dochters en ging terug naar zijn plaats.

ויהי כאשר ילדה רחל את יוסף, ויאמר יעקב אל לבן: זה עשרים שנה עבדתיך בכל כחי ואוני, ועתה שלחני נא ואלכה אל מקומי ולארצי, אך לבן חבל תחבולות שונות ולא נתנו ללכת, על כן חשב יעקב מחשבות לגנוב את לב לבן ולמצוא עת רצון לברוח מביתו ולשוב אל ארצו ואל מולדתו. וישאל את פי רחל ולאה אם יש גם את לבבן ללכת אתו אל בית אביו, וכאשר התרצו גם הן ללכת אתו, לקח את מקנהו ואת כל רכושו אשר רכש בפדן ארם, ויברח עם נשיו ובניו וכל אשר לו לבוא אל יצחק אביו ארצה כנען. ורחל גנבה את התרפים אשר לאביה, לא בגלל אשר היו נכבדים בעיניה, כי יעקב לִמד אותה לדעת כי התרפים דברו און ומעשה תעתועים הם, רק עשתה זאת לכפר בהם את פני אביה, כי אם ירדוף אחריה וישיגה, אז תשיבם אליו ובזה תשוב חמתו ממנה. ויגד ללבן ביום השלישי כי ברח יעקב, ויחר לו מאד, ויקח עמו אנשי חיל וירדוף אחרי יעקב דרך שבעת ימים וידבק אותו. אך אז רד היום מאד ולא יכול לעשות מלחמה ביעקב, ובחלום הלילה בא אליו אלהים ויאמר לו: ״הִשָׁמֶר לך מִדַּבר עם יעקב קשות ומחרות אפך בבנותיך, רק תכרות עם יעקב ברית שלום ותדבר טובות עם נשיו. אולם אם תעוז להתגרות מלחמה ביעקב אשר עוזריו רק מתי מעט מול אנשי חילך הרבים, ידע תדע כי אנכי מגן לו ואמגנך בידו לעשות בך כטוב וכישר בעיניו.” למחרת קרא לבן ליעקב ויאמר אליו כי ידבר אתו דברי שלום, יען כי אלהי אבותיו הזהיר אותו אֶמֶשׁ לעשות כן, אך בכל זאת דבר אתו משפטים לאמר: הלא בחסר כל באת אלי, ואני חמלתי עליך ואספתיך אל ביתי גם נתתי את בנותי לך לנשים, וקויתי כי בזאת תוסד ידידותנו לעולם, אך אתה גמלתני רעה תחת טובה, לא זכרת כי אחי אמך אנכי ושארך הקרוב אליך, לא שמת לבך על בנותי אשר נתתי לך ועל בניך אשר אני אבי אמותיהם, ותנהגם כשבויי חרב, את רכושי גזלת ואת הוני עשקת, את בנותי פתית לברוח מביתי, גם גנבת את אלהי אשר קדושים הם בעיני כבעיני אבותי ואבות אבותי, ואת אשר לא יעשה אויב לאויבו עשית אתה לי, אתה שארי בן אחותי בעל בנותי, אוכל לחמי ובן משק ביתי! על הדברים האלה השיב יעקב אמרים כי האהבה לארץ מולדת נטע ה׳ לא רק בלבבו כי אם בלבות כל בני האדם, והאהבה הזאת המריצה אותי לשוב אל ארצי אחרי אשר עזבתי אותה עשרים שנה. אך על דבר האשמה אשר תאשימני, הוסיף יעקב לדבר, כי אנכי לא עשקתיך, יוכיחו נא שופטי צדק בינינו אם לא נהפוך הוא, כי אתה עשקת אותי וכל דברי ריבותיך אל חיקך ישובו. הלא אנכי עבדתיך בתם לבבי, שמרתי את צאנך באמונה, והגדלתי והוספתי את רכושך, ואתה תחת תת לי תודה כעל כל תגמולי עליך, תרע עוד עינך בקחתי חלק קטן מכל הרכוש אשר רכשתי לך, חלף עבודתי הכבדה אשר עבדתיך זה שנים רבות. ועל דבר בנותיך ידע תדע כי לא משנאתן אותך עזבוך ללכת אחרי, כי אם מאהבתן אותי, ומעשותן את אשר נטל על כל אשה לעשות לבעלה, ומה גם כי לא יכלו לעזוב את בניהן ההולכים עמי. כדברים האלה השיב יעקב ללבן להוכיח את צדקת נפשו, ואז מלא פיו תוכחות על כל הרעות אשר עשה לו לבן בהעבידו אותו בפרך עשרים שנה רצופות מבלי השב על לב כי בן אחיו הוא ובעל בנותיו; ראשית דרכו עמו היתה לרמות אותו ולתת לו את לאה תחת רחל, והמרמה הזאת אשר שברה את לבו היתה עוד נקלה מול הרעות הרבות אשר הפגיע בו אחרי כן, רעות אשר לא יעשה כמוהן רק אויב ומתנקם. ובאמת הרע לבן מאד ליעקב, כי בראותו כי ה׳ עמו וכל אשר יעשה יצליח, הבטיח לתת לו נקֻדים, וכאשר ילדו כל הצאן נקֻדים, השיב את הבטחתו אחור ויאמר עקדים יהיה שכרך, וכאשר ילדו כל הצאן עקדים, נחם עוד הפעם על הבטחתו, ויחלף את משכרתו עשרת מנים, כי קנא בו קנאה גדולה בראותו כי מקנהו פרץ בארץ וכל אשר הוא עושה ה׳ מצליח בידו. ועל אדות התרפים אמר לו יעקב כי יחפש אותם בכל אהליו, כי לא ידע כי רחל גנבתם, ויהי בהודע לרחל כי אביה מחפש את התרפים, מהרה ותקחם ותשימם בכר הגמל ותשב עליהם, ותאמר אל אביה אל יחר בעיני אדוני כי לא אוכל לקום מפניך, כי דרך נשים לי, ואז חדל לבן מחפש עוד אחריהם, בהאמינו כי רחל בתו לא תגע באלהיו בימי נדת דותה—. אחרי כן נשבע לבן ליעקב כי לא יזכור לו עוד את אשר עשה לו, ויעקב הבטיחוהו כי לא יענה את בנותיו ולא יקח לו נשים על בנותיו. ויכרתו שניהם ברית על אחד ההרים ויקימו שם גל אבנים ומצבה בתבנית מזבח, ועל כן נקרא ההר ההוא בשם גלעד וכל הארץ ההיא בשם ארץ הגלעד. אחרי הברית ההיא אכלו שניהם וייטיבו את לבם, וישכם לבן בבקר ויברך את בניו ואת בנותיו וילך וישב למקומו.

Hoofdstuk 20 icoonHoofdstuk 20

Jaʿakov keerde terug naar het land Kenaʿan. Jaʿakov ging zijn weg, en boden van God werden aan hem gezien en zij beloofden hem veel goeds voor de dagen die hem bereid waren, en Jaʿakov noemde de naam van die plaats Machanajim, kamp van God. Maar vóór hij het land Kenaʿan binnenging wilde hij weten of ʿEsaw, zijn broer, van hem was teruggekeerd, en hij zond boden tot ʿEsaw naar het land Seʿir om te onderzoeken en te vragen of hij hem nog haatte zoals vroeger, en hij gebood de boden ʿEsaw te zeggen dat hij uit eigen wil het land van zijn geboorte had verlaten om niet in één land te wonen met zijn broer, wiens toorn tegen hem ontbrand was, maar dat hij nu na vele jaren hoopte dat zijn toorn was geweken en dat hij bereid zou zijn met hem te wonen als broeders, en daarom keerde hij terug naar zijn land en hij legde zijn leven en het leven van zijn vrouwen en zijn zonen en al zijn bezit dat hij met de arbeid van zijn handen had verworven in de hand van zijn broer, en het zou hem tot grote voorspoed gerekend worden als zijn broer bereid was zijn rijkdom en zijn bezit met hem te delen. Toen ʿEsaw de woorden van de boden hoorde verheugde hij zich zeer, en hij ging Jaʿakov tegemoet met vierhonderd mannen, dragers van wapens. Jaʿakov werd zeer bevreesd toen hem werd gezegd dat ʿEsaw tot hem kwam met gewapende mannen, en toch vertrouwde hij op de Eeuwige Ene en leunde op Hem dat Hij hem van alle kwaad zou bewaren, en intussen maakte hij ook plannen om de zielen van zijn huis te redden, en hij verdeelde het volk dat bij hem was in twee kampen, het ene zou voorop trekken en het andere erachter, en hij zei dat als die krijgslieden met het zwaard op het ene kamp zouden vallen om het te slaan, er voor het andere kamp haastige vlucht en ontkoming zou zijn. Daarna zond hij door zijn knechten een gave aan ʿEsaw, zijn broer, uit runderen en kleinvee en uit kamelen en ezelinnen en jonge ezels, waarvan hij dacht dat zij goed zouden zijn in de ogen van ʿEsaw om hun waarde en hun kostbaarheid, en hij gaf ze in de hand van zijn knechten, kudde na kudde afzonderlijk, en hij gebood hun ruimte te laten tussen kudde en kudde, om de gave groot te maken in de ogen van ʿEsaw, en hij hoopte dat hij met die gave het aangezicht van zijn broer zou verzoenen als diens toorn nog niet geheel was geweken. Ook gebood hij die knechten woorden van vrede te spreken en woorden van liefde en vriendschap tegen ʿEsaw wanneer zij hem zouden ontmoeten. Nadat hij die plannen had gemaakt stond Jaʿakov in die nacht op en hij bracht zijn vrouwen en zijn kinderen over de overtocht van de Jabbok, en hij bracht ook alles wat hij had over, en hij bleef alleen achter, en hij hief zijn ogen op en zag, en zie, een verschijning als de gedaante van een man kwam naderbij om met hem te worstelen, en toen zij samen worstelden overwon Jaʿakov en hij kreeg de overhand. Toen opende die man het oor van Jaʿakov en liet hem weten dat niet een mens met hem had geworsteld maar een bode van God, en dat zijn overwinning een teken en een bewijs voor hem was dat zijn wegen in de komende dagen zouden slagen en al wat hij zou doen zou gelukken, en ook zijn zonen zouden van kracht tot kracht gaan en niemand zou hen kunnen overwinnen, en geen grootheid en geen heerser onder de hemel zou macht hebben om hen van de aarde weg te vagen.

תשובת יעקב לארץ כנען. ויעקב הלך לדרכו ויראו אליו מלאכי אלהים ויבטיחוהו רב טוב לימים יֻצָרוּ, ויקרא יעקב שם המקום ההוא מחנה אלהים (מחנים). אך בטרם בואו ארצה כנען, חפץ לדעת אם שב אף עשו אחיו ממנו, וישלח מרגלים אל עשו ארצה שעיר לחקור ולדרוש אם הוא שונא לו כמלפנים, ויצו את המרגלים להגיד לעשו כי ברצון נפשו עזב את ארץ מולדתו, לבל ישב בארץ אחת עם אחיו אשר חרה אפו בו, אך עתה אחרי עבור שנים רבות יקוה כי שב אפו ממנו ויואיל לשבת אתו שבת אחים, ועל כן הוא שב לארצו ויפקיד ביד אחיו את נפשו ואת נפשות נשיו ובניו וכל רכושו אשר רכש בעמל ידו, ולהצלחה גדולה מאד תחשב לו אם יואיל אחיו לחלק עמו כל הונו ורכושו.. כשמוע עשו את דברי המרגלים, שמח שמחה רבה וילך לקראת יעקב עם ארבע מאות אנשים נושקי נשק. אך יעקב ירא מאד בהודע לו כי עשו הולך אליו עם אנשי חיל מזֻינים, ובכל זאת בטח בה׳ וישען עליו כי ישמרהו מכל רע, ובין כה וכה עשה תחבולות להציל ממות נפשות אנשי ביתו, ויחץ את העם אשר אתו לשני מחנות, האחת תסע לראשונה, והשניה לאחרונה, באמרו כי אם יתנפלו אנשי חיל ההם בחרב על המחנה האחת להכותה, תחיש מנוס ומפלט לה אל המחנה השנית. אחרי כן שלח ביד עבדיו מנחה לעשו אחיו מן הבקר והצאן ומן הגמלים והאתונות והעירים אשר האמין כי ייטבו בעיני עשו בגלל יקרתם וחין ערכם, ויתן אותם ביד עבדיו עדר עדר לבדו, ויצום לשום רוח בין עדר לעדר, למען הגדל את המנחה בעיני עשו, ויקו כי במנחה הזאת יכפר את פני אחיו אם לא שב עוד אפו ממנו. גם צוה את העבדים ההם לדבר דברי שלום ודברי אהבה וידידות עם עשו בפגשם אותו. אחרי עשותו את התחבולות ההן, קם יעקב בלילה ההוא ויעבר את נשיו וילדיו את מעבר יבק, גם העביר את כל אשר לו, ויותר הוא לבדו וישא את עיניו וירא והנה מראה כדמות אדם הולך הלוך וקרוב אליו להאבק עמו, אך בהאבקם יחד גבר יעקב וינצחהו. אז גלה האיש ההוא את אזן יעקב כי לא בן אדם התאבק עמו כי אם מלאך אלהים, ובהתגברו עליו אות ומופת הוא לו כי יחילו דרכיו בימים הבאים וכל אשר יעשה יצליח, גם בניו ילכו מחיל אל חיל ולא יכלו לנצח, וכל רב ושליט תחת כל השמים לא יעצר כח לכלותם מעל פני האדמה.

En hij voegde eraan toe en zei, je naam zal niet meer Jaʿakov genoemd worden maar Jisra’el, want je hebt gestreden met een bode van God en je hebt overwonnen. Zo sprak de bode tot Jaʿakov, en toen Jaʿakov wist dat een bode van de Eeuwige Ene bij hem stond drong hij aan om hem te vertellen wat hem in de komende dagen zou overkomen, maar na deze woorden verdween de verschijning uit de ogen van Jaʿakov, en Jaʿakov verheugde zich in zijn hart over dit grote gezicht en hij noemde de naam van die plaats Peni’el, want ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht. Jaʿakov liep mank aan zijn heup, want de bode had de holte van Jaʿakovs heup aangeraakt aan de zenuw, toen hij met hem worstelde, en daarom at Jaʿakov de zenuw die op de holte van de heup is niet meer, en ook wij eten daarvan niet tot op deze dag. Toen Jaʿakov hoorde dat ʿEsaw niet meer ver van hem was haastte hij zich en verdeelde de kinderen over Lea en over Rachel en over de twee dienstmaagden, en hij plaatste de dienstmaagden en hun kinderen vooraan, en Lea en haar kinderen achter hen, en Rachel en Joseef als laatsten, en hijzelf ging met zijn mannen vóór hen uit, om zijn vrouwen en zijn kinderen ver weg te houden van de plaats van strijd, als ʿEsaw met het zwaard op hem zou vallen. Maar toen hij tot zijn broer naderde, die met een heel hart tot hem kwam, boog hij zich ter aarde vóór hem, en ʿEsaw liep hem tegemoet en omhelsde hem en viel hem om de hals en kuste hem, en zij weenden. En nadat ʿEsaw de vrouwen van Jaʿakov en zijn kinderen had gezien en al wat hem was overkomen had gehoord wilde hij hem en al wat hij had meenemen en hen brengen tot Jitschak, hun vader, maar Jaʿakov zei tot hem dat de kinderen teer waren en dat het kleinvee en het rundvee zwaar belast waren, en daarom moest hij langzaam voortgaan tot hij tot zijn broer in Seʿir zou komen. En op die dag keerde ʿEsaw terug op zijn weg naar het gebergte Seʿir, dat hij met zwaard en boog had verworven en dat naar zijn naam genoemd werd omdat hij een man van Seʿir was.

ויוסף עוד לדבר ויאמר לא יעקב יאמר עוד שמך, כי אם ישראל, כי שרית עם מלאך אלהים ותוכל לו. כדברים האלה נבא המלאך ליעקב, כי בהודע ליעקב כי מלאך ה׳ נצב עליו, האיץ בו לגלות לו את אשר יקרה אותו בימים הבאים אחרי הדברים האלה נעלם המראה מעיני יעקב, ויעקב שמח בלבו על המראה הגדול הזה ויקרא שם המקום פניאל, כי ראיתי אלהים פנים אל פנים, ויעקב היה צולע על ירכו כי נגע המלאך בכף ירך יעקב בגיד הנשה בהאבקו עמו, על כן לא אכל עוד יעקב את גיד הנשה אשר על כף הירך, וגם אנחנו לא נאכל ממנו עד היום הזה. ויהי כשמוע יעקב כי עשו לא רחוק עוד ממנו, מהר ויחץ את הילדים על לאה ועל רחל ועל שתי השפחות, וישם את השפחות ואת ילדיהן ראשונה, ואת לאה וילדיה אחרונים, ואת רחל ואת יוסף אחרונים, והוא עם אנשיו עברו לפניהן, לבעבור הרחק את נשיו וילדיו ממקום המלחמה אשר ילחמו הגברים אם יתנפל עליו עשו בחרב. אך בגשתו אל אחיו, אשר לבו שלם עמו, השתחוה לפניו ארצה, וירץ עשו לקראתו ויחבקהו ויפל על צואריו וישקהו, ויבכו. ואחרי אשר ראה עשו את נשי יעקב ואת ילדיו, ואחרי שמעו את כל הקורות אותו, חפץ לשלח אותו ואת כל אשר לו ולהביאם אל יצחק אביהם. אך יעקב אמר אליו כי הילדים רכים והצאן והבקר עלות, ועל כן עליו להתנהל לאט עד אשר יבוא אל אחיו שעירה, וישב ביום ההוא עשו לדרכו אל הר שעיר אשר ירש אותו בחרבו ובקשתו ואשר נקרא על שמו בהיותו איש שָׂעִיר.

Hoofdstuk 4 icoonHoofdstuk 21

Sjechem onteerde Dina, de dood van Rachel. Jaʿakov en zijn zonen kwamen naar de stad Chevron. Jaʿakov kwam bij de plaats die tot op heden Sukkot heet en van daar trok hij naar de stad Sjechem, een van de steden van de Kenaʿanieten. De mannen van Sjechem vierden daar een feestdag, en Dina, dochter van Jaʿakov, ging de stad in om de sieraden en gewaden van de vrouwen van die plaats te zien. Sjechem, zoon van Chamor, vorst van het land, zag haar, nam haar en lag bij haar en vernederde haar. Zijn ziel kleefde aan haar en hij kreeg haar lief, en hij sprak tot zijn vader en zei dat hij Dina tot vrouw wilde nemen, want zij was recht in zijn ogen. Chamor ging tot Jaʿakov en sprak met hem en zei dat het hart van zijn zoon naar Dina verlangde en dat hij haar nu tot vrouw wilde nemen. Het deed Jaʿakov zeer pijn, want hij vreesde het woord van zo’n machtige vorst te weerstaan en hij wilde zijn dochter niet geven aan een vreemde man, en hij verzocht Chamor hem rust te laten tot hij raad had genomen over deze zaak. De vorst keerde terug naar zijn huis en hoopte dat de begeerte van zijn zoon spoedig vervuld zou worden. Jaʿakov zond naar zijn zonen die op het veld waren en liet hun weten welke schanddaad Sjechem Dina had aangedaan en wat Chamor tot hem had gesproken, en hij gebood hun raad te bedenken wat er gedaan moest worden. Toen zij het hoorden, werden zij ontzet en zij zwegen, raadloos. Maar Sjimon en Levi, broers van Dina uit één moeder, beraamden een plan om wraak te nemen op Sjechem en Chamor en op alle mannen van de stad. Op de dag dat de inwoners een groot feest vierden en zich aan uitgelatenheid overgaven, vielen zij in de diepte van de nacht op de wachters aan terwijl de slaap hun ogen had overmand en zij doodden hen met het zwaard. Daarna drongen zij de stad binnen en doodden elke man, ook de vorst en zijn zoon Sjechem, maar de vrouwen doodden zij niet, en zij namen hun zuster Dina en keerden terug tot hun vader, die van niets wist wat zij hadden gedaan.

שכם ענה את דינה, מות רחל, יעקב ובניו באו אל עיר חברון. ויעקב בא אל המקום הנקרא בשם סכות עד היום הזה, ומשם נסע לעיר שכם, עיר אחת מערי הכנענים. ואנשי שכם חגו או יום חג, ותצא דינה בת יעקב העירה לראות את עדי הנשים במקום ההוא, וירא אותה שכם בן חמור מלך הארץ ויקח אותה וישכב עמה ויענה. ותדבק נפשו בה ויאהבה, ויאמר אל אביו אותה קח לי לאשה כי ישרה היא בעיני, וילך חמור אל יעקב וידבר אתו לאמר שכם בני חשקה נפשו בדינה בתך, ועתה תנה נא אותה לו לאשה. ויצר ליעקב מאד, כי ירא למרות את פי מלך עז כזה, גם לא אבה לתת את בתו לאיש נכרי, ויבקש את פני חמור להרפות ממנו עד אשר יתיעץ אֹדות הדבר הזה, וישב המלך לביתו ויקו כי תאות בנו לא תאחר לבוא ויעקב שלח אל בניו השדה ויודיעם את הנבלה אשר עשה שכם לדינה, ואת אשר דבר אליו חמור. ויצום להמתיק עצה איכה יעשה. ויהי בהודע להם הדבר הרע הזה, ויבהלו ויחרישו ויהיו אֹבְדֵי עצות. אך שמעון ולוי אחי דינה גם מאם אחת, חשבו מזמה לעשות נקמות בשכם וחמור ובכל אנשי העיר, וביום אשר חגו יושבי העיר חג גדול ויעשו הלולים, התנפלו באשון ליל על שומרי העיר בעת אשר נתנו שנת לעיניהם ויהרגו אותם בחרב, ואחרי כן התפרצו העירה ויהרגו בה כל זכר, גם את המלך ואת שכם בנו, רק את הנשים לא הרגו, ויקחו את דינה אחותם וישובו אל אביהם אשר לא ידע מאומה מכל אשר עשו.

Toen Jaʿakov hun daden hoorde, beefde hij en ontbrandde hij in toorn en hij sprak hen streng toe over dit boze handelen. Maar toen verscheen de Eeuwige Ene aan hem, versterkte zijn handen en gebood hem zijn tenten te reinigen van alle onreinheid en Hem de offers te brengen die hij had beloofd toen hij vluchtte naar Aram-Naharajim na de gezichten van God in de nacht. Terwijl Jaʿakov zijn zonen en zijn huis heiligde, vond hij de terafim die Rachel van haar vader Lavan had weggenomen, en hij begroef ze onder de terebint bij Sjechem. Daarna trok hij vandaar naar Bet-El en bouwde daar een altaar op de plaats waar hij de gezichten van God had gezien in het nachtelijk visioen op zijn weg naar Aram-Naharajim.

וכשמעו את מעשיהם, רגז ויקצוף מאד עליהם, וידבר אתם משפטים על הדבר הרע הזה אשר עשו. אך אז הופיע אליו ה׳ ויחזק את ידיו ויצוהו לטהר את אהליו מכל טומאה ולהביא אליו את הקרבנות אשר נדר לו בברחו אל ארם נהרים אחרי ראותו את מראות אלהים בחלום הלילה. ויהי בקדש יעקב את בניו ואת אהליו, מצא את התרפים אשר גנבה רחל מאת לבן אביה, ויטמון אותם תחת האלה אשר עם שכם. ואז נסע משם בית אל ויעש שם מזבח במקום אשר ראה את מראות אלהים בחזיון ליל בלכתו ארם נהרים.

Vandaar trok hij naar Efrata en daar begroef hij Rachel, die bij hem stierf toen zij met moeite baarde; zij was de enige uit het huis van Awraham die niet in Chevron, in de spelonk van Machpela, werd begraven. Nadat Jaʿakov over Rachel had geklaagd en bitter had geweend, noemde hij de zoon die zij hem had gebaard Benjamin, want hij was een zoon van moeite. Dit zijn de kinderen van Jaʿakov, twaalf zonen en één dochter; acht van hen waren zonen van de vrije vrouwen, zes baarde Lea hem en twee baarde Rachel hem, en vier waren zonen van de dienstmaagden, elk van hen baarde hem twee, hun namen zijn reeds eerder in dit boek genoemd.

משם נסע אפרתה ושמה קבר את רחל אשר מתה עליו בהקשותה בלדתה, והיא היתה האחת מבית אברהם אשר לא נקברה בחברון במערת המכפלה. ואחרי אשר ספד יעקב לרחל ויבך בכי תמרורים, קרא את שם הבן אשר ילדה לו, בנימין, יען כי הוא בן אונה—. אלה הם בני יעקב, שנים עשר בנים ובת אחת; שמונה מהם בני הגבירות, ששה ילדה לו לאה ושנים ילדה לו רחל, וארבעה היו בני השפחות, וכל אחת ילדה לו שנים, שמותיהם הזכרנו כבר בספר הזה.

Hoofdstuk 22 icoonHoofdstuk 22

De dood van Jitschak en zijn begrafenis. Jaʿakov trok naar de stad Chevron in het land Kenaʿan, waar Jitschak zijn vader woonde. Na korte tijd verouderde Jitschak en gaf de geest en werd verzameld tot zijn volken, en Rivka was reeds gestorven vóórdat Jaʿakov naar zijn land terugkeerde. Jaʿakov en Esaw begroeven hem in Chevron, waar ook zijn vaderen begraven liggen. Jitschak was zeer geliefd in de ogen van de Eeuwige Ene, en na de dood van Awraham zijn vader zegende Hij hem in alles, zodat allen die zijn naam kenden door hem gezegend werden. Hij verlengde ook zijn dagen en zijn jaren, want de dagen van zijn leven waren honderd vijfentachtig jaar, en al zijn dagen was hij gezegend in het land en wandelde hij met God.

מות יצחק וקבורתו. ויעקב נסע לעיר חברון בארץ כנען, אשר שם ישב יצחק אביו. אך אחרי ימים מעטים גוע יצחק ויאסף אל עמיו (ורבקה מתה בטרם שוב יעקב אל ארצו), ויעקב ועשו קברו אותו בחברון אשר שם קבורים אבותיו. יצחק היה אהוב מאד בעיני ה׳, ואחרי מות אברהם אביו ברך אותו בַכֹּל עד כי התברכו בו כל יודעי שמו, גם האריך את ימיו ושנותיו, כי ימי חייו היו מאה ושמונים וחמש שנים, וכל הימים היה מאֻשר בארץ ויתהלך את האלהים.

Hebreeuwse tekst: Josephus, The Antiquities of the Jews (Kadmoniyot haYehudim), trans. Kalman Schulman, Vilna 1886 — publiek domein.
De Hebreeuwse formulering is deels redactioneel opgebouwd waar geen directe overlevering beschikbaar is. Nederlandse vertaling: © Efraim van der Vennen.

Scroll naar boven