Door de hulp van de Eeuwige Ene

Het masker die zich laat vallen

Leeft mijn vader nog?

Rasji legt uit dat Joseef ’s vraag, Leeft mijn vader nog? geen echte informatievraag is, want Joseef wist al dat Ja’akov nog leefde. De vraag is bedoeld als een morele spiegel voor zijn broers. Met deze ene zin verbindt Joseef het heden met het verleden en roept hij bij hen het besef op dat hun vader ook leefde toen zij hem verkochten, zonder hen openlijk te beschuldigen of te vernederen.

Juist op het moment dat Joseef zich bekendmaakt, herstelt hij de waarheid van wie hij is en bij wie hij hoort. Door zichzelf Joseef te noemen en tegelijk naar zijn vader te vragen, brengt hij de familieband terug die ooit werd doorgesneden. De vraag opent het geweten van de broers en maakt zichtbaar wat zij eerder hebben verdrongen, zonder dat Joseef hoeft te oordelen of te dreigen.

Daarom konden de broers niet antwoorden, zij waren niet bang voor straf, maar ontsteld door inzicht en schaamte. De stilte die volgt is geen leegte, maar het gevolg van waarheid die volledig wordt erkend. Zo laat Rasji zien dat ware rechtvaardigheid niet schreeuwt en niet breekt, maar met één eerlijke vraag het hart wakker maakt.

Joseef maakt zok bekend,
hai hef ’t neet langer hollen.
Hai zee: Ik bin Joseef,
en pinkte stil
’n traantje weg.

Scroll naar boven