Na de fundamenten uit Deel 1 wordt in dit deel één van de zeven universele gebodscategorieën uitvoerig behandeld: het verbod op afgoderij. De cursus benadert dit onderwerp niet alleen als een verbod op het aanbidden van beelden, maar onderzoekt breder wat het betekent om de ene God uitsluitend te dienen en daarbij onderscheid te maken tussen religieuze verering, menselijke eer, cultuur, studie en sociale omgang.
De cursus behandelt onder andere:
God alleen dienen;
het hart niet tot afgoderij wenden;
handelingen van afgodendienst;
Molech en de heiligheid van het leven;
beelden, afbeeldingen en cultuszuilen;
het verbod een nieuwe religie te stichten;
afgoderij uit het eigen leven bannen;
voordeel uit en nietigverklaring van cultische voorwerpen;
offers en versieringen voor afgoden;
mensen helpen zonder hun cultus te ondersteunen;
het onderscheid tussen verboden gebruiken en gewone cultuur;
het verbod te zweren in de naam van een afgod.
Bijzondere aandacht wordt besteed aan zorgvuldig onderscheid. Niet ieder beeld is een afgod, niet ieder gebruik met een religieuze oorsprong is automatisch afgoderij en respect voor mensen met andere overtuigingen betekent niet dat een Noachiet hun eredienst hoeft over te nemen.
Iedere les bevat leerdoelen, kernstof, kernbegrippen, een praktijkopdracht en vijf verwerkingsvragen. Na de twaalf lessen volgt een slotbeschouwing over de tzadiek in een veelstemmige wereld, gevolgd door een eindtoets en uitgebreide antwoordsuggesties.
De leerstof is gebaseerd op de twaalf aangeleverde studiehoofdstukken bij The Divine Code, 3e editie, van rabbi Mosjee Weiner, aangevuld met een studiestuk over de betekenis van een tzadiek. De Tora en overige Tenach vormen de primaire Schriftbasis.
Auteur en voorbereiding: Baruch Ben Noach
Omvang: 41 pagina’s
Studieduur: ongeveer 14–20 uur, exclusief toets en herhaling.
Niveau: geschikt voor zelfstudie en groepsonderwijs.





