Door de hulp van de Eeuwige Ene

Over taal, mens-zijn en de moed om te schijnen

Leeshulp artikel

Er was een tijd dat wij spraken over de schemermens, een mens die iedereen in zich draagt, maar tegelijk verborgen zit in elke zenuwbaan en elk bot van zichzelf. Een mens die leeft, werkt, zorgt, maar zich niet volledig toont. Die gedachte keert nu terug bij het woord schemer zelf, een woord dat in het Nederlands meer betekent dan alleen halfduister. Schemer is ook dat wat wordt weggestopt. Wat lastig is. Wat men liever niet aankijkt.

We kennen schemerwoorden en schemerplaatsen, schemerhuizen, schemerlager, plekken waar het ongewenste, het pijnlijke of het onhandelbare wordt opgeborgen. Niet omdat het niet bestaat, maar omdat het schuurt. Omdat het vraagt om verantwoordelijkheid, om nabijheid, om licht.

Omdat Chanoeka het tegenovergestelde is van schemer. Toen de Makkabeeën de Tempel herwonnen, was hun eerste zorg niet macht, niet wraak, niet orde, maar licht. Een lamp werd aangestoken, geen schemerlamp, geen compromis, maar een zuiver licht dat niet bedoeld was om te verbergen, maar om te heiligen. Dat licht brandt nog steeds, niet fysiek alleen, maar moreel en menselijk. Het herinnert ons eraan dat waar licht wordt ontstoken, het verborgen niet langer hoeft te schuilen.

De Nederlandse ziel en het schuwen van licht

De Nederlandse taal is rijk, verfijnd, soms pijnlijk precies. En juist daarin zit iets bijzonders, we hebben woorden voor wat we liever ontwijken. Maar steeds vaker worden die woorden zelf lastig gevonden. Men noemt ze zwaar, ongemakkelijk, polariserend. Ze verdwijnen naar de schemerzone van het gesprek.

Durven wij te schijnen zonder te denken dat we lastig zijn?

Zo ontstaat een samenleving waarin mensen wel aanwezig zijn, maar niet schijnen. Waar men werkt binnen, leeft binnen, communiceert via schermen, en langzaam het gevoel krijgt dat zichtbaar zijn hetzelfde is als lastig zijn. Dat opvallen gelijkstaat aan verstoren. Dat licht geven betekent dat men ruimte inneemt die men misschien niet “verdient”.

De zeven geboden als tegenlicht

Het Noachitische pad is geen religie, maar een levenshouding die juist tegen deze neiging ingaat. De zeven geboden zijn geen regels om te dimmen, maar richtlijnen om helder te leven:

  1. Eén God erkennen
    Wie erkent dat er Eén is boven ideologie en systeem, hoeft zichzelf niet te verbergen uit angst voor afwijzing. Deze erkenning bevrijdt van de druk om zich klein te maken.
  2. Geen godslastering
    Woorden doen ertoe. Taal is geen afvalbak. Door zorgvuldig te spreken, trekken we woorden uit de schemer en geven we ze weer waardigheid.
  3. Geen moord
    Dit gaat verder dan fysiek geweld. Ook het doven van iemands stem, waardigheid of mens-zijn hoort hierbij. Licht laten schijnen is leven laten bestaan.
  4. Geen ontucht
    Grenzen beschermen het licht. Waar alles diffuus wordt, ontstaat schemer. Helderheid in relaties brengt veiligheid en zichtbaarheid.
  5. Geen diefstal
    Niet nemen wat niet van ons is, ook geen aandacht, geen ruimte, geen waarheid. Licht laat wat van de ander is, bij de ander.
  6. Geen wreedheid tegenover dieren
    Wie respect heeft voor het kwetsbare leven, leert zacht kijken. Dat is een vorm van licht die niet verblindt, maar verwarmt.
  7. Rechtvaardige rechtspraak instellen
    Rechtspraak is licht in de samenleving. Waar recht ontbreekt, ontstaat schemer, achterkamers, stiltes, angst.
Maar de mens is niet geschapen om te schemeren.
Efraim van der Vennen

Schijnen zonder schuld

Licht is geen schreeuw. Het is aanwezigheid. Het vraagt niet om toestemming, maar om trouw. Zoals de Chanoekalamp niet vroeg of zij welkom was in een verontreinigde Tempel, maar eenvoudig deed wat zij moest doen: branden.

De mens draagt licht in zich. Niet om anderen te overschaduwen, maar om het schemergebied kleiner te maken. Buiten, binnen, in taal, in handelen, in verantwoordelijkheid.

Misschien is de opdracht voor Nederland vandaag niet om harder te spreken, maar om minder te verbergen. Om woorden terug te halen uit de schemer. Om mensen weer naar buiten te laten, letterlijk en figuurlijk. Om het licht dat ieder bezit niet langer te dimmen uit beleefdheid, angst of vermoeidheid.

Want wie blijft schemeren, ziet nooit hoe ver zijn licht reikt, en dat rijkt niet ver.

Efraim van der Vennen

Scroll naar boven