Door de hulp van de Eeuwige Ene

Er is een opvallende overeenkomst tussen de Jodenhaters van onze tijd en hen die menen dat Joden “schuldig” zijn aan Jezus, aan wetten, of zelfs aan de zeven Noachitische geboden. De vorm verschilt, maar de veren zijn hetzelfde. Het is dezelfde pluimage: mensen die niet zozeer tegen Joden zijn, maar tegen wat zij vertegenwoordigen … grenzen, verantwoordelijkheid en morele orde.
Men zou kunnen denken dat het hier om kwaadaardigheid gaat, maar vaker zie ik iets anders: een diep ongemak met wetten en regels zelf. Alsof deze mensen lijken op criminelen die niet zozeer bang zijn voor straf, maar voor het bestaan van rechtspraak an sich. Wet en gebod confronteren hen met iets wat zij liever niet ontmoeten, zichzelf.
Daarbij komt een tweede type: zij die zwaar leunen op de “ruggegraat” van de luidruchtige ander, de sterke figuur met de grote mond … מויל. Niet uit overtuiging, maar uit leegte. Geluid moet dan indruk maken waar inhoud ontbreekt. Het geschreeuw vervangt het denken.
Noachieten en ervaring met stilte
Noachieten zijn, historisch en persoonlijk, vaak ervaringsdeskundigen in het meemaken van negativiteit. Of dit nu eeuwen geleden was of vandaag, in subtiele of grove vorm, dat maakt weinig verschil. Wat opvalt, is dat deze negativiteit zich ook in een zogenaamd hoogstaande beschaving als de Nederlandse heeft weten binnen te sluipen. Niet met geweld, maar als een dief in de nacht.
Niet door open haat alleen, maar door verzwijgen, ontwijken, en het niet benoemen van wat zichtbaar is.
Het schemerwoord
Een schemerwoord is geen onbekend woord. Het ligt op ieders lippen, maar het mag de drempel niet over. Soms uit overdreven voorzichtigheid, vaker uit wat ik Noachitische bescheidenheid noem: de neiging om niet te luid te spreken waar stilte waardiger lijkt.
Daarmee kom ik bij het eerste woord: schemerwoord
Schemer betekent: half verborgen, weggestopt, net buiten het licht gehouden. Niet omdat het onwaar is, maar omdat men vreest wat er gebeurt als het volledig zichtbaar wordt. Toch leert het Noachitische pad ons niet om waarheid te verbergen, maar om haar zuiver en zonder haat te spreken.
Besef, een woord uit een andere wereld
Het tweede woord is besef … een woord dat ouder is dan we denken. In zijn diepere, bijna middeleeuwse betekenis betekent besef niet slechts “iets begrijpen”, maar tot inzicht komen voorbij het eigen lichaam. Een besef dat pas volledig wordt wanneer de mens de grenzen van zijn aardse bestaan heeft verlaten … in Gan Eden, zo men wil.
Daar, pas daar, beseffen wij wat wij hebben ingehouden terwijl het ons gegeven was: ons hart en onze lippen. Niet om te schreeuwen, maar om waarachtig te spreken.
Niet om te veroordelen, maar om te herinneren;
dat wetten geen vijand zijn,
dat Israël geen projectie is,
en dat het verbond met Noach geen last is,
maar een anker voor de mensheid.
Mijn zorg, en tegelijk mijn advies, is daarom dit: laten we niet denken dat wij al “bij het besef” zijn. In werkelijkheid staan we nog maar aan het begin van de reis met onze Noachitische geboden, ervaringen en belevingen. En vermoedelijk is die reis zonder einde, zelfs niet na het binnengaan van Gan Eden.
Onderwijs in plaats van verachting
Ik begon met frustratie over Jodenhaters. En ja, ook zij, en anderen, mogen wat mij betreft onderwijs ontvangen. Niet uit wraak, maar uit rechtvaardigheid. Onderwijs door het leven zelf, en door de Eeuwige Ene, gezegend zij Zijn Naam.
Het Noachitische pad leert ons dat haat geen antwoord is op haat, maar dat zwijgen evenmin altijd de juiste keuze is. Soms is het juist het zachte, duidelijke woord dat het schemergebied verlicht.

Daarvoor zijn de demonstraties manifestaties voor Israel of de iraniers rustig wel duidelijk van aard