B”H


“… zonder datzelfde vertrouwen in U te verliezen.”

Deze Piyut verbindt iets alledaags, een pijnstiller, met iets heiligs: het besef dat ook het kleinste stukje aarde deel uitmaakt van God ’s scheppingsorde. De mens neemt een pil, niet als teken van wanhoop, maar als een nederig gebruik van wat de Eeuwige in de aarde heeft gelegd.

Paracetamol wordt hier niet verheerlijkt, maar benoemd als “mijn zwakke vriend van mijn vlees” een hulpmiddel dat verlicht, maar niet werkelijk geneest. De echte genezing, zegt de dichter, komt uit de adem van God: uit het leven zelf dat blijft stromen, zelfs in pijn, verwarring of geestelijke spanning.

De Piyut spreekt ook over onze kwetsbare ziel, niet als zonde of gebrokenheid, maar als een deel van het menselijk mysterie. De ziel “leeft in duizend spiegels”, waarin droom en werkelijkheid elkaar omhelzen en verdringen. Toch is God “de Ene” die orde schept in dat innerlijke labyrint.

Het vers “met een vrome dosis bitachon” (vertrouwen) legt de nadruk op balans: de mens gebruikt zijn middelen met verstand en geloof, maar blijft weten dat het vertrouwen zelf niet uit pillen komt, maar uit het contact met de Eeuwige.

En dan de slotregel; eenvoudig maar ontroerend:

“Mijn hart klopt niet ondanks de pijn, maar dankzij Uw eeuwige adem.”

Daarmee wordt de cirkel gesloten: zelfs lijden is niet buiten het bereik van de Schepper. Alles wat ademt, leeft door Zijn aanwezigheid. De pijn mag worden erkend, de genezing gezocht, maar de bron van hoop blijft dezelfde, God ’s hand.

Kernpunten van De Pil & het Licht

Voor de Noachitische mens zijn wetenschap en geloof geen tegenpolen.
Hij leeft in erkenning dat alles wat geneest, zijn oorsprong vindt in de Schepper.
Elke genezing, hoe broos ook, is een herinnering aan de Hand die heelt.
Daarin ligt geen aanbidding van het middel, maar erkenning van Degene die het vermogen tot herstel heeft gegeven, wanneer de mens haar ontvangt met nederig hart.

Scroll naar boven